Zichtbaar jezelf zijn

Nu bijna iedereen een tatoeage onder de kleren heeft, is een tattoo in de nek de nieuwe trend. ‘Op mijn werk plak ik er een pleister over.’

NEW YORK, NY - APRIL 29: Singer Rihanna attends the Reb'l Fleur fragrance launch at Macy's Herald Square on April 29, 2011 in New York City. Slaven Vlasic/Getty Images/AFP AFP

De tijd dat mensen een onopvallend roosje op hun enkel of schouder lieten tatoeëren is voorbij. Tegenwoordig verschijnen tattoos op prominentere plaatsen: in de hals of de nek.

Kijk maar naar de sterren: voetballer David Beckham heeft een groot kruis met vleugels in zijn nek, zijn vrouw Victoria heeft van haar haargrens tot ergens tussen haar schouderbladen een Hebreeuwse zin laten tatoeëren. Bij zanger Robbie Williams staat een sierlijke ‘B’ achter zijn oor (van Betty, zijn oppas) en zangeres Rihanna heeft in haar nek de woorden ‘rebelle fleur’ staan. Ook in de modellenwereld is de nektatoeage geen taboe meer. Het Deense supermodel Freja Beha heeft aan de linkerzijde van haar hals ‘float’ in schrijfletters getatoeëerd. En model Amanda Moore heeft achterin haar nek een kleerhangertje.

Maar wie er op let, ziet het overal op straat: de caissière bij de supermarkt, een zakenman in pak en het jonge meisje in de kroeg.

Cijfers zijn er niet, maar vaststaat dat de tatoeage een modeverschijnsel is geworden. Mensen nemen niet langer alleen een tattoo op een plaats waar ze die gemakkelijk kunnen verbergen. Groter en zichtbaarder is de trend. Immers, als iedereen al (onzichtbare) tatoeages heeft, moet je iets nieuws doen om je te onderscheiden. De hals- en nektatoeage is er in allerlei varianten: groot, klein, net achter het oor, schuin voorin de hals, recht aan de voorkant. Vaak zijn het teksten. Zinsnedes, een naam of een enkel woord. Letters, figuurtjes.

De 20-jarige Sara Corstens uit Tilburg liet een G-sleutel achter haar oor tatoeëren, vanwege haar liefde voor muziek. „Vandaar ook die plek”, zegt de zangeres. Corstens is „superblij” met haar tattoo, maar tijdens haar werk bij Rituals, waar ze verzorgingsproducten verkoopt, moet ze er een pleister overheen plakken. „Winkels worden niet graag geassocieerd met tatoeages. Als ik mijn haar los laat hangen zou je hem niet zien, maar in de winkel moeten we ons haar opsteken.”

Ook Susanne van Vliet (31) uit Leiden bedekt haar tatoeage, als dat nodig is. Zij is projectmanager bij een ingenieursbureau en heeft achterop haar nek, precies in het midden, een lijntekening van een aapje. „Met langer haar zou je hem niet zien. Maar ik houd het altijd lekker kort. Voor mijn werk heb ik veel contact met klanten. Als ik het vermoeden heb dat iemand er aanstoot aan neemt of opmerkingen gaat maken, doe ik een sjaaltje om. Niet dat ik me ervoor schaam, maar ik ontloop het liever.” Van Vliet zou nooit een tatoeage aan de voorkant van haar hals nemen, zegt ze. „Als je dan iemand de hand schudt gaat alle aandacht naar de tattoo en heb je niet de kans om een fatsoenlijke eerste indruk achter te laten.”

Zwaartekracht

De nektatoeages in Nederland zijn, in vergelijking met het buitenland, nog relatief onschuldig. De plek hoog achterin de nek is het populairst, vertelt Henk Schiffmacher, de bekendste tatoeëerder van Nederland. Forse tattoos aan de voorzijde van de hals komen minder vaak voor. De tatoeëerder ontraadt het zijn klanten ook vaak. „De hals is een moeilijke plek om te tatoeëren. De huid is daar heel rekbaar, het wordt al gauw een rommeltje. Zeker met die gedetailleerde tatoeages die mensen tegenwoordig willen. Zo’n priegelig ding, dat kan gewoon niet in je hals. Als je je hoofd omdraait, is het hele plaatje vertekend.”

Schiffmacher noemt nog een factor waar je rekening mee dient te houden. „In de hals krijg je vroeg of laat te maken met de zwaartekracht”, zegt hij. Hij laat een bulderende lach horen. „Kijk, als je strak in je vel zit, kan het nog wel. Maar wat als er plooien komen, mevrouw? Dat is toch geen gezicht. Ik probeer mensen uit te leggen dat ze niet forever young zijn.”

Er zijn wel mensen met grote, extreme nektattoos, maar die zitten vaak al helemaal onder de inkt. Sil Deijs, tatoeëerder bij de Players Club in Maastricht, zet naar eigen zeggen nooit zomaar een tattoo in de hals of nek bij iemand die verder „blanco” is. „Zo’n opgeschoten ventje die alleen een tattoo in zijn nek wil om ruig te zijn, stuur ik weg. ‘Ga eens naakt voor de spiegel staan’, zeg ik dan, ‘en bedenk hoe je eruit ziet met zo’n plakkaat in je nek’.”

Volgens Schiffmacher hebben tatoeëerders en mensen die in de branche werken vaak „de be-hoefte om hun tattoos te etaleren”. Als hun lijven vol beginnen te raken, wijken ze uit naar hun hals.

Zo ging het ook bij kapster Sabina Dik. Op haar zestiende begon ze met een klein sterretje op haar pols. Nu, elf jaar later, is ze een wandelend kunstwerk met een volledig getatoeëerde arm en tattoos op haar benen, vingers, rug, schouders, sleutelbenen en hals en nek. „Ik vind het gewoon mooi”, zegt ze. „Ik ben trots dat ik mezelf durf te zijn in dit land van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Het is mijn leven, ik doe wat ik wil.” Maar de vele negatieve reacties, op straat of waar ze dan ook komt, vallen haar zwaar, geeft ze toe. „Mensen schrikken. Ik heb vaak de indruk dat degenen die mijn tatoeages wel mooi vinden, dat niet durven zeggen. Maar de mensen die het niet mooi vinden willen me dat juist heel graag laten weten. Zij willen me ook altijd aanraken. Zij vinden dat ik dat maar moet incasseren, omdat ik er zelf voor gekozen heb.”