Liever niet in het openbaar

Mannen vinden steeds vaker de weg naar de wolwinkel.

Maar het gros van de breiende mannen is homo. En dan niet per se „van het flamboyante soort”.

De fascinatie voor handwerken van fotografe Ellen Korth werd ooit aangewakkerd door een breiende buurman, die ook tandarts was. Ze is mensen (m/v) gaan fotograferen en interviewen die zich bezighielden met breien, weven, haken, naaien, kantklossen en spinnen. De foto's zijn gebundeld in het vuistdikke boek Utilité. Alle handwerkers erin kregen een eigen katern, omsloten door een uitklappagina. Nog dichtgeklapt is daarop hun werk te zien, uitgeklapt toont het een losse middenpagina met een zwart-wit close-up van de handwerkende handen. Het is een ingenieuze concept, waarbij elke geïnterviewde in zijn eigen autonome wereldje omsloten blijft. Korth vat het boek samen als "sporen van persoonlijkheden, van talent, inspiratie en ambitie, maar vooral van plezier in het maken."

,,Ik ben net uit de kast”, mompelt hij, en legt besmuikt de resultaten van zijn huisvlijt op tafel: een linkermouw, een rechtermouw, een voorpand. Kaarsrecht, degelijk handwerk. Zelf gebreid.

Mijn vriend Jaap (42) is een alfaheer: uitgever van beroep, en daarnaast pianist, accordeonist, psycholoog, Italië-kenner en yogi. Nu blijkt hij ook nog te kunnen breien. „Maar dit is góéd”, stamel ik – aan mijn eigen, steevast in razernij eindigende breipogingen durf ik nauwelijks terug te denken. Ik ben er niet voor gemaakt; Jaap duidelijk wel. „Wie heeft je dit geleerd?” vraag ik.

,,Zelf”, zegt hij. „Het is een soort magie: je verricht een paar simpele handelingen, en er komt zomaar iets moois uit. Net als wanneer je een quiche bakt.” Simpel? Ik zwijg maar even. Misschien zit ook breitalent in de genen: Jaaps moeder breide, en voor hem is het een manier om haar te herdenken. Ze overleed ruim een jaar geleden. In zijn jeugd ging Jaap met haar mee naar de breiwinkel als het zijn beurt was voor een van haar simpele, robuuste truien. Het waren de jaren tachtig; de breitijdschriften van toen zijn nu pure camp.

Jaap vindt breien bovenal rustgevend. Hij doet het ’s avonds, na het werk, met de tv aan – mits hij het programma kan verstaan, want breien en ondertitels lezen tegelijk lukt hem (nog) niet.

De vrienden die hij mondjesmaat inlicht over zijn nieuwe hobby blijken allemaal wel één of meer breiende mannen te kennen, maar toch schaamt hij zich. „Een man die breit, dat hoort niet”, verklaart hij. Zijn wol en breipennen bestelt hij online, en hij breit niet in het openbaar. „Dan maak je zo’n statement: kijk mij, man, eens breien. Ik hoef geen aandacht. Voor mij is het een privé-aangelegenheid.”

Pauline Kettlewood, oprichtster en eigenaar van breiwinkel Woool in Den Haag, beaamt dat breien solistisch is. „Je sluit je af, net als bij meditatie. Dat heeft een aantoonbaar helende werking, zowel mentaal als fysiek: mensen met chronische pijn kunnen die even vergeten door de grote concentratie die breien vergt.”

Maar breien is óók sociaal, volgens Kettlewood. Ten eerste omdat je vaak voor anderen bezig bent en je werkstukken kado doet; ten tweede omdat breien in een kringetje een prima setting is voor geklets.

Op Kettlewoods workshops komen vooral vrouwengroepjes af; mannen komen meestal alleen. Maar hun aantal stijgt. Sinds de opening van Woool vier jaar geleden zag Kettlewood haar omzet niet alleen verdrievoudigen – de crisis was good for business, zegt ze – maar wisten ook steeds meer mannen haar speciaalzaakje met luxe wolsoorten te vinden.

Mannen zijn andere breiers dan vrouwen, kan Kettlewood nu een paar keer per week constateren. ,,Ze kiezen voor steviger, donkerder wolsoorten zonder al te veel frutsels, en ze maken liever een trui of een muts dan een snoezig kanten sjawltje. Hun motoriek is daar ook wel iets minder geschikt voor. Maar iedereen die het geduld ervoor opbrengt en een beetje exact kan denken, kan op zich leren breien. Het is voor 95 procent mathematisch.”

Het gros van Kettlewoods mannelijke clientèle is homo, vermoedt ze, maar niet per se „van het flamboyante soort”. „Homoseksuele mannen trekken zich sowieso minder aan van sociale taboes – dan kan dit er ook nog wel bij. Maar de mannen met wie ik zaken doe over wolinkopen zijn allemaal hetero. Die hebben allang door dat er geld in te verdienen valt.”

Sommige mannen zijn de schaamte totaal voorbij. Op de afgelopen World Wide Knit In Public Day, een jaarlijks evenement dat half juni plaatsvindt, plantte Kettlewood met een groepje cursisten wollen tulpen op het Lange Voorhout, voor de geef; na afloop streken ze neer in een druk café en pakten hun breiwerkjes erbij. Slechts één van hen trok bekijks, en werd zelfs door vreemden met vragen op de schouder getikt: de man uit het gezelschap.

,,Hem kan het niets meer schelen”, zegt Kettlewood trots. ,,Hij breit zelfs in de trein.”

    • Sandra Heerma van Voss