Dorp te koop

Leegstaande dorpen in Spanje staan te koop. Wie eigenaar wil worden, moet het hart van de lokale bevolking zien te veroveren.

Huizen in Spanje

Het is dat de onverharde bergweg dwingt stapvoets te rijden, anders zou Giral niet zijn opgevallen. Het gehucht in de uitlopers van de Spaanse Pyreneeën werd bijna een halve eeuw geleden door zijn laatste inwoner verlaten. De zeven huizen zijn vervallen tot ruïnes en worden nu overwoekerd door klimop, struiken en jonge boompjes. Op deze zomerse namiddag wordt het pulserende gezoem van de cicaden alleen onderbroken door een kudde schapen, die beneden in de groene vallei passeert. Onder het gebladerte blijven zij onzichtbaar. Alleen de bel om hun nek verraadt dat we niet de enigen in Giral zijn.

Als het aan Manuel Larrosa ligt, is het binnenkort gedaan met de doodse rust in het verlaten dorp. Hij is burgemeester van de gemeente Fiscal, dat naast Giral nog 17 onbewoonde gehuchten telt. Larrosa is sinds enige tijd actief op zoek naar particuliere investeerders die deze dorpen een nieuw leven willen geven. „We hebben hier bergen erfgoed, dat verloren dreigt te gaan. Iedereen met een serieus voorstel is welkom om ze te komen bewonen.”

Giral ligt in de provincie Huesca, regio Aragón. Deze is zo groot als Nederland maar telt maar één miljoen inwoners, van wie ruim de helft bovendien in de grote stad Zaragoza woont. Vooral Huesca staat bekend om zijn honderden leegstaande dorpen. De meeste raakten geleidelijk onbewoond, doordat jonge bewoners in de tweede helft van de vorige eeuw massaal naar de stad trokken en de oudere achterblijvers langzaam uitstierven. Andere dorpen werden tijdens de Franco-dictatuur gedwongen ontruimd wegens herbebossingsprogramma’s of de aanleg van stuwmeren, die er vervolgens niet altijd kwamen. Grofweg staan er zo’n drieduizend dorpen en gehuchten in Spanje leeg.

Sinds enkele jaren lopen steeds meer Spanjaarden en buitenlanders rond met het idee zo’n dorp te betrekken. Bijna elke maand is er wel een Spaanse gemeente of een groep eigenaren die hier op inspeelt en een dorp te koop zet.

„Het is zeker niet de makkelijkste manier om een huis te vinden en je moet goed de kleine lettertjes lezen. Maar het is wel degelijk mogelijk een gehucht te kopen”, vertelt Maxi-miliano Herren die in Spanje geldt als dé expert op het gebied van verlaten dorpen. „Elk dorp is een verhaal op zich”, aldus Herren, maar grofweg zijn er drie manieren om een dorp te kopen. In de eerste variant is het dorp eigendom van een lokale of regionale overheid, die het in zijn geheel te koop aanbiedt. Een tweede variant is dat het dorp in handen is van een groep particulieren die haar huizen (vaker: ruïnes) en bijbehorende grond collectief wil verkopen. De derde variant is dat één eigenaar zijn huis in een verlaten dorp verkoopt aan een buitenstaander, anderen zijn voorbeeld volgen en het dorp beetje bij beetje in nieuwe handen komt.

Geitenboerderij

Michel Lemmens en zijn vriendin Sandra doorliepen halverwege de jaren negentig deze derde variant. In het verlaten Catalaanse bergdorp Aulas waren zij de tweede die er een huis kochten, vertelt Lemmens vanuit Zuid-Limburg. Het stel kreeg in Aulas twee kinderen. Toen die in middelbareschoolleeftijd kwamen, werd wonen in een afgelegen dorp te bewerkelijk en keerden ze terug naar Nederland. Groningse vrienden namen hun geitenboerderij over.

Om een dorp te kunnen kopen, zegt Lemmens, is het niet alleen belangrijk genoeg geld te hebben. De huizen en grond zijn al eeuwen binnen de familie en al wonen de jongste generaties al tijden in de stad en doen ze er momenteel niets mee – ze zullen het niet zomaar aan een buitenstaander verkopen. „Dan kun je wel met een dikke portemonnee gaan zwaaien, maar ze moeten je het vooral gunnen.” Dit betekent, zegt hij, eindeloos praatjes maken en vertrouwen winnen.

Er zijn de afgelopen jaren kopers geweest die dit geduld niet hadden. „Die wilden zó graag, dat ze belachelijke bedragen boden. Dit heeft de markt enigszins verpest. Waren in de jaren negentig nog huizen in verlaten dorpen te koop voor omgerekend tienduizend euro, nu geldt een ton per huis als gangbaar.” Vaak krijg je daar dan wel een aantal hectare grond en bijvoorbeeld wat schuren bij.

Mensen die geïnteresseerd zijn in verlaten dorpen, willen er vaak met een idealistisch collectief instappen. Bijvoorbeeld om er een ecodorp van te maken. De ervaring van Michel Lemmens is dat zo’n groepsaankoop in veel gevallen op een gegeven moment stukloopt. „Er ontstaat onenigheid over de opzet. De een wil groener leven dan de ander. Of meer zelfvoorzienend. De een wil telefoon, de ander niet.”

Bovendien moeten de bewoners volhardend zijn. „De eerste paar jaar zag de gemeente ons als een club rare hippies”, zegt Lemmens. Pas nadat ze een waterpomp op zonne-energie installeerden en de weg verbeterden, veranderde dit. „Toen zagen de autoriteiten dat we serieus waren.” Er kwam elektriciteit, telefoon en inmiddels is er zelfs redelijk snel internet.

Speurwerk

Dat je met geduld en volharding op het leeglopende Spaanse platteland meer bereikt dan met een chequeboek, is ook de ervaring van Jos van der Plicht en Els de Quaadsteniet. Zij kochten vijftien jaar terug een huisje in het dorpje Arcusa, in Aragón. Dat had toen nog maar een dozijn inwoners en zou zonder de komst van buitenlanders langzaam zijn uitgestorven. Na een paar jaar lieten de twee Nederlanders hun oog vallen op moestuintjes aan de rand van het dorp. Een plek vlakbij een bron en met een fantastisch uitzicht over de vallei.

Na lang speurwerk achterhaalden ze alle eigenaren, maar die waren niet makkelijk te overtuigen. „Zij waren misschien hier voor het laatst als kind geweest, maar hun grond is hun bloed. Dat sta je niet af”, vertelt Van der Plicht op de veranda van hun huis. Van één man mochten ze er zelfs hun kippen niet laten lopen of onkruid wieden. Anderen vroegen belachelijke sommen geld. De Quaadsteniet: „Als je iets wil en er niet te veel voor wil betalen, dan moet je geduld hebben. Véél praten.”

Greta Schoonebeek is een Nederlandse die vanuit een dorp in de naburige Catalaanse provincie Lérida als makelaar werkt. Haar kantoor Casalmonte had enkele jaren terug een verlaten dorp in Huesca in de verkoop, vertelt ze. Voor een dorp van zes huizen, inclusief wat schuren en moestuinen, was de vraagprijs 450.000 euro.

De verkoop ketste uiteindelijk af door bureaucratische tegenslag, maar er was veel animo. Dit hoewel het veel makkelijker is een huis te kopen in een bijna verlaten dorp, beaamt Schoonebeek. Dat is immers reeds aangesloten op water, licht, telefoon en soms zelfs internet. „Maar daar zijn er veel meer van. Een eigen dorp is natuurlijk een heel ander gevoel. Dat is echt verschillend.”

Dat gevoel hoopt burgemeester Manuel Larrosa ook over te brengen. Hij biedt zijn verlaten dorpen in erfpacht aan voor een periode van 70 jaar. Gratis. Geïnteresseerden zijn echter zelf verantwoordelijk voor de aanleg van water, licht en verbetering van de weg, als dat nodig is. „Daarna wil de gemeente wel vuilnis komen ophalen en in samenwerking reparaties uitvoeren.”

Larrosa is al met diverse groepen investeerders in gesprek. Onder hen zijn een circusschool, een talenacademie en een organisatie die kinderen met ademhalingsproblemen bergvakanties aanbiedt. „Op vier krakers die wel een tentzeil willen spannen over de ruïne, zit ik niet te wachten”, zegt de burgemeester. Maar verder is iedereen welkom. Of het nu een vijfsterrenhotel is of een idealistisch collectief. Wie het eerst komt, het eerst maalt.”

    • Merijn de Waal