Met Schubert luidt cellist Metz zijn pensioen in

Weinigen zijn in de luwte van het Nederlands kamermuziekleven zo invloedrijk geweest als cellist Stefan Metz. Een soort muzikale marathonloper (met vlammende toorts) is hij: zijn Orlando Festival smeedt al dertig jaar vanuit de Limburgse abdij Rolduc banden tussen professionals en amateurs, en tien jaar geleden realiseerde hij ook zijn tweede droom: een post-conservatoriale strijkkwartetopleiding, de Nederlandse Strijkkwartet Academie.

Met dank aan Metz floreren nu ook in Nederland verschillende fulltime strijkkwartetten – Rubens, Matangi, Ragazze. Zij bewijzen Metz’ gelijk: dat voor kwartetspel op het allerhoogste niveau een topopleiding én fulltime inzet vereisten zijn.

Metz (70) benutte het jubileum van zijn Orlando Festival gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw ook voor zijn eigen afscheid: samen met het Casals Kwartet speelde hij het Strijkkwintet van Schubert als laatste officiële optreden onder de Orlandovlag. Per 1 september eindigt ook zijn leiderschap van de Strijkkwartet Academie. Hij wordt opgevolgd door Marc Danel van het succesvolle Brusselse Quattor Danel.

Typerend bleef Metz’ vaarwel beperkt tot een bloemetje, een glimlachje. Wie had gerekend op emoties bij Schubert had zich misrekend: tussen de soms onstuimig spelende leden van het Spaanse Casals Kwartet was Metz, hypergeconcentreerd, hier juist de stabiele basis.

De vraag is: wat gebeurt er met zijn gedachtengoed? De Strijkkwartet Academie – als postacademische opleiding getroffen door de recente kunstbezuinigingen – wil nauwer samenwerken met het Amsterdams conservatorium en hoopt genoeg tijd te hebben om sponsoren aan te trekken, om zo toch door te kunnen.

Zoals zakelijk leidster Liesbeth Kok van het NSKA-zegt: „Godzijdank is jong muzikaal toptalent tenminste een relatief populair mecenaatsobject.”

Mischa Spel

    • Mischa Spel