Aan Obama kleeft nu etiket: president van de afwaardering

Barack Obama is voortaan een president in nood. Op zijn conto staat een mislukking extra: afwaardering van de VS. Zijn banenplan en belofte van hoop sneefden al eerder.

President Obama trok zich dit weekeinde terug in Camp David, zijn buitenverblijf in Maryland, en liet niet van zich horen. Hij liet campagnemedewerkers en partijgenoten de mediastrijd voeren over de grote schuldvraag: wie is verantwoordelijk voor de afwaardering, afgelopen vrijdag, van de Verenigde Staten van Amerika door kredietbeoordelaar Standard & Poor’s?

Tot dusver slaagde Obama er betrekkelijk goed in om niet als enige de zwarte piet toegeschoven te krijgen in de blame game over de ongekende schuldencrisis van zijn land. Na het uiterst moeizaam bereikte compromis over verhoging van het schuldenplafond, eerder deze maand, kregen vooral ruziënde Congresleden de schuld van Amerikaanse kiezers, zo bleek uit peilingen. Maar nu de VS in Obama’s eerste termijn hun sinds 1917 gekoesterde AAA-status zijn kwijtgeraakt, dreigt de president alsnog zwaar beschadigd campagne te moeten voeren voor zijn herverkiezing volgend jaar.

Democratische politici traden zaterdag en zondag op in praatprogramma’s om de schade te beperken. „Zonder twijfel is dit de afwaardering van de Tea Party”, zei de invloedrijke Democratische senator John Kerry, verwijzend naar de conservatieve groepering die het compromis over het schuldenplafond trachtte tegen te houden. Maar Republikeinse presidentskandidaten beschouwen de beslissing van Standard & Poor’s als een krachtig campagnewapen tegen Obama. „Dit is gebeurd onder uw toeziend oog”, hield Michele Bachmann, gelieerd aan de Tea Party, de president voor. „We zouden Barack Obama als president van de VS moeten afwaarderen”, zei Tim Pawlenty, voormalig gouverneur van Minnesota.

Obama, de president van de downgrade – het is een etiket dat verder voeding geeft aan het Republikeinse campagneverhaal over het economisch falen van de Democraat. De resultaten van Obama’s ongekend omvangrijke stimuleringsprogramma van 2009, ter waarde van meer dan 800 miljard dollar, stellen teleur. Het aantal banen ligt nu lager dan voordat het programma in werking trad. Daarnaast droeg het programma bij aan de enorme schuldenlast van de Amerikaanse staat en aan het slechte nieuws van vrijdag.

Hoe de afwaardering de populariteitscijfers van de president heeft beïnvloed, is nog niet bekend. Uit een overkoepelende peiling van de website Real Clear Politics, gebaseerd op gegevens van voor het weekeinde, blijkt dat meer kiezers ontevreden zijn over Obama’s prestaties (49,4 procent) dan tevreden (44,6 procent).

Nog steeds vinden de meeste Amerikanen Obama sympathiek als persoon, blijkt uit andere peilingen. Bovendien is uit de reeks Republikeinse kandidaten nog geen duidelijke leider naar voren gekomen. Maar de voortdurende nieuwsstroom over de pijnlijke financiële problemen van de Amerikaanse staat, en de aanhoudend slechte werkloosheidscijfers, maken dat Obama’s perspectief van ‘hoop’ en ‘verandering’ zich tegen hem keert: zijn beloftes zijn nu mislukkingen.

Vorige week kroop Obama tijdens een fondsenwervingsbijeenkomst in Chicago zelf in het defensief „Toen ik zei, Change we can believe in, zei ik niet: verandering waarin we morgen kunnen geloven. En niet: verandering waarin we volgende week kunnen geloven. We wisten dat dit tijd zou gaan kosten, omdat we die grote, rommelige, moeizame democratie hebben.” ‘Yes we can’ is ‘Hey, we might’, geworden, concludeerde New York Times-columniste Maureen Dowd.