Iedereen belt met elkaar, niemand heeft de leiding

Bondskanselier Merkel belt met president Sarkozy en deze met premier Zapatero. Maar het intergouvernementele crisismanagement in de eurozone lijkt op zijn grenzen te stuiten.

Brussel is deze zomer even uitgestorven als andere jaren. Ook in deze hectische maand van onrust op de markten en ongekende druk op de euro zijn de meeste bureaus verlaten en staan de afwezigheidsassistenten van e-mails aan.

Vanaf zijn vakantieadres in Portugal stuurde voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie deze week een brandbrief aan Europese leiders over de ernst van de eurocrisis. Maar komt Barroso, net als eurocommissaris Olli Rehn (Monetaire Zaken), terug naar Brussel, vroeg het handjevol journalisten gisteren in de perszaal van de Commissie.

De woordvoerder kon dat niet zeggen. Evenmin kon zij duidelijk maken of Barroso na zijn brief, waarin hij de „ongedisciplineerde communicatie” van Europese leiders aan de kaak stelde, telefonisch overleg met hen had gehad.

In essentie maakt het Brusselse reces voor het politieke management van de crisis niet veel uit. Koortsachtig telefonisch overleg was er gisteren wel degelijk, maar het vond plaats buiten Brussel: de regeringsleiders belden direct met elkaar vanaf hun vakantieadressen.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel sprak de Franse president Nicolas Sarkozy; president Sarkozy belde apart met de Spaanse premier José Luis Zapatero, die op zijn beurt ook voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy aan de lijn had. Die laatste telefoneerde ten slotte ook met de Italiaanse premier Silvio Berlusconi.

Daarmee volgde het crisisoverleg gisteren het patroon dat zich al sinds het begin van de eurocrisis opdringt. Een korte periode van schijnbare rust wordt doorbroken doordat iemand alarm slaat. Er wordt gelekt, er ontstaat paniek, en vervolgens wordt er voortdurend heen en weer gebeld. Maar niemand heeft de leiding.

De lijnen lopen tussen een paar hoofdsteden (en nu vakantiehuizen). De belangrijkste spelers zijn Merkel, Sarkozy, de premiers van de betrokken probleemlanden en EU-voorzitter Van Rompuy. Die laatste – de enig echt betrokkene in Brussel – geniet het vertrouwen van Merkel en Sarkozy en is bovendien ter zake kundig in economische vraagstukken.

Dikwijls wordt ook de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Jean-Claude Trichet, bij de besprekingen betrokken. Barroso, Rehn en eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker maken geen deel uit van dit kerngroepje en zijn dus ook niet van alles op de hoogte.

Toch lijkt het ‘intergouvernementeler’ worden van de EU – de contacten tussen de hoofdsteden worden belangrijker, ten koste van de macht van ‘Brussel’ – op zijn grenzen te stuiten.

Juist deze week klonk van diplomaten in Parijs en Berlijn de roep om een sterkere aansturing van de eurozone. Frankrijk en Duitsland willen de rol van Van Rompuy uitbreiden. Hij zou, als echte ‘Mr. Euro’, meer bevoegdheden moeten krijgen en vooral namens de eurolanden als woordvoerder moeten optreden om de kakofonie een halt toe te roepen.

Dikwijls klinkt ook de roep om een sterkere en actievere rol van de Europese Centrale Bank (ECB), als instelling die is verheven boven de grillige politiek van het verdeelde Europa. Maar ook de ECB zélf is verdeeld. Donderdag stemden vier leden van het 23-koppige ECB-bestuur – twee Duitsers, een Nederlander en een Luxemburger – tegen het besluit van de bank om staatsobligaties van zwakke eurolanden op te kopen. Het besluit droeg naderhand bij aan de snelle daling van de beurzen en deed de reputatie van de bank geen goed.

Moet de leiding dan van buiten Europa komen? De financiële crisis heeft immers een mondiaal karakter, en „internationale beleidscoördinatie door de G7 en de G20 is van wezenlijk belang”, verklaarde Rehn gisteren in een in de haast ingelaste persconferentie die was bedoeld om Barroso’s brief uit te leggen.

De G20, een groep van industrielanden en opkomende economieën, leek na het uitbreken van de kredietcrisis van 2008 het belangrijkste internationale overlegorgaan over financieel-economische vraagstukken te worden. Oud-premier Balkenende wilde koste wat kost een plek aan de G20-tafel. Maar het belang van het gremium is na enkele na moeizame en topconferenties alweer afgenomen.

Toen de eurocrisis dit voorjaar al leek te gaan escaleren, gebruikte de Amerikaanse president Obama niet de G20 (of de beperktere G7/G8 van overwegend westerse landen) om zijn zorgen te uiten. Ook hij speelde het Europese politieke spel mee en belde direct met leiders als Merkel en Sarkozy. EU-land Frankrijk zit momenteel de G8 en de G20 voor. Maar tot dusver heeft Sarkozy geen uitnodigingen verstuurd voor een crisisvergadering .

Het Internationaal Monetair Fonds? Kan dat de westerse landen tot gezamenlijk optreden bewegen? Dankzij de kredietcrisis en de eurocrisis werd het IMF relevanter. Westerse landen klopten er aan voor steun en onder leiding van de afgetreden topman Dominique Strauss-Kahn bemoeide de organisatie zich intensief met de onderhandeling over de redding van eurolanden. Het IMF gold tot voor kort als een winnaar van de eurocrisis.

Alleen, na het aftreden van ‘DSK’ heeft het IMF zelf een leiderschapsprobleem. Juist tijdens de afgelopen crisisweek werd de nieuwe IMF-chef, Christine Lagarde, het onderwerp van een Frans gerechtelijk onderzoek naar machtsmisbruik tijdens haar periode als minister van Financiën van Frankrijk.

    • Mark Beunderman