Afrika stelt top over hongerhulp uit

Vergeet honger, oorlog en geweld, groei is het nieuwe nieuwe gezicht van Afrika, zeiden de Afrikaanse leiders. Maar een snelle top om hulp te organiseren is uitgesteld.

Europese landen zamelen geld in en westerse hulporganisaties delen voedsel en medicamenten uit. Maar wat doet Afrika eigenlijk zelf aan de hongersnood in Somalië, Kenia en Ethiopië? De leiders van de Afrikaanse Unie zouden morgen bijeen komen om geld te werven voor humanitaire hulp. De donorconferentie was op 30 juli al aangekondigd. Maar afgelopen week werd de top met ‘ten minste twee weken’ uitgesteld: het bleek te kort dag om alle staatshoofden bij elkaar te krijgen, meldde een woordvoerder van de regionale organisatie vrijdag.

„Reken maar uit hoeveel mensen er in die twee weken komen te overlijden”, zegt de Keniaanse mensenrechtenspecialist Shadrack Gutto, hoogleraar aan de Universiteit van Zuid-Afrika. „De Afrikaanse Unie heeft traag en inadequaat gereageerd”, vindt hij. „We wisten al een half jaar dat de droogte desastreus was. Waarom is niet eerder actie ondernomen?”

Onder leiding van toenmalig president Thabo Mbeki van Zuid-Afrika werd in 2002 de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAU) ingeruild voor de Afrikaanse Unie (AU). Terwijl de OAU zich voorstond op het principe van non-interventie, besloot de AU onder het mom van Mbeki’s hoop op een ‘Afrikaanse renaissance’ tot het grondbeginsel van ‘non-indifference’ (niet-onverschilligheid). „In het licht van deze verplichting is laksheid bij zo’n verwoestende tragedie onverantwoordelijk en onvergeeflijk”, schreef de Ethiopische AU-analist Solomon Dersso.

Het sentiment leeft: opinieleiders in kranten van Zuid-Afrika tot Kenia hebben kritiek op de trage reactie van de Afrikaanse politiek op de voedselcrisis. Diezelfde politici trokken de laatste jaren de wereld rond om een nieuw Afrika te presenteren: een continent met een razendsnel groeiende middenklasse, waar het goed investeren is. Van de tien snelst groeiende economieën in de wereld, liggen er volgens het IMF zes in Afrika. De bekende beelden van honger, oorlog en geweld waren voor even van de radar. Nu ziet Afrika er weer uit zoals de wereld Afrika kende.

Maar is het niet wat veel gevraagd van landen die zelf nog deels afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp om een bijdrage te leveren? Onderzoeker Lyndsey Duff van het Zuid-Afrikaanse Institute for Global Dialogue vindt van wel. „Ik begrijp dat de rest van de wereld kritiek heeft, maar er zijn maar weinig landen in Afrika die de middelen hebben om te helpen. Er is geen institutionele capaciteit om op dit soort crises te reageren.” Hetzelfde geldt voor de AU, zegt Duff. Slechts vijf Afrikaanse landen dragen financieel bij aan de AU.

Zuid-Afrika, de grootste economie van het continent, heeft tot nu toe 102.000 euro gedoneerd voor noodhulp. Het land had dit jaar een fors maïsoverschot, waarvan 300.000 ton is uitgevoerd naar onder andere Zuid-Korea en Japan. Boerenorganisaties willen nu toestemming om maïs te produceren voor biobrandstof. Via een sms-actie brachten particulieren in Kenia iets meer dan 1,1 miljoen euro bijeen, Soedan heeft 1,7 miljoen euro bijgedragen, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank ruim 350.000 euro en de Afrikaanse Unie 210.000 euro.

De AU heeft in Somalië bovendien 9.000 vredessoldaten gestationeerd, die de expliciete opdracht hebben gekregen hulpverleners en voedseltransporten te beschermen. „Zonder die vredesmacht was de nood misschien nog groter geweest”, meent Henning Snyman van het South African Institute of International Affairs. „Maar het probleem blijft dat Afrika zelden met één stem spreekt. Net als eerder dit jaar in Ivoorkust en in Libië laten we nu opnieuw het Westen onze problemen oplossen.”