Fascinatie voor plekken waar je niet mag zijn

Deze zomer zijn honderden kunstenaars en vormgevers afgestudeerd. Deel 4 in een korte serie hoogtepunten: Tim Hoefnagels, Den Bosch.

Zes meter hoog en twaalf meter breed bouwwerk. Foto Wouter Kooken

Dit is het grootste object waarmee iemand dit jaar aan een kunstacademie is afgestudeerd. Een kubus van zes bij zes meter. Hij past maar net in de oude loods waar de academie van Den Bosch dit jaar de examenexpositie hield. Het lawaai van het ding – geklater van blikken platen – hoor je al van buiten de loods. Bij binnenkomst zie je eerst een schijnbaar massieve kubus van witte, glanzende platen. Aan de andere kant is de doos open en herbergt een molen waarin metalen propellers eindeloos rondwieken.

De molen staat midden in de kubus, hij reikt tot de nok en via houten trappen en loopbruggen kun je hem van alle kanten bekijken. Drie halogeenlampen schijnen op de drie wieken, die het licht in mootjes klieven.

Een vuurtoren, een lichtmolen? Via een loopbrug bereik je een bijgebouwtje, waar een bootvormige betonnen badkuip staat. Hij is gevuld met een laagje troebel water, uit de bodem steken buizen.

„Het gaat me om plekken waar je niet hoort te zijn, zoals fabrieken, zwembaden voor openingstijd en scholen op zaterdag”, zegt Tim Hoefnagels (22). Het fascineert hem hoe je in een fabriek gebiologeerd kunt raken door machines, terwijl de mensen die daar werken daar al lang niet meer van opkijken. „Het gaat bij mij over op het verkeerde moment ergens kunnen kijken.”

Zijn sculptuur wilde Hoefnagels net zo’n aantrekkingskracht geven. Mensen voelden het inderdaad een beetje als een verboden gebied, want hij merkte dat ze vaak pas naar binnen durfden als een ander hen voorging. „Binnen in de toren raken ze overweldigd door licht, ritme en geluid. Als ze dan beneden in het bijgebouw die kleine stille ruimte met de boot zien, willen ze daar naar toe. Het is als een verboden zolderkamer die je per ongeluk ontdekt.”

Het was een enorme klus om de sculptuur te maken, zegt Hoefnagels. Hij was er twee maanden mee bezig. Een deel bereidde hij voor bij zijn sponsor Assemblage Bouw Budel, dat hem hout en ander materiaal leende. De witte dekplaten vond hij „voor een goed prijsje” op Marktplaats. „Het was een uitdaging het bouwwerk zo groot te maken. Maar arbeid is ontzettend belangrijk. Mensen drukken zich uit in arbeid en arbeid is vaak de rechtvaardiging van kunstenaarschap en kunst.”

Vooraf stond in grote lijnen vast hoe het zou worden. „Maar de binnenkant heb ik de laatste weken intuïtief afgewerkt. Hoe hoog je de mensen in de toren wilt laten gaan, zo’n beslissing kun je alleen nemen als je de ruimte ervaart.”

Hoefnagels wil het komende jaar geld verdienen en een atelier vinden. „Het Sandberg Instituut heeft me gevraagd toelating te doen, maar ik ben pas 22 en vind het nog te vroeg. Ik wil even kijken wat ik de afgelopen vier jaar heb gedaan en hoe ik nu het beste verder kan. We gaan het zien.”

Dirk Limburg

Inl: www.timhoefnagels.nl

    • Dirk Limburg