De Achttien mensen van Sanne

Zo, hoe gaat het hier? Sanne kijkt ongemakkelijk van mij naar het lege balkon. Ze vindt me raar, denk ik. Misschien zelfs een beetje irritant.
‘Wacht even’, zei ze toen ik vijf minuten geleden aanbelde en uitlegde dat ik onuitgenodigd langs ga bij feestjes om te zien of ik welkom ben. Een halve minuut later kwam ze weer naar beneden, ze knikte kort. Kom maar even binnen. Met een nadruk op even. Achttien hoofden draaiden mijn kant op toen ik het Groningse appartement binnenliep. Ik stak mijn hand op. Hai. De hoofden knikten zoals Sanne dat zojuist gedaan had. Kort, zakelijk bijna. Nou, welkom op mijn house-warming, zei Sanne stug. Ze wees me de tafel met drank en chips en voegde zich bij een groepje giechelende meisjes.
Met een witte wijn in mijn hand liep ik naar het balkon, naar de rokers, meestal toch de gezelligste mensen. Er waren geen rokers. Er was alleen een dikke duif, op de balkonkast schuilend voor de regen.

En nu staat Sanne naast me. Zelfverzekerd in witte feestblouse met zwart giletje. Ze vraagt wat ik nou precies bedoelde met dat welkom zijn. Ik zeg dat ik het leuk vind om nieuwe mensen te ontmoeten. Dat ik hoop dat iedereen in eerste instantie overal welkom is en dat ik dat als het ware test.
Één keer langskomen, heeft dan toch geen zin?, schampert ze.
Één keer, dat is net als niks.
Maar al die mensen die je maar één keer ontmoet in je leven, werp ik tegen, die betekenen toch iets?
Sanne denkt even na. Schudt dan haar hoofd. Ze gebaart naar de mensen achter haar in de kamer. Die, die betekenen iets. Mijn oma zei altijd: tien goede mensen, meer heb je niet nodig. En kijk, ik heb er achttien.

Ik kijk naar de achttien mensen van Sanne. Een tevreden vriendengroep van eind twintigers, knagend op paprika chips, langzaam samen dronken wordend op zoete witte wijn, zoals ze dat waarschijnlijk al jaren doen. Mensen met startersbanen en toekomstplannen. Mijn generatie. Klagend over de regen deze zomer. Levend naar de levenslessen van een Hollandse oma. Mensen betekenisloos vindend, tenzij ze op de vakantiefoto’s staan die ik in de gang zag hangen. Gillend van pret met zijn achttienen van een woeste rivier raften. Je reinste verbondenheid.
Ik herinner me een quote van Einstein waarin hij zegt dat het een zwaktebod is alleen liefde te voelen voor een paar mensen in je onmiddelijke nabijheid. Dat we onszelf beperken door ons in groepjes af te zonderen. Ik vraag Sanne wat ze daarvan vindt.
Ze lacht. Ja hallo, jij bent Einstein niet. En trouwens, ik denk niet dat Einstein bij vreemden aanbelde om mee te feesten. Ik zou hem niet eens binnenlaten, voegt ze er zachtjes aan toe. Met dat rare haar.
Misschien, zeg ik, onaardiger dan ik van plan was, was het wel een dichte deur die Einstein tot zijn uitspraak inspireerde. Sanne haalt haar schouders op. Einstein had heus wel genoeg vrienden.

Ze kijkt me ernstig aan nu. Misschien is het beter als je gaat. Ik voel me niet zo relaxed met jou hier op het balkon. Het is niet relaxed als iemand er zo alleen bij staat, snap je?
Ik snap het.
Een minuut later sta ik buiten. Als ik nog een keer achterom kijk zie ik Sanne in het raam staan. Misschien controleert ze of ik werkelijk vertrek. Misschien ook niet.
Ik steek mijn hand op en glimlach vriendelijk in de hoop dat ze zich onbeschrijflijk schuldig zal voelen. Aarzelend zwaait ze terug. Dan draait ze zich snel om naar haar achttien mensen.

    • Marjolijn van Heemstra