Frustratie in China

De opkomende supermacht China voelt zich machteloos.

Het Chinese spaargeld zit in Amerikaanse staatsobligaties. Dat geld na de afwaardering weghalen kan niet zomaar.

Het leek zo’n goed idee, die reusachtige, voortdurend groeiende Chinese spaarpot met 3200 miljard dollar aan buitenlandse deviezen. Lang dachten de autoriteiten in Peking met deze buffer een monetaire Lange Muur te hebben opgebouwd om zich te beschermen tegen financiële crises, zoals die in Azië in 1997.

De communistische kapitaalverschaffers van de Verenigde Staten zijn opeens een stuk minder zeker van hun zaak nu Standard & Poor’s, een prestigieuze kredietbeoordelaar, de status van de Verenigde Staten als superkredietwaardige economie (AAA) heeft verlaagd naar AA-plus.

De aankondiging van S&P kwam voor China niet als een verrassing. Het nieuwe Chinese bedrijf Dagong en een kleine kredietbeoordelaar in San Francisco waren S&P vorige week al voorgegaan.

Als bezitter van de grootste voorraad aan buitenlandse deviezen ter wereld (3.197 miljard dollar, waarvan tweederde is belegd in dollars, de rest in euro's en yen’s, etc.) maakt China zich de laatste jaren steeds meer zorgen over het Amerikaanse beleid, of het gebrek daaraan.

Herhaaldelijk is er bij de Amerikaanse regering op aangedrongen goed voor de Chinese reserves te zorgen. Op Amerikaans-Chinese topontmoetingen is de afgelopen jaren indringender over de Chinese deviezen en het Amerikaanse begrotingsbeleid gesproken, de laatste top vorige maand in Shenzhen niet uitgezonderd.

Zaterdag, daags na het S&P-vonnis, werd die zorg nog een keer luid en duidelijk herhaald. De belangrijkste spelbepalers in Peking zeiden zelf niets, maar gaven het staatspersbureau Xinhua de ruimte de VS een paar lessen in deugdelijk financieel bestuur te geven. Het is een fascinerend schouwspel als de stem van communistisch China als een bezorgde bankier een kapitalistische cliënt op dwingende toon van advies dient.

„Amerika moet zichzelf nu snel gaan genezen van de verslaving aan schulden”, aldus het staatspersbureau Xinhua, ,,en moet de tering naar de nering zetten”. Er dient, zo vervolgde de financieel-economische commentator van Xinhua die nauwkeurig weet wat de leiders in Peking vinden, „fors gesneden worden in de militaire uitgaven” en in de „opgeblazen sociale regelingen”. Alsof Xinhua citeerde uit de speeches van Republikeinse Congresleden met Teaparty-connecties.

De betrekkelijk scherpe reactie van China is het zoveelste teken van verschuivende machtsverhoudingen, maar kan tegelijkertijd niet verhullen dat de opkomende supermacht op korte termijn geen andere opties heeft dan doorgaan met het beleggen in dollars, waaronder 1.100 miljard in Amerikaans schatkistpapier (T-Bonds).

Deze Amerikaanse staatsobligaties inruilen voor dure Japanse yens, Zwitserse franken of euro’s is in theorie mogelijk. „De Amerikaanse staatsobligatiemarkt is echter de grootste en meest liquide van de wereld. Als China een stabiele dollar wil dan moet China Amerikaanse schuld blijven kopen. Als we dollarbezittingen verkopen crasht de markt, wij hebben het meeste te verliezen”, aldus econoom Dong Yuping van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen.

Investeren in Griekse euro’s, of Italiaanse of Spaanse euro-obligaties zal geen Chinese overheidsbankier maar een seconde overwegen, denkt Dong. Investeren in euro-obligaties van het nieuwe Europese noodfonds lijkt hem op termijn een goed idee, financieel-economisch en politiek. „Het fonds dat gestut wordt door Duitsland is nu nog te klein om een hele grote positie in te nemen”, meent Dong, een raadgever van de Chinese regering. Hij zegt daarom: „We staan voor een lastig dilemma”. Anders gezegd, de opkomende supermacht voelt zich eigenlijk machteloos. Machteloos en daardoor gefrustreerd over de ontwikkelingen in de VS en Europa, twee van China’s belangrijkste afzetmarkten.

Dat vindt een van de meest gezaghebbende economen in China, Yu Yongding, helemaal niet. Yu, die lang zitting had in het monetair comité van de centrale bank dringt er al sinds de crisis van 2008 op aan dat China ,,losbreekt uit de dollarval’’. Hij schreef in zijn column in de Financial Times dat het absurd en onhoudbaar is dat China als ontwikkelingsland optreedt als bankier van Amerika. Hij vreest „een destructieve aanpassing” voor de Chinese financiële buffers als China zijn spaargeld niet verstandiger en gespreider belegt. Of voor andere doelen gebruikt. Hij vindt dat de buitenlandse reserves ook ingezet kunnen worden om Chinese zorg- en pensioensystemen op te bouwen en meer goederen en diensten te importeren, waardoor de balans van de wereldeconomie meer in evenwicht komt.

De kans is klein dat er aan de vooravond van een leiderswisseling in de top van de Communistische Partij van China ingrijpende besluiten van deze aard worden genomen. Bovendien heeft China andere economische en politieke prioriteiten. De inflatie stijgt en de sociale onrust neemt toe, zoals bleek na het treinongeluk bij Wenzhou en de staking van duizenden taxichauffeurs in Hangzhou.

Dat neemt niet weg dat de analisten van de zakenbanken in Hongkong vermoeden dat de verschuiving van de dollar naar andere valuta en dan vooral de euro al in gang is gezet. De komende maanden moet blijken of dat een serieuze ontwikkeling is. Het belang van China in een welvarend Europa met een stabiele munt is groot, want de EU is de belangrijkste Chinese afzetmarkt.

Volgens econoom Stephen Green van Standard Chartered in Hongkong zal China in de komende maanden de gevolgen ondervinden van de zwakke groei in de VS en de EU (Duitsland uitgezonderd) en een afvlakking van de groei in China zelf. „De situatie is nog niet zo slecht als in 2008 toen de exportmarkt inzakte, maar we zien wel dat de orderboeken leger raken”, aldus Green.

Dat zijn nieuwe feiten waar Chinese leiders, die vrezen voor een herhaling van de crisis van drie jaar geleden toen 15 miljoen Chinezen hun baan verloren, ondanks een economische groei van 9 procent in 2011 toch nerveus van worden.

    • Oscar Garschagen