Daar had best een doelpuntje bij gekund

Dankzij de 4-1 zege in Doetinchem staat Ajax bovenaan in de eredivisie.

Toch had de overwinning van trainer Frank de Boer wel wat groter gemogen.

Ajax blaakt van het zelfvertrouwen. De drie sterren die de Amsterdammers mogen voeren vanwege het dertigste kampioenschap komen inmiddels overal in terug – zoals enorm groot afgebeeld op de spelersbus die deze zomer een make-over kreeg.

Met recht zong de Amsterdamse aanhang gisteren in Doetinchem „wij zijn Ajax, wij zijn de beste”, na het behalen van de koppositie door De Graafschap met 4-1 te verslaan. Maar om de laatste ambitie van voormalig Ajax-voorzitter Uri Coronel te verwezenlijken, namelijk het verbannen van de geuzennaam ‘Joden’, is nog werk aan de winkel.

In Doetinchem werden gisteren wel vast goede zaken gedaan op weg naar prolongatie van de titel. De nederlaag van PSV bij AZ had de Ajacieden voor de aftrap al de nodige voorpret gebracht. En voor Ajax bestaat eigenlijk geen betere ploeg dan De Graafschap om als kampioen het nieuwe seizoen tegen te beginnen. Vier jaar geleden opende Ajax in Doetinchem de nieuwe jaargang met een 8-1 overwinning, Klaas-Jan Huntelaar scoorde toen vier keer. Andere edities van deze, begrotingstechnisch gezien, ongelijke strijd kenden nauwelijks kleinere uitslagen.

Maar de nieuwe aanvaller Kolbeinn Sigthórsson, die consequent als ‘weer een echte Ajax-spits’ omschreven wordt, hield zijn middagje in stadion Vijverberg rustig. Wapenfeit was eigenlijk alleen een assist met buitenkant voet – een afgemeten steekpass op de razendsnelle draver Derk Boerrigter, die Ajax na een moeizaam half uur op een 2-1 voorsprong bracht. Miralem Sulejmani (tweemaal) en Theo Janssen (uit een vrije trap) maakten de andere treffers.

De Graafschap weerstond het voetballende vermogen van Ajax ruim een kwartier, vooral door er vol in te vliegen. „We moesten wennen aan de 4-4-2-formatie van De Graafschap”, verklaarde Siem de Jong, de aanvallende middenvelder van Ajax. „Toen we achterstonden zochten we eigenlijk pas goed Gregory [Van der Wiel] en Nikolai [Boilesen] op over de flank, waar veel ruimte lag.”

Voor De Jong wordt dit seizoen een hernieuwde kennismaking met het middenveld. Vorig seizoen werd hij veelal gebruikt als spits, een wisselvallig half jaar dat mooi eindigde met twee doelpunten in de kampioenswedstrijd tegen FC Twente. Maar gisteren was zijn optreden oneindig ongelukkiger met binnen één minuut een gemiste strafschop en een harde val op zijn rug. In de rust werd hij tegen zichzelf in bescherming genomen en uit de wedstrijd gehaald.

Na afloop van het duel staat hij met lichte pijnkreuntjes de pers te woord in Doetinchem, waar hij opgroeide met zijn broer en FC Twente-aanvaller Luuk de Jong. „Ik vind alles prima. Nu richt ik me weer gewoon op mijn rol op het middenveld, maar mocht ik nodig zijn als spits dan is dat ook goed. Ik vind dat niet lastig, want ik heb altijd op beide posities gespeeld.” Zijn wisselwerking met Christian Eriksen is „situatieafhankelijk”, er zijn geen harde afspraken.

Zolang Theo Janssen, gisteren sober spelend, er als controleur maar tien meter achterblijft, staat het de jonge Ajacieden vrij om beurtelings de diepte te zoeken. Sigthórsson, die zich gisteren nu en dan slim liet inzakken om ruimte te creëren voor de vleugelspitsen Sulejmani en Boerrigter, toonde aan handig in de combinatie te kunnen spelen met zijn middenvelders.

De Graafschap betrad gisteren het veld met tien Nederlandse veldspelers, met klinkende namen als Vito Wormgoor en Sjoerd Overgoor. En verdediger Ted van de Pavert, die De Graafschap in de dertiende minuut op 1-0 zette. Vooral Soufian El Hassnaoui overtuigde, ondanks de beperkingen van de islamitische vastenmaand, als plaatsvervanger van de vertrokken Belgische spelmaker Steve de Ridder. Het sterke spel in de beginfase bleek echter niet houdbaar en trainer Andries Ulderink, die debuteerde in de eredivisie, moest achteraf toegeven blij te zijn dat de schade beperkt bleef.

Die schade had van Frank de Boer groter mogen zijn. Hij baalde van opnieuw een gemiste penalty. Theo Janssen miste in de voorbereiding, en mag ze even niet meer nemen. „Ook Siem de Jong gaat van het lijstje”, besloot hij. Hij bracht het met een glimlach, waardoor de pers het even niet serieus nam. Maar hij meende het. „Sulejmani neemt ze nu. Totdat hij mist.” Zo gaat dat bij de kampioen.