S&P woog niet alleen cijfers, ook het klimaat

Standard & Poor’s verlaagde vrijdag op basis van politieke inschattingen de status van de VS. De beoordeling van landen staat los van de rol van S&P in de kredietcrisis.

Als een echte verrassing kan het niet gekomen zijn. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) had al een paar keer gewaarschuwd. Als de Verenigde Staten niet serieus zouden gaan bezuinigen, kon S&P niet anders dan de kredietwaardigheid van Amerika verlagen. En serieus bezuinigen was volgens de kredietbeoordelaar een plan met 4.000 miljard dollar aan besparingen voor de komende tien jaar.

Dus toen de Republikeinen en Democraten het vorige week eens werden over een bezuinigingspakket van maximaal 2.400 miljard was het wachten op het onvermijdelijke oordeel van S&P. Dat kwam afgelopen vrijdag. Sinds die dag behoort Amerika volgens de kredietbeoordelaar niet meer tot de meest kredietwaardige landen ter wereld. De status AAA die het land sinds 1917 had is verlaagd naar AA+.

Maar wat is de reden dat S&P de kredietwaardigheid van de Verenigde Staten heeft verlaagd? Waar kijken kredietbeoordelaars naar?

De kredietbeoordelaars schatten aan de hand van allerlei scenario’s in hoe groot de kans is dat een land of een bedrijf failliet gaat. De uitkomst van die analyse bepaalt welke kredietsstatus een land of bedrijf krijgt.

S&P gaat in dit geval uit van een basisscenario voor de Amerikaanse economie en berekent vervolgens wat er gebeurt met de overheidsfinanciën in dat scenario. In het scenario is S&P uitgegaan van een gemiddelde groei van 3 procent van het bruto binnenlands product en een inflatie van gemiddeld 2 procent over de komende tien jaar. Daarbij kwam S&P uit op een totale overheidschuld van 14.700 miljard dollar, 81 procent van het bruto binnenlands product van Amerika in 2015. Over een periode van tien jaar zou de overheidsschuld volgens S&P daarbij uitkomen op 22.100 miljard dollar, 93 procent van het bbp in 2021.

De Amerikaanse overheid reageerde furieus op de afwaardering. Al snel zei de Amerikaanse overheid dat het beoordelingsbureau een „enorme” fout had gemaakt. S&P had volgens regeringsfunctionarissen een verkeerd scenario gehanteerd, waarbij de schuld groeide in lijn met de inflatie plus economische groei. Bij het juiste scenario groeide de schuld alleen in lijn met de inflatie. In dat geval zou de overheidsschuld in 2021 uitkomen op 20.100 miljard dollar, 85 procent van het bbp in 2021. Een fout van 2.000 miljard dollar. En had S&P niet gezegd dat bezuinigingsplan van 4.000 miljard dollar voldoende zou zijn? Als die 2.000 miljard dollar bij het overeengekomen bezuinigingsplan van 2.400 miljard dollar zou worden opgeteld, dan hoefde S&P de kredietstatus helemaal niet te verlagen.

S&P gaf kort daarop toe dat het een fout had gemaakt. En ja, het was een fout van 2.000 miljard dollar over tien jaar. Maar dat veranderde volgens het bureau niets aan haar beoordeling. Amerika kreeg de hoogste kredietwaardigheid niet terug. De afwaardering is volgens het S&P namelijk vooral gebaseerd op het feit dat „de stabiliteit en effectiviteit” van de Amerikaanse politiek is afgenomen. S&P kijkt naar eigen zeggen vooral naar huidige omvang van de „staatsschuld” van Amerika en „het gebrek aan wil” van politici om gezamenlijk de Amerikaanse financiële situatie aan te pakken. En die factoren hebben volgens S&P niets te maken met het verkeerde scenario dat het bureau in eerste instantie hanteerde.

Daarmee is de afwaardering van S&P vooral een politieke beoordeling geworden. Het gesteggel de afgelopen weken tussen de Democraten en Republikeinen over het verhogen van het schuldplafond van Amerika heeft blijkbaar rechtstreeks gevolgen voor de kredietwaardigheid van Amerika. Weinig vertrouwen in de zittende politici betekent een hoger risico. En directeur John Chambers van S&P waarschuwde zondag dat zijn bureau de kredietwaardigheid van Amerika nog verder kan verlagen de komende tijd als de staatsschuld niet hard genoegd slinkt.

    • Tom Kreling