Raadsel van de twee gezichten van de maan opgelost

Achterzijde van de maan. Foto NASA

De aarde heeft misschien een tijd twee manen gehad. Eén ervan is op de huidige maan gevallen en heeft toen het zo opvallende verschil tussen haar voor- en achterzijde veroorzaakt. Dat suggereren twee Amerikaanse astronomen in Nature van 4 augustus.

De astronomen Martin Jutzi en Erik Asphaug zouden daarmee een van de grootste raadsels van de maan zouden hebben opgelost. Dat is het raadsel dat het deel dat naar de aarde is gericht veel vlakker is en lager ligt dan de bergachtige, sterk bekraterde achterzijde. Die achterkant heeft ook een dikkere korst en aan andere samenstelling.

De maan is waarschijnlijk gevormd uit materiaal dat na een botsing tussen de proto-aarde en een object ter grootte van Mars de ruimte in werd geslingerd en daar weer samenklonterde. Volgens Jutzi en Asphaug zou in dit puin echter ook een tweede, kleiner object – ongeveer een derde zo groot als de maan – kunnen zijn ontstaan. Daarop wijzen computersimulaties van dit botsings- en samenklonteringsproces.

Deze tweede satelliet zou een kleine honderd miljoen jaar met de maan mee om de aarde kunnen hebben gedraaid en uiteindelijk met een relatief geringe snelheid op zijn grotere broer zijn gevallen. Daardoor ontstond geen groot inslagbekken, maar werd één halfrond bedekt met een puinlaag van enkele tientallen kilometers dikte.

Computersimulaties hiervan laten zien dat er zo inderdaad een laag kan ontstaan waarvan de dikte en de omvang overeenkomt met de afmetingen van de huidige hooglanden op de achterzijde van de maan.

George Beekman

    • George Beekman