Vermoorde onschuld

Nol van Wesel en Max Kannewasser: swingnozems van de jaren 30.

Swing me to the end of lifeNed. 2, 14.10-15.00 uur

De swingnozems van de jaren dertig waren ze, twee jongens met een gitaar die als ware jeugdidolen vrolijke liedjes zongen. Meneer Dinges weet niet wat swing is was hun grootste hit. Johnny & Jones noemden ze zich. Hun echte namen waren Nol van Wesel en Max Kannewasser en ze waren joods. Ze gingen naar Westerbork, mochten midden in de oorlog nog één keer om onduidelijke redenen terug naar Amsterdam (waar ze, waarschijnlijk clandestien, nog een paar plaatopnamen hebben gemaakt) en crepeerden vlak voor de bevrijding in het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Swing me to the end of life, een documentaire van Erga Netz en Izzy Abrahami die zondagmiddag te zien is, vertelt dit ware verhaal via zeldzaam archiefmateriaal en herinneringen van de weinige tijdgenoten die er nog zijn. Maar het wordt ook vermengd met beelden van een theatersolo die de Amerikaanse acteur David Natale over Johnny & Jones heeft gemaakt, en repetitieopnamen van de ietwat hybride voorstelling Meneer Dinges die het Amsterdams Kleinkunstfestival in 2009 over het duo presenteerde. Dat is nogal verwarrend en ook niet bepaald relevant meer, want die voorstelling is destijds slechts twee weken gespeeld. Wel is daarvan zondagmiddag 21 augustus nog een tv-registratie te zien.

In elk geval toont ook deze documentaire hoe aangrijpend de tegenstelling is tussen het aanstekelijke niks-aan-de-handrepertoire van Johnny & Jones en hun gruwelijke geschiedenis. Een navranter nummer dan het lieflijk bedoelde Westerbork Serenade, dat ze tijdens dat raadselachtige verblijf in Amsterdam nog op de plaat konden zetten, laat zich niet indenken.

Henk van Gelder

    • Henk van Gelder