Gouda leert boefjes meppen

Vechtsportlessen houden probleemjongeren van straat en brengen ze discipline en incasseringsvermogen bij.

Gouda wil dat aanbieden, maar de PVV ziet er niets in.

Een boksles in een Haagse boksschool. Eigenaar Jokhoe: "Een goede trainer moet meer bieden dan de vechtlessen." Foto Johannes van Assem foto Johannes van Assem 17-12-2008 Boksring van haagse boksschool de haagse directie.

Bij vechtsportlessen gaat het er stevig aan toe. Neem kickboksen. Met de gebalde vuisten kruislings voor hun gezicht, dansen mannen in glimmende korte broeken over de mat. Uiterste concentratie. En dan: paf! Een doffe klap. De tegenstander vangt die op met een kussen.

De gemeente Gouda wil vechtsportlessen aanbieden aan overlastgevende jongeren. Hoe dat er precies uit gaat zien, is nog niet duidelijk. De lessen moeten structuur in het leven van de jongeren brengen en hen van de straat houden. PVV-leider Geert Wilders vindt „karateles voor Marokkaans straattuig” getuigen van „totale gekte” en stelde Kamervragen.

Vechtsportlessen aanbieden om lastige jongens van straat te houden, lijkt vreemd. Goed leren vechten kan criminelen te pas komen bij hun misdaden. En waarom zou een gemeente gewelddadige jongeren willen leren vechten?

Toch is het minder wonderlijk dan het lijkt. In veel steden gebeurt het al jaren. Met succes. Het Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij (NIVM) gaat Gouda helpen bij het opzetten van de vechtsportlessen. Het instituut begeleidde de afgelopen vijf jaar meer dan honderd soortgelijke projecten. „Het zijn individuele sporten waarbij je je eigen grenzen en die van de tegenstander moet kennen en respecteren”, zegt Wouter Schols van het NIVM.

Rayied Jokhoe is eigenaar van sportschool Thai Boxing Den Haag. Hij trekt een heel gemêleerd publiek van advocaten tot bajesklanten. Hij begeleidt ook al jaren probleemjongeren. Bij het kickboksen en thaiboksen draait het om discipline, incasseringsvermogen en doorzettingsvermogen, zegt hij. „Dat is nou net wat die jongens vaak missen.” Voorwaarde is een goeie trainer, zegt Jokhoe. „Natuurlijk moet die goed kunnen boksen. Maar hij moet ook de doelgroep aanvoelen en aankunnen.” Hij moet meer bieden dan vechtlessen.

Daar is Wouter Schols het mee eens. Zijn NIVM werkt daarom met lokale aanbieders die ervaring moeten hebben met de jongens waar het om gaat. Daarnaast moet een sportschool kunnen samenwerken met andere instanties in de buurt. Rayied Jokhoe doet dat in Den Haag met onder meer jeugdzorg, scholen en, als ze dat willen, ouders. Een sportschool kan het niet alleen, zegt Jokhoe, maar hij doet wat hij kan. „De deur staat altijd open. Ook midden in de nacht. Ik drink een bakkie met ze. Maar ik zet ze ook aan het werk. Ze maken de sportschool schoon.”

Meervoudig wereldkampioen kickboksen en thaiboksen Nourdin El Otmani werkt al jaren met probleemjongeren, vooral van Marokkaanse afkomst, in Amsterdam. Hij heeft daar een eigen sportschool. Die trekt allerlei jongens én meisjes. Jongeren die een keurig leven leiden, maar ook die op straat klieren of bij een criminele groep horen haalt hij binnen. En houdt hij binnen.

Jokhoe, El Otmani en veel andere sportschooleigenaren kampen met geldtekort. „Afgelopen jaren kreeg ik subsidie”, zegt Jokhoe. „Maar dat wordt nu allemaal wegbezuinigd.” Hij vindt dat penny wise pound foolish. „Ik heb inmiddels het vertrouwen van die gasten, ze zijn lekker bezig. En wat moet ik dan zeggen? Er is geen geld meer? Mag jij raden wat er gebeurt als ze nergens meer naar toe kunnen.” Voorlopig mogen ze nog gewoon komen, voor niets.

    • Sheila Kamerman