Kabeljauw bij Nova Scotia herstelt zich van eerdere overbevissing

Versgevangen kabeljauw. Foto AP Freshly caught cod are stacked on ice waiting for shipment at a fish processing plant Monday May 1, 2006, in Portland, Maine. As of Monday, New England fishermen lost more days at sea as new commercial fishing rules took effect with the start of a new season. (AP Photo/Pat Wellenbach) AP

De kabeljauw bij New Foundland herstelt zich. Of beter gezegd: de kabeljauw voor de kust van Nova Scotia in het oosten van Canada. Dat ligt iets zuidelijker. Het verrassende nieuws werd vorige week door Nature op internet gezet. Het onderzoek van Canadese visserijbiologen werd geleid door Kenneth Frank.

De dramatisch ineenstorting van de kabeljauwpopulatie voor de Canadese oostkust geldt als schoolvoorbeeld van de gevaren van overbevissing, en algemener: niet duurzaam handelen. Na een fortuinlijke periode van ongecontroleerde visvangst stortte het bestand aan grote roofvissen zoals kabeljauw, schelvis, koolvis en heek bij Nova Scotia rond 1990 binnen drie jaar bijna volledig in. De vangst werd in 1993 verboden, maar herstel van de populaties roofvissen trad niet op.

Wel bleek dat kleinere prooivissen waarop de kabeljauwen altijd hadden gejaagd, vissen als haring, lodde en zandspiering, enorm in aantal toenamen. Dit zijn vissen die leven van zoöplankton (minuscule zwevende diertjes) en aangenomen werd dat zij zich ook te goed deden aan de larven van de – nu zeldzame – roofvissen. Ecologen noemen dit predator-prooi-omkering. Gevreesd werd dat deze het herstel van de oude ecologische situatie voorgoed zou blokkeren.

Maar het verdwijnen van de grote roofvissen bracht in de eerste plaats een ‘trofische cascade’ teweeg. De aantallen prooivissen namen toe, maar van de weeromstuit nam het zoöplankton af, en dat leidde weer tot een toename van het plantaardig plankton (algen).

De prooivissen zijn nu de dupe van eigen vraatzucht, er is tekort aan zoöplankton en hun aantallen nemen sinds 1999 weer af. Daardoor overleven meer larven van kabeljauw die geleidelijk aan steeds meer zoöplankton aantreffen. Daar leven ze van.

Het typische heen-en-weer van de cascade (dat langzaam uitdempt) is in in modellen te vangen en de ontwikkelingen bij Nova Scotia volgen de voorspellingen. Sinds 2005 nemen kabeljauw en schelvis weer toe.

Of de oude situatie terugkeert valt nog te bezien. In de overgangsperiode kunnen zich ook zomaar nieuwe soorten (exoten) vestigen. Of kwallen. En dan is er nog de klimaatverandering. Men wacht af.

Karel Knip

    • Karel Knip