Opinie

    • Youp van ’t Hek

Lenen, lenen...

De NS vaart vandaag ook mee met de gezellige nichtenboottocht door de Amsterdamse Prinsengracht. Ik denk als laatste. Ik vrees dat het bootje langs vaart als iedereen al weg is. Gewoon een half uurtje later dan de rest. Vertraging. Door het herfstige weer zijn er bladeren in de schroef gekomen. Hadden ze niet op gerekend. Het was de laatste tijd ongewoon guur geweest voor de tijd van het jaar. Vandaar de blaadjes. En daar was de NS niet op voorbereid. Sorry.

Een woordvoerder van de Spoorwegen vertelt later dat het aan Pro Rail ligt. Te zwakke motor. Te oude schroef. Pro Rail ontkent.

Ik hoop maar dat het vandaag allemaal goed afloopt in Amsterdam. Eerlijk gezegd vrees ik een bloedbad. Vorig weekend heeft de Amsterdamse politie een stevige matpartij tussen twee brommerclubs kunnen voorkomen, maar de heren schijnen toch uit te zijn op een heuse confrontatie. En dit weekend gaat het gebeuren. Ergens in de Amsterdamse binnenstad. Stel dat het de Reguliersdwarsstraat wordt. De homostraat bij uitstek. De ene club komt met wild geraas van de ene kant het straatje binnen gereden en de andere dendert recht tegen ze in. Brullende brommers. En daar tussen honderden onschuldige, zomerse korte broekhomo’s met een glaasje koude Sancerre in de hand. Ze worden vermorzeld. Het wordt een nieuw Utøya. Wereldnieuws. Een onthutste Rutte meldt dat hij dit niet had zien aankomen, Net als Maxime en Geert. Complete verrassing. Trix is diep geraakt. Maximá, toch een beetje de nieuwe homomoeder des vaderlands, is ontroostbaar.

Terwijl ik deze fantasie op mijn beeldscherm tik schudt de financiële wereld op zijn grondvesten. Kelderende koersen. Sommige rijken worden per minuut miljoenen armer. En echte armen hoeven nergens meer op te rekenen. Vroeger werden ze door de winter geholpen door vermogende, schuldbewuste rijken, maar helaas! Die zijn failliet. Bankroet. Bankiers halen zelf het eind van de zomer niet. Ze hangen aan de bruggen over de Prinsengracht, waar boten vol joelnichten onderdoor varen. De financiële wereld kraakt werkelijk overal. Niet meer alleen in Griekenland, Ierland en Portugal, maar ook in de VS, Italië en Spanje. Uitzichtloze situaties. Regeringsleiders schreeuwen radeloos door elkaar heen. Wordt de euro opgeheven? Knalt de dollar uit elkaar? Moet je nu met je oude sieraden naar de lommerd of louche goudhandelaren? Schuldenplafonds worden opgehoogd en opgehoogd tot onneembare alpen, drukpersen kotsen het geld de wereld in. Ik leg mijn kinderen uit wat er in de jaren dertig van de vorige eeuw gebeurde. Een half brood voor zes miljoen.

„Wordt het oorlog?”, vragen mijn kinderen ongerust.„Ik weet het niet, ik ben maar een eenvoudige columnist met acht jaar Mavo”, antwoord ik bescheiden als altijd. Maar ik vertel ze dat ik wel ongerust ben. En goed ongerust ook. Ooit had ik een liedje dat Lenen, lenen, betalen, betalen heette. Dat was in 1984. Het is nu actueler dan ooit. Het begon met Scheringa met zijn gebakken luchtbankje en nu is de hele wereld eigenlijk totaal failliet. „Wordt het oorlog?”, herhalen mijn kinderen. Ik vertel ze dat ik Lenen, lenen, betalen, betalen wil gaan vertalen in het Italiaans, Grieks, Portugees, Engels, Spaans… dat ik hoop op een hit, dat heel Europa danst op dit ritmische nummer. Een hit die mij uit mijn eigen financiële shit kan trekken. Hoop ik. Bid ik. Smeek ik.

„Wordt het oorlog?”, schreeuwen mijn kinderen.

„Ja”, fluister ik verward, „het wordt oorlog. Zaterdag 6 augustus 2011! In Amsterdam. De Harley’s tegen de Davidsons. Met honderden nichten als slachtoffer. Een bloedbad en niemand weet waar de ruzie om gaat. Waarschijnlijk om geld. Of om een meisje. Alle ruzies gaan daar namelijk altijd over. Geld of meisjes! Iets anders is er niet om ruzie over te maken. Alleen de homoseksuele NS-ers hebben geluk. Zij overleven de ramp. Door technische omstandigheden waren zij namelijk een half uurtje later.”

    • Youp van ’t Hek