Met breken, boren, bikken en krabbelen komt de mosasaurus uit het gesteente

De werkplaats van het Natuur Historisch Museum Maastricht. Hier werkt paleontoloog Anne Schulp aan o.a. een project omtrent de mosasaurus waarvan restanten zijn gevonden in Maastricht en momenteel in Angola. Foto: Peter de Krom

Zes verschillende zagen hangen op een rij in de goed verstopte werkplaats van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Het is niet het eerste gereedschap waar je aan denkt bij het voorzichtig loswerken van versteende botjes, schelpjes, tandjes en andere overblijfselen van dieren en planten uit gesteente van 65 miljoen jaar oud. “Maar destructief onderzoek is natuurlijk vreselijk leuk”, zegt huispaleontoloog Anne Schulp opgewekt.

Schulp en gespecialiseerde vrijwilligers werken op deze bescheiden werkplaats aan een groot metalen bureau. Eromheen ligt een doolhofje van houten ladekasten vol fossielen. De vondsten komen uit de ondiepe tropische binnenzee die tegen het einde van het tijdperk van de dinosaurussen rond Maastricht lag. Schulp werkt nu aan fossielen uit Angola, even oud als de fossielen uit het Maastrichtien (71 tot 65 miljoen jaar geleden).

De zeehagedissen (mosasaurus), waar Maastricht onder paleontologen beroemd om is, leefden verspreid over de wereldzeeën. Schulp heeft de skeletten nog geen jaar geleden uit de Angolese zandrotsen gehakt. Hij gebruikte onder meer een boorhamer van de bouwmarkt en verpakte de fossielen in gipsverband, net als een gebroken arm. “Tijd in het veld is kostbaar”, zegt Schulp. “Daarom gebruik je bij het uithakken grof gereedschap waarmee je snel kunt werken en op ruime afstand van de fossielen.”

Schulp pakt eerbiedig een afgietsel van een snuitpuntje van een mosasaurus tussen twee vlakke handen. “Het mooie is dat deze fossielen niet door haaien uiteen zijn gerukt. Dit is Carinodens, een mosasaurus die we ook hier in Zuid-Limburg hebben gevonden. We misten de flippers en een groot deel van de staart en van de snuit hadden we alleen een klein fragment en een paar losse tanden. Daardoor hebben we ten onrechte geconcludeerd dat dit zeereptiel een korte bek had. Dankzij fossielen uit Angola en Marokko kunnen we ons beeld van de Maastrichtse zeereptielen bijstellen.”

Voordat Schulp tot dergelijke conclusies kan komen is hij urenlang aan het peuteren en pulken. “Hoe dichter je bij het fossiel komt, hoe fijner het gereedschap”, zegt hij. Dit betekent dat de boorhamer wordt ingewisseld voor tandartsgereedschap. Met een pneumatisch boortje dat doet denken aan een tandartsboor worden de grootste stukjes losgebikt. Aan het nog fijnere werk komt een tandartshaakje te pas. Waarom juist dat instrument? Schulp: “Op een of andere manier werkt zo’n haakje fijn als je iets los wilt bikken uit kleine hoekjes en gaatjes. Probeer het zelf maar eens, zo moeilijk is het niet.”

Door geduldig krabbelen komen de verkitte zandkorrels uit de uitlopers van de Namibische woestijn in Angola inderdaad vrij makkelijk los van het mosasauruskaakje. “Als je wilt doorwerken, dan is het nuttig dat je de anatomie van de beesten kent”, zegt Schulp. “Zo weet je: oh, die rib loopt daar zo en zo verder, dan kan ik hier meer kracht zetten. Natuurlijk moet je voorzichtig zijn. Van sommige fossielen wordt gezegd dat je de initialen van hun preparateur erin kunt terugvinden. En dat is niet bedoeld als compliment.”

Het onderzoek van Schulp had altijd al een hoog klusgehalte. Zeven jaar geleden bouwde hij met touw, strips en moeren van een bouwmarkt de kaak van een mosasaurus na om te bestuderen hoeveel bijtkracht erin zat. Dankzij samenwerking met externe laboratoria is het mosasaurusonderzoek tegenwoordig ook high tech.

Met een CT-scanner van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht heeft Schulp driedimensionale opnamen gemaakt van het binnenoor van een mosasaurus. Een collega in Dallas doet hetzelfde met fossielen die tientallen miljoenen jaren ouder zijn. Vergelijking van de binnenoren is interessant, want mosasaurussen stammen net als de walvissen af van voorouders die op het land hebben geleefd. Bij walvissen en hun voorlopers is het binnenoor, een evenwichtsorgaan, in de loop van de evolutie twee keer zo klein geworden. Schulp: “In zee heb je dat binnenoor niet nodig. Omdat je zo beweeglijk bent in de driedimensionale ruimte zou je er maar duizelig van worden. Wij zijn benieuwd of we het binnenoor ook in mosasaurussen zien verschrompelen.”

Ook het speuren naar biomoleculen behoort tegenwoordig tot het arsenaal van de mosasaurusonderzoeker. Met onderzoek in laboratoria van de universiteit van Lund hoopt Schulp aan te tonen dat het botweefsel-eiwit collageen in deze fossielen bewaard is gebleven.

De Amerikaanse paleontoloog Mary Schweizer claimde zes jaar geleden de ontdekking van collageen in het dijbeenbot van een Tyrannosaurus rex (Science, 24 maart 2005). Die ontdekking is controversieel en spectaculair: paleontologen gingen ervan uit dat al het oorspronkelijke organische in fossielen in steen verandert (fossiliseert).

Schulp: “We doen ons best om dat collageen ook in mosasaurussen aan te tonen. De eerste resultaten zijn hoopgevend.”

Michiel van Nieuwstadt

    • Michiel van Nieuwstadt