Bart Swings, kannibaal op acht wielen

De Belgische skeeleraar Bart Swings (20) behaalde bij de EK in Zwolle zes Europese titels. Een tussendoortje. „Op de Winterspelen van 2018 kan hij een schaatsmedaille behalen.”

Nederland, Zwolle, 6-8-2011. Foto Maarten Hartman. Europees Kampioenschap Inline - Skaten. EK Inline Skaten. European Inline Skating Championships. marathon heren. De titelverdediger Nederlander Ingmar Berga op kop. Hij eindigde als vijfde.

Enkele minuten na de aankomst van de marathon op de Europese kampioenschappen skeeleren vinden we een klein hoopje ellende langs de kant van het parcours. De Belgische afstandsrijder Bart Swings staart verweesd naar het voetpad. Hij is net vierde geworden. Swings was de afgelopen week niet te kloppen. Hij won de 1.000 meter sprint, de afvalkoers over tien, vijftien en twintig kilometer, de puntenkoers over tien kilometer en de aflossingskoers. Zelfs in een kleine sport als het skeeleren is dergelijke suprematie ongekend.

In de marathon van afgelopen zaterdag loopt het mis voor de kleine Belg. In de tumultueuze eindsprint raakt Swings ingesloten. Vijftienvoudig Europees en drievoudig wereldkampioen Yann Guyader uit Frankrijk haalt het, voor de Italiaan Fabio Francolini en de Nederlander Gary Hekman. „De Nederlanders rijden mij gewoon klem in de sprint”, knarsetandt Swings direct na de finish. „Ze starten met een ploeg van veertien man, maar ze koersen niet. Ze blokkeren gewoon de weg, zodat niemand er door kan. Zo gaan ze nooit winnen. Ik voelde mij de sterkste van de groep, ook al had ik maar vijf ploegmaats. Ik denk dat ik gewonnen zou hebben.”

Net na de finish koelt Swings zijn woede op een dranghek. „Bart kan niet tegen zijn verlies”, weet trainer Jelle Spruyt, die Swings al vijf jaar begeleidt. „Zelfs als we op stage een spelletje voetbal of kaart spelen, doet hij er alles aan om te winnen. Verliezen, het is over zijn lijk. Hij had tot zaterdag nog maar één wedstrijd verloren in het afgelopen seizoen.”

Bart Swings is een zondagskind. Een onopvallend, pezig mannetje. Een beetje verlegen ook. Combineert een skeelercarrière aan de wereldtop met een studie voor Burgerlijk Ingenieur. Heeft nog nooit iets gebroken, een unicum in zijn derde jaar professioneel skeeleren. Traint nog altijd op vijf kilometer van zijn thuis in Herent, op een krakkemikkige piste die de laatste dertig jaar niet meer is opgeknapt. En domineert nu op zijn dooie gemak de EK. „Ik heb dit seizoen eigenlijk maar één doel, en dat zijn de WK”, glimlacht Swings. „Leuk dat het hier zo goed gaat, maar ik heb eigenlijk niet gepiekt.”

De 20-jarige Vlaming is in elk opzicht een uitzonderlijk talent. „Bart is een unieke skeeleraar, omdat hij zeer snel is voor een lange-afstandsrijder”, zegt Spruyt. „Zijn start is zwak, maar als je een ronde op snelheid meet, rijdt hij even snel als een sprinter. Alleen kan hij dat tempo twee ronden volhouden, terwijl een echte sprinter na één ronde helemaal stuk zit.” Ook tussen de oren is Swings de gedroomde pupil. „Bart kan ongelofelijk afzien”, vervolgt Spruyt. „Hij wil constant het tempo maken. Tijdens de puntenkoers heeft hij de hele race op kop gereden. Iedereen rijdt tegen hem, maar daar trekt hij zich niets van aan.” Ook zijn geldingsdrang is ontzaglijk. „Elke wedstrijd is belangrijk voor Bart”, aldus Spruyt. „Hij wil overal tonen dat hij niet zomaar wereldkampioen is geworden. Veel Amerikaanse rijders zie je alleen op de WK. Bart wil altijd goed zijn.”

Swings' fysieke mogelijkheden zijn fenomenaal. „Hij heeft al eens een marathon gereden met een gemiddelde hartslag van 191 slagen per minuut”, merkt ploegmaat Ferre Spruyt op. „Laten we zeggen dat ik die wedstrijd een goede dag had”, glimlacht Swings verlegen.

Swings' uitzonderlijke talent bleek ook afgelopen winter, toen hij zich voor het eerst op het ijs waagde. „Het schaatsen was eigenlijk bedoeld als een soort afleiding, om te variëren in zijn trainingsschema”, verklaart schaatscoach Marc Otter, die Swings op het ijs begeleidt. „Maar het werd al snel meer dan een uitstapje. Omdat hij op training direct behoorlijk op dreef was, hebben we hem ingeschreven voor een internationale wedstrijd in Erfurt. Hij reed direct mee met de besten, en hij kwalificeerde zich prompt voor de EK langebaanschaatsen, in Collalbo. Dat is ongezien voor iemand die nog maar twee weken schaatst.”

Ook in Collalbo toont Swings zijn potentieel. Hij wordt negende op de 1.500 en twaalfde op de 5.000 meter. In de daaropvolgende wereldbekerwedstrijd in Salt Lake City verbetert Swings het negen jaar oude Belgische record van Bart Veldkamp op de 10.000 meter. „Bart voelt het ijs goed aan,” aldus Otter. „Skeeleren en schaatsen lijken wel op elkaar, maar er zijn toch verschillen. In het skeeleren kun je puur op kracht een bocht trekken, als je dat bij schaatsen doet vlieg je onherroepelijk uit de bocht. Die timing is zeer moeilijk te coachen. Je hebt het of je hebt het niet. En Bart heeft het, absoluut.”

België is nochtans absoluut geen skeelerland. „Op de piste waar we trainen steken de ijzerstukken uit het beton”, grinnikt coach Spruyt. Ook het schaatsen staat in België nog in de kinderschoenen. De Belgische schaatsbond heeft niet eens een website, al wordt er wel aan gewerkt. „We krijgen vooral ondersteuning van de Vlaamse rollerbond”, zegt Swings. „Voor de schaatstrainingen moeten we naar Eindhoven of Duitsland.”

Het gemak waarmee Swings de aansluiting met de wereldtop maakt, doet naar meer smaken. „Vanaf deze winter gaan we voluit voor het schaatsen”, zegt Jelle Spruyt. „De WK skeeleren van volgend jaar laten we lopen, om goed het winterseizoen te beginnen.” Al is het niet de bedoeling om met skeeleren te stoppen.

„Bart was zonder het skeeleren nooit een goede schaatser geworden”, vindt Otter. „Die combinatie maakt hem sterk. Hij mag ook zeker niet alles op het schaatsen zetten. Hij is juist sterk geworden door schaatsen en skeeleren te combineren.”

„Swings mag absoluut ambitie hebben”, stelt Otter. „De Olympische Spelen van Sotsji in 2014 komen te vroeg om voor het podium te gaan. Hij moet zich richten op de Spelen van 2018. Hij is dan 27, de perfecte leeftijd om een medaille te winnen.” Een heuse uitdaging, waarvan de Belg zelf nog het minst lijkt wakker te liggen. „Ik zie wel hoe het gaat.”