Het meeste gaat weer mee terug naar huis

Redacteuren speuren deze zomer overal ter wereld rommelmarkten af op zoek naar nationale trauma’s, passies of obsessies.

Deze week: Nederland.

Herman verkoopt kabels, stekkers, sloten en lampen die uit tweedehandscaravans zijn gehaald. Zijn zoon zit in de caravanhandel. De gepensioneerde vader vindt het leuk om met die spullen op rommelmarkten te staan.

Sinds een paar jaar merkt Herman dat het drukker is op de markt, maar of de mensen ook meer kopen? „Ze besteden minder, al hebben mensen het over het algemeen niet slechter. Een paar jaar geleden gaven ze gemakkelijker geld uit, nu dingen ze overal op af.” Hij wijst op een vouwwagen: „Die heb ik daarnet voor 95 euro verkocht. Ik had er wel het dubbele voor kunnen vragen.” Maar hij doet het niet voor het geld, zegt hij.

In de zomer is er bijna elke dag wel ergens in Nederland een vlooienmarkt, rommelmarkt, curiosamarkt of kofferbakverkoop. Nederlanders willen graag hun oude spullen verkopen, zoals we ook weten van de vrijmarkt op Koninginnedag. Andere Nederlanders vinden het weer leuk om in die rommel te snuffelen, in de hoop iets waardevols te vinden. Maar of er ook echt veel aangeschaft wordt?

In Rijssen, Overijssel, wordt in augustus elke donderdag een grote ‘lommerdmarkt’ gehouden. Daar zie je veel oudere verkopers die er vooral voor de gezelligheid staan, zoals Herman. Ze komen graag naar Rijssen, want de markt wordt druk bezocht en voor een plaats betaal je maar vijf euro; op andere rommelmarkten kan dat duurder uitvallen, tot wel 40 euro per dag. Zo’n bedrag verdienen de meesten niet eens terug. En ze willen toch wel graag íets verdienen, al is het maar tien euro.

Kinderen hoeven in Rijssen overigens niet voor een plaats te betalen. Je ziet er veel die het speelgoed verkopen dat ze ontgroeid zijn; meisjes proberen hun knuffels en poppen kwijt te raken, jongens hun auto’s en stripboeken. Hoewel Tom bij nader inzien besloten heeft om zijn raceauto nog even te houden; hij heeft hem naast het stoeltje gezet waarop hij troont. Zijn ouders zitten ernaast om hem in de gaten te houden.

Wat het goed doet? Langspeelplaten, vertelt een oudere man. „Die worden gekocht door die jongens van die geheime zenders.” Piratenzenders, blijkt hij te bedoelen. Een andere handelaar, Alberto, eigenaar van een dansschool in Almelo, bevestigt dat lp’s en singletjes altijd aftrek vinden. „En van die romantische Harlequin-boekjes, die worden nu veel door vrouwen gekocht vanwege de vakantie.”

Alberto heeft opvallend mooi servies, vergeleken met de aftandse spullen van veel andere verkopers. Met name drie Japanse vazen springen in het oog. Hij vraagt er twintig euro voor. „Ze zijn licht beschadigd. En mensen willen liever iets wat perfect is, zelfs als ze naar een rommelmarkt gaan. Het moet perfect zijn en het mag niets kosten.”

Wat ook goed verkoopt, zijn metalen speelgoedautootjes. De familie Keizer (vader, moeder en drie zoons) staan zo’n vijf keer per jaar met speelgoed op rommelmarkten. Op zo’n dag slijten ze gemakkelijk veertig autootjes voor een euro per stuk. „Als we goed verkocht hebben, kunnen we met z’n allen een dagje naar de Efteling”, vertelt meneer Keizer. Verzamelaars komen speciaal naar hem toe omdat ze weten dat hij bijzonder speelgoed verkoopt. „Ik herken de echte handelaars, die willen vaak veel tegelijk hebben. Dan vraag ik zo tien euro meer. Voor de gewone verzamelaars reken ik minder.”

Tussen de boeken die uitgestald liggen, zijn intrigerende titels te vinden als Volle zeilen, de avonturen van een zeekapitein en Een clown is ook een mens. Je ziet vooral veel bestsellers; die van een paar jaar geleden, zoals De Da Vinci Code of De Celestijnse belofte. Hoe ouder het boek, hoe moeilijker te begrijpen valt dat er ooit honderdduizenden weg van waren. Een rommelmarkt is wat dat betreft een tijdmachine: iedere generatie kan er fragmenten uit zijn verleden terugvinden. De één droomt weg bij een kaft van Pinkeltje, de ander bij een Arendsoog. En waarschijnlijk zullen over een jaar of tien talloze Harry Potter-boeken voor een vlaag van nostalgie zorgen.

Op een rommelmarkt zie je soms taferelen die je aan het denken zetten. Zoals een oude vrouw die alleen babypoppen verkoopt en roze babypoppenkleertjes. Of een stel dat met sombere gezichten bij een kleedje zit, waarop voorwerpen uitgestald liggen die je van je levensdagen niet zou kopen – een rieten mand, een stapeltje verwassen T-shirts, een telefoon met draaischijf. En wie wil die oranje klompen, die gruwelijke schemerlamp, of dat ganzenbordspel? Zou er niet een laatste rustplaats voor afgedankte spullen moeten zijn?

De meeste waar gaat dan ook weer mee naar huis, als de markt in Rijssen rond één uur afgelopen is. Sommigen geven de moed op en zetten dozen met boeken, tassen en schoenen bij de containers neer. Onmiddellijk vliegen er mensen op af, die de mooie spullen eruit vissen. Wie weet hebben ze op dit moment gewacht.

„Als het gratis is, willen ze wel”, zegt een handelaar misprijzend. Een vrouw laat een doos met speelgoed achter dat ze niet heeft kunnen verkopen. „Vorig jaar heb ik het allemaal mee teruggenomen en toen stond het weer een jaar op zolder”, zucht ze. Een uur later betreedt de schoonmaakploeg het plein, mannen met blaasmachines en een veegauto. Overal liggen spullen die aan hun lot zijn overgelaten.