Papier van de prairie

Ontwerpster Christien Meindertsma maakt papier van woestijngras.

Het ruikt sterk naar gras in het atelier van Christien Meindertsma in de Rotterdamse binnenstad. Het is de geur van de Nachusa Grasslands, een stuk Amerikaanse prairie in de buurt van Chicago. Daar speelde zich het nieuwste experiment af van de altijd vindingrijke ontwerpster.

Het zijn de grote dikke vellen geschept papier die zo ruiken, 49 stuks in evenzoveel nuances van groen, geel, bruin, crème. Ze zijn gemaakt van planten die op die prairie groeien en hebben romantische namen als pokeweed, arrow feather, Indian grass, cream wild indigo en pale purple coneflower. Ze heeft er een boek van gemaakt, een portret van de prairie in papier.

De Nachusa Grasslands zijn een project van The Nature Conservancy, een landelijke natuurbeschermingsorganisatie. In Illinois koopt de organisatie stukje bij beetje maïsakkers op om de prairie in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. „Ik had al eerder samengewerkt met The Nature Conservancy”, vertelt Meindertsma. „Voor de tentoonstelling ‘Design for a Living World’ heb ik een kleed gebreid van wol van een duurzame schapenboerderij die zij beheren in de staat Idaho.” Die tentoonstelling begon in New York en reisde daarna naar het Field Museum for Natural History in Chicago, waar die nu nog te zien is. „The Nature Conservancy stelde voor om daar iets lokaals aan toe te voegen.”

In september vorig jaar is ze er vijf dagen heen gegaan. „Een prachtig landschap, in het najaar bedekt met een soort zachte vacht van begroeiing, in het voorjaar wild als de brand eroverheen jaagt. Brand is daar onderdeel van het ecosysteem.” Ze kreeg een lijst van de vijftig belangrijkste ‘oerplanten’ van de graslanden. Met behulp van de vrijwilligers van de Nature Conservancy is het gelukt om van alle vijftig soorten exemplaren te vinden. „De eerste dag ging ik in m’n eentje eropuit en kwam ik thuis met de helft onkruid. We helpen je wel, zeiden ze.”

Begin dit jaar ging Meindertsma terug om samen met papiermaker en -restaurateur Andrea Peterson de planten tot papier te verwerken. „Het was een sprong in het diepe. Het was nooit eerder gedaan en niemand wist of het kon. Gelukkig was Andrea erop toegerust, met grote ‘heksenketels’ in de buitenlucht om de pulp in te koken en te vermalen. Zonder haar was het nooit gelukt.” Van één plant bleef er niet genoeg over, van een aantal andere was er maar net genoeg om één vel te maken.

Vervolgens ging alles mee terug naar Nederland. Een bedrijf in Westzaan sneed met een laser de namen van de planten en het nummer – 1 t/m 49 – eruit.

Op tafel ligt een plastic zakje vol losse letters die na het laseren overbleven. „Ik zou graag die letters als een soort zaadbommen proberen te planten. Maar dat moet ik niet in Nederland doen, want hier zijn het exoten.”

Op het laatst heeft ze ervan afgezien de vellen te binden; het werd onhandelbaar. Dus heeft ze de bladen alleen tussen kaften van karton gelegd dat ze zelf maakte van alle resten pulp door elkaar. Anderhalve maand geleden werd ze uitgenodigd voor een sponsorgala in het Field Museum, waar het boek nu tot medio november te zien is. (De vellen in haar atelier zijn proefvellen.)

Dat het boek geveild zou worden, kreeg ze vlak van tevoren te horen. „Het ging zo snel dat ik er niet eens een foto van heb.” Het is voor 12.000 dollar gekocht door een particuliere verzamelaar die veel aan het Art Institute van Chicago heeft geschonken – ook het prairieproject wordt daar in de collectie opgenomen.

„Ik zou heel graag een tweede boek maken, maar dan met alle 750 plantensoorten van de Nachusa Grasslands. En ik wil vooral verder gaan met onderzoek naar het industrieel gebruik van gras voor het maken van papier. Kennelijk is het nog steeds goedkoper om daarvoor bomen om te hakken, maar dat is natuurlijk idioot.”

Designing for a living world is tot en met 13 november te zien in het Field Museum in Chicago, fieldmuseum.org