Saoedi-Arabië eist einde overheidsgeweld in Syrië

Koning Abdullah van Saoedi-Arabië heeft gisteren het Arabische stilzwijgen verbroken en geëist dat de Syrische president Bashar al-Assad ophoudt geweld te gebruiken tegen demonstranten. „Wat er in Syrië gebeurt, is niet aanvaardbaar voor Saoedi-Arabië”, zei de invloedrijke koning in een verklaring die voor de Saoedische satellietzender Al-Arabiya werd voorgelezen. Riad trok zijn ambassadeur terug uit Damascus voor overleg, wat een diplomatiek signaal van onvrede is.

Assad gaf er echter geen blijk van dat hij zijn koers zal wijzigen. Gisteren doodden de Syrische veiligheidsdiensten volgens Syrische mensenrechtenorganisaties alleen al in de noordoostelijke stad Deir es-Zor zeker 40 mensen.

Ondanks toenemend gebruik van geweld tegen betogers door de Syrische autoriteiten, bewaarde de Arabische wereld de afgelopen vijf maanden een volledig stilzwijgen over de situatie in het land. Dat werd door Arabische analisten toegeschreven aan onzekerheid over de toekomst van Syrië na Assad en de angst voor het overslaan van de protesten, mochten die succesvol zijn. Bij de aanzwellende woede van Arabische burgers over het geweld in Syrië – volgens onbevestigde berichten van mensenrechtenorganisaties zijn in totaal meer dan 2.000 doden gevallen – was die positie echter niet langer houdbaar.

Koning Abdullah ging niet zover dat hij het aftreden van Assad eiste of de legitimiteit van zijn presidentschap in twijfel trok. Maar hij onderstreepte dat Syrië „zijn verstand moet gebruiken voor het te laat is en hervormingen moet bekendmaken en doorvoeren die niet alleen beloften zijn maar werkelijke hervormingen”, zei hij. „Of het kiest zelf voor wijsheid of het wordt neergehaald in de diepten van oproer en verliezen.”

Niet toevallig meldde tegelijk de Arabische Liga „toenemend bezorgd” te zijn over Syrië. De Samenwerkingsraad van de Golf veroordeelde „het excessieve gebruik van geweld”. Jordanië noemde wat zich in Syrië voordoet „onrustbarend, ongelukkig en triest”.

In een onderhoud met de Libanese minister van Buitenlandse Zaken, Adnan Mansour, herhaalde Assad gisteren echter dat zijn bewind niet anders doet dan de burgers verdedigen tegen „bandieten die de wegen afsnijden, de steden afsluiten en de bevolking terroriseren”. Hij zei ook dat het land „voortgaat op de weg van hervormingen”. Assad heeft kort geleden bij decreet een meerpartijensysteem afgekondigd. Zaterdag werden voor het einde van het jaar „vrije en doorzichtige” verkiezingen aangekondigd. Betogers en oppositieleiders zeggen echter dat hervormingen een gepasseerd station zijn en eisen het aftreden van het regime.