Landjepik helpt Afrika

Tot een Chinees Live Aid-concert, zoals in 1986 in Peking, is het nog niet gekomen, maar de hongersnood in de Hoorn van Afrika staat al wekenlang hoog op de nieuwsagenda’s van de Chinese media. De eerste ladingen hulpgoederen ter waarde van 14 miljoen dollar zijn deze week verscheept of in vliegtuigen geladen.

Dat is geen verrassing in een land met grote economische belangen in Afrika. Bovendien is China een land waar herinneringen aan de eigen hongersnoden weliswaar onderdrukt worden, maar niet zijn weggewist uit het collectieve geheugen. Sinds het eind van de jaren tachtig gebruikt China de kanalen van het door de staat gecontroleerde Chinese Rode Kruis om hulpgoederen, transportmiddelen en artsen naar droogtegebieden te sturen.

En ook nu weer is, net als 25 jaar geleden, Ethiopië de belangrijkste bestemming van Chinese hulp. Het land is een leverancier van gas aan China ter waarde van ongeveer vier miljard dollar per jaar. Met Somalië en Kenia heeft China aanzienlijk zwakkere banden. Al langer zint China openlijk op meer structurele hulp aan Somalië, om zo piraten die ook Chinese schepen aanvallen te isoleren. Maar daarvoor lijkt het nog niet de juiste methode te hebben gevonden.

Hoe dan ook, in het algemeen is China zeer trots op zijn Afrika-beleid, dat heeft geleid tot een wederzijdse handelsstroom van meer dan 100 miljard dollar. Er werd in Peking dan ook buitengewoon gepikeerd gereageerd toen de Duitse topambtenaar Günter Nooke donderdag in de Frankfurter Rundschau het vermoeden uitsprak dat grootschalige landaankopen door Chinese ondernemingen „de hongersnood in de hand hebben gewerkt”.

De Duitse Afrika-specialist blijkt een punt te hebben. De Chinese Draak geeft veel aan Afrika, maar neemt ook. Volgens het International Food Policy Research Institute (IFRI) in Washington hebben Chinese, maar ook Saoedische, Koeweitse en Zuid-Koreaanse ondernemingen sinds 2006 landbouwgronden met een totale omvang van Frankrijk opgekocht in landen als Congo, Ethiopië, Soedan en Zambia voor de productie van biobrandstoffen en palmolie.

De grootste landeigenaar in Afrika is volgens het IFRI het kapitaalkrachtige Saoedi-Arabië, gevolgd door Zuid-Korea. De Chinese bedrijven blijken met een paar miljoen hectare her en der betrekkelijk kleine spelers te zijn. Dat komt doordat China vooral geïnteresseerd is in Afrikaanse landen met een overvloed aan grondstoffen. Voor de Hoorn van Afrika met zijn lange droogtes, onoplosbare conflicten, verkeerd beleid, zwakke marktsystemen en seizoensgebonden migratie is de belangstelling aanzienlijk minder groot.

Pogingen om de „aantijgingen” uit Duitse hoek te ontkrachten, waren maar ten dele succesvol: het feit dat Chinese bedrijven landaankopen doen valt niet te ontkennen. Dat besef leidde tot een wending in het officiële verhaal. De nieuwe lijn luidt: de Chinese landaankopen zijn er juist voor bedoeld om de plaatselijke boeren nieuwe, productievere technieken aan te leren. Met andere woorden, geef China de ruimte in de Hoorn van Afrika en er zal weer gegeten en gedronken worden. Misschien nog waar ook.

Oscar Garschagen