Hoe overleef ik het debat

Tot de werkelijk grote vragen in mijn leven – het soort waarvan je wakker schrikt in de nacht en die je uit je slaap houden onder de oude sterrenhemel – behoort de vraag of ik een ideologische eunuch ben.

In The Influencing Machine, een journalistiek stripboek van mediadeskundige Brooke Gladstone, duikt de eunuch op als held van de twintigste eeuwse krant. Ongepassioneerd is hij, neutraal en onpartijdig in zijn zoektocht naar de waarheid. In haar hoofdstuk over objectiviteit laat Gladstone zien dat zo’n neutrale pose belangrijk werd op het moment dat aan kranten veel geld viel te verdienen.

Aanvankelijk fungeerden allerlei kleine blaadjes nog als een rommelige marktplaats van ideeën, maar zodra journalistiek big business werd, moesten redacties zichzelf en hun invloed op de samenleving rechtvaardigen. Om aanvallen van critici af te weren, gebruikten ze hun claim op objectiviteit „als een soort ethische pepperspray”.

Nu denk ik soms – ik zeg niet dat het zo is – dat ik zelf nog steeds zo’n zakelijke en koele eunuch ben. Dus besloot ik de politieke discussie van de afgelopen week te onderwerpen aan een vlijmscherpe, rationele analyse. De ene ideologie zou ik daarbij niet verkiezen boven de andere. Ik zou alleen objectief nagaan of alle argumenten kloppen. Goed – het eerste wat ik las was dat Geert Wilders zich een slachtoffer voelde, maar dat is zijn standaardemotie. Die kon ik overslaan. Gelukkig viel aan de rest van Nederland meer te kluiven.

Volgens Brooke Gladstone slorpen mensen informatie op die hun wereldbeeld bevestigt en negeren ze informatie die dat wereldbeeld ondermijnt. Of de informatie deugt, doet er niet toe. Dat mechanisme viel inderdaad meteen te herkennen als je in de politieke discussie van deze dagen dook.

Je zag een schrijver, een aanhanger van Wilders, in een tijdschrift alvast boos worden over uitspraken die linkse tegenstanders nog niet hadden gedaan, maar waarvan het hem „niet zou verbazen” als ze ze wel gingen doen. „Het zou een vuige daad zijn”. Hoewel volgens het ene artikel inmiddels iedereen toegeeft, „zelfs Job Cohen”, dat links te laat op problemen rondom immigratie heeft gereageerd, nam een schrijver van een ander artikel het Geert Wilders kwalijk als hij precies hetzelfde zei.

Zo haalde iedereen juist die informatie tevoorschijn die in zijn eigen straatje paste. Een bizar hoogtepunt was de filosoof die in Het Financieele Dagblad de massamoord in Oslo naar voren schoof als de ultieme onderbouwing van zijn eigen theorie. De filosoof besloot niet de visie, maar de psyche van de moordenaar te doorgronden, vergeleek hem daartoe met Joran van der Sloot – alsof het een soort uit de hand gelopen verkrachting betrof – om ten slotte, o wonder, uit te komen op een daderprofiel dat naadloos aansluit bij de eigen filosofie rondom „de pijnlijke afwezigheid van de vader als cultuurdrager”. Jawel – is het niet fijn als moordenaars jouw persoonlijke rekeningen vereffenen?

Overal, overal dook Pamela Geller op. Zij is een radicaal rechtse activist, een medestander van Geert Wilders, bekend om haar geheel eigen visie op de geschiedenis – Hitler was inspired by islam. Geller verkondigt meestal weerzinwekkende onzin, maar deze keer klonk het extra weerzinwekkend dat ze haar „bewondering” zou hebben geuit voor Breivik, zoals ik zag staan in een overigens goed genuanceerd artikel. Toen ik besloot de bewering te checken, vond ik dat Geller juist in alle toonaarden haar diepe afschuw had beleden van Breivik en zijn misdaden.

Wel had ze kritiek geuit op de Noorse ambassadeur in Jeruzalem. Die zou hebben gezegd dat de Noren de aanslag in Oslo niet willen vergelijken met Palestijnse terreur, omdat voor die Palestijnse terreur nu eenmaal redenen zijn. Geller concludeerde: „Voor hen is het onacceptabel als Breivik Noorse kinderen vermoordt, omdat zijn ideologie fout is. Maar het is acceptabel als Palestijnen Israëlische kinderen vermoorden, omdat hun ideologie goed is.”

Zo onzinnig was die conclusie niet, al valt hier wel iets op af te dingen. Geller aansmeren dat ze Breivik verdedigt, nu ze hem in dit verband nog eens noemde, was intussen een onzindelijke vorm van argumenteren.

Het politieke debat in Nederland lijdt eronder dat we zijn gegijzeld door het verleden. Tien jaar geleden werd de dwang van het politiek-correcte denken opgeheven door een gretige debater, die het gesprek opengooide. Hij werd doodgeschoten. Zijn plaats is ingenomen door een politicus die het politiek-correcte denken heeft doorgevoerd tot in de finesses. Hoewel de tijden vragen om vooruitkijken, tegenspraak en kritisch denken, slaat Wilders iedere mening die afwijkt van de zijne dood met dictatoriale zieligheid en tiranniek slachtofferschap.

Reden genoeg om dit politiek-correcte denken voor een tweede keer te doorbreken – maar dan wel graag met argumenten en beweringen die kloppen. Respect voor de feiten kan nooit kwaad.

Hoe u dan in de toekomst kunt weten welke beweringen wel kloppen? Hmm. Dat is lastig. Nou ja, eigenlijk ben ik nog de enige zonder persoonlijke belangen. Vertrouwt u mij maar.