Voetbal in de Andes

Fotograaf Kadir van Lohuizen (1963) reist in veertig weken van het zuiden van Vuurland, over de Pan-American Highway, naar Alaska. Hij bezoekt de vele migranten die langs de route leven en werken. Deel 5 van een tweewekelijkse rubriek.

Ulises de la Cruz meets his aunt Maria Olga de LaCruz (75) in Piquiucho. She lives wirth her husband in one of the new houses that Ulises donated to the village. In the north of the Ecuadorian Andes deep hidden in the Chota valley are some African communities, descendants of slaves. Its dry and relatively warm. Ulises de La Cruz is from the Piquiucho and one of Ecuador's star soccer players. The valley has actually produced many good players. Ulises lives nowadays in Quito, but decided with the fortune he made to give something back to the community, so he created 'FundeCruz', a foundation that builds houses, build a clinic and a school. He also provides micro credit. He comes often to the village to see family and friends. Kadir van Lohuizen / NOOR

Bij Ecuador dacht ik altijd aan panfluitspelers hoog in de Andes, niet aan Afrikaanse gemeenschappen. Je moet even zoeken, maar ze zijn er, verstopt in een vallei in het noorden niet zo ver van de grens met Colombia.

Hoe de Afrikaanse migranten er terecht zijn gekomen, is niet duidelijk, maar dat het niet op vrijwillige basis was, is zeker. Het waren slaven op de suikerrietplantages in de Chota-vallei. Het zijn arme, maar hechte gemeenschappen. Vergeten zijn deze gemeenschappen niet, want de vallei is al jaren dé kweekvijver voor Ecuadoriaans voetbaltalent.

Ulises de La Cruz, een van de stervoetballers van Ecuador, heeft met zijn 37 jaar een lange staat van dienst. Hij komt niet alleen uit voor Liga Quito, maar ook voor het nationale elftal en in het verleden voor Aston Villa en Birmingham.

Ulises is geboren in Piquiucho in de vallei, maar woont met vrouw en kinderen in Quito. Zijn dorp is hij niet vergeten; met zijn fortuin heeft hij FundeCruz opgericht en financiert projecten in Piquiucho en de vallei: een kliniek, 150 huizen, de school en een sportcomplex.

Ik ga mee met Ulises naar zijn dorp. Bij aankomst staan vrienden en familie te wachten om hem te begroeten. Met een lange schare fans achter hem inspecteert hij de voortgang van de huizenbouw. Op de hoek van de straat klinkt een kreet van blijdschap als een vrouw Ulises ziet. Het is Maria Olga de La Cruz, zijn 75-jarige tante die in een door Ulises gebouwd huis woont. Ze sluit hem liefkozend in haar armen.