Rottweiler

Het zal je maar gebeuren. Heb je net een paar brisante quotes op zak, buigt de geïnterviewde zich ineens witheet over de keukentafel en grist hij doodleuk de diskette uit je opnameapparaat. Hupsakee, zo de prullenbak in. Weg primeur! Het is de nachtmerrie van iedere journalist.

Max van Heeswijk, wielrenner-in-ruste, houdt niet van halve maatregelen, zo weten we inmiddels. En aan afvalscheiding doen ze ook niet in huize Van Heeswijk. Hoe dan ook: het akkefietje maakt met terugwerkende kracht wel duidelijk waarom die op het oog zo aimabele Limburger al die jaren door zijn collega’s Mad Max is genoemd. Kennelijk haalde hij in het peloton ook rare fratsen uit.

Maar of de ex-renner uit Hoensbroek wel of geen doping heeft gebruikt tijdens zijn fietscarrière? Boeiûh! Wat ik vooral wil weten: waarom heeft Gekke Max zijn rottweiler niet op zijn hondsbrutale ondervrager afgestuurd? In de reconstructie van het geruchtmakende vraaggesprek lezen we bijna terloops dat de verslaggever van NUsport bij het verlaten van de Belgische villa oog in oog stond met een vervaarlijk grommende viervoeter, type bloedhond met ontblote tanden. De journalist doorstond de confrontatie zonder kleerscheuren. Met dank aan Max.

Topsporters laten hun prooi nimmer ontkomen, ook al zijn ze met pensioen. Eens een topsporter, altijd een topsporter. Conclusie: Van Heeswijk was een bovenmodale coureur, maar geen winnaar. Zou hij daarom zijn toevlucht tot epo hebben gezocht? Een cynicus zou het zowaar kunnen vermoeden.

Met weemoed denk ik terug aan al die interviews met Pieter van den Hoogenband. Het procedé was telkenmale hetzelfde. Voorafgaand even een belletje aan moeder Astrid met de vraag of de honden – ik hou niet van viervoeters en de familie Van den Hoogenband beschikte over twee robuuste exemplaren – ook dit jaar weer buiten de deur konden worden gehouden. Na het verlossende woord („Tuurlijk jongen, doe ik voor je, geen probleem”) reed ik fluitend naar Geldrop. Astrid hield altijd woord.

Tijdens het interview smeerde ze de boterhammen voor haar zoon, en at ik vrolijk een sneetje mee. En de honden? Die waren tijdelijk, weer of geen weer, naar de tuin verbannen. Bij het uittikken van het interview – de zwemmer durfde mijn opnameapparaat niet eens aan te raken – hoorde je op de achtergrond af en toe een verstilde hondenkreet. Het was, zo tegen het einde van het jaar, altijd heel koud in Noord-Brabant, herinner ik mij. Van animal cops, de Partij voor de Dieren of Dion Graus had nog nooit iemand gehoord. Het was, kortom, een heel fijne en onbezorgde tijd.

Drie jaar geleden liep ik Astrid van den Hoogenband weer tegen het lijf, op bezoek bij de EK zwemmen in Eindhoven. Ze had „een droevige mededeling”, al vertelde de glimlach op haar gezicht een heel ander verhaal. „Een van onze honden is overleden, de kust is weer wat veiliger.”

Of de kust voor Max van Heeswijk ook weer veilig is? De diskette mag dan in de afvalverbrander (?) zijn verdwenen, beide partijen koken nog altijd van woede. Mocht het tot een rechtszaak komen, dan staat Van Heeswijk op voorhand met 1-0 achter: honden zijn niet welkom in de rechtszaal.

Mark Hoogstad

Wilfried de Jong is met vakantie.

    • Mark Hoogstad