Donor heeft zijn verse bloed zelf hard nodig

De concurrentiestrijd tussen Feyenoord en Excelsior leidde vorig seizoen jaar tot irritaties over en weer. De vernieuwde samenwerking heeft andere voorwaarden. „Excelsior is niet meer afhankelijk van de talenten van Feyenoord.”

Het Feyenoord van Ronald Koeman won gisteren de openingswedstrijd van de eredivisie. Foto Bas Czerwinski 05-08-2011, Rotterdam. Excelsior - Feijenoord. Eerste wedstrijd van het seizoen. Foto Bas Czerwinski

De seizoensstart van de eredivisie had eigenlijk niet eens ruim een helft lang spannend mogen zijn. Feyenoord trekt in de Kuip meer dan 40.000 supporters, Excelsior ontvangt op Woudestein maximaal 3.500 bezoekers. De begrotingen voor dit seizoen bedragen zo’n 36 miljoen euro voor de voetbalclub van Zuid en 2,9 miljoen euro voor de stadgenoot uit Kralingen. De enige overeenkomst is dat beide zijn opgenomen in categorie 1 van het licentiesysteem van de KNVB, wat verscherpt financieel toezicht inhoudt.

Maar vorig seizoen waren de twee Rotterdamse profclubs voor de jaarwisseling opeens concurrenten in de strijd om lijfsbehoud in de eredivisie. Excelsior versloeg zijn noodlijdende stadgenoot zelfs op Woudestein, door een winnend doelpunt van Guyon Fernandez, gisteren maakte hij de openingstreffer voor Feyenoord. „Het is het mooie van voetbal dat zoiets kan gebeuren”, zegt André Hoekstra, assistent-trainer van Excelsior en coach van het gezamenlijke beloftenelftal van de twee Rotterdamse profclubs. „Maar het zou goed zijn als het eenmalig is geweest.”

Hoekstra is dertien jaar in dienst van Excelsior en maakte bijna de volledige samenwerking tussen de twee clubs mee. Feyenoord volgde in het seizoen 1996-1997 het voorbeeld van FC Barcelona en Real Madrid, die naburige satellietclubs inrichtten als tussenstation voor talenten die het beloftenelftal waren ontgroeid maar nog niet rijp waren voor de eigen hoofdmacht. Hoekstra: „Ik heb denk ik zo honderd Feyenoordtalenten zien langskomen hier. Ik blijf het voor beide partijen lucratief vinden. We kunnen iedere speler zijn eigen traject aanbieden.”

Feyenoord speelde destijds bovenin de eredivisie, Excelsior in de kelder van de eerste divisie. Maar met de talenten ging het snel beter in Kralingen. In het seizoen 2001-2002 promoveerde Excelsior naar de eredivisie. Bestuurders van collega-clubs repten van competitievervalsing en eisten toetsing van de samenwerkingsovereenkomst door een accountantsbureau. De KNVB zag geen reden de reglementen – maximaal vijf huurlingen en maximale financiële steun van 10 procent van de begroting – nog eens aan te scherpen.

Voor het vijftiende seizoen van de samenwerking schommelt Excelsior tussen ere- en eerste divisie en draagt Feyenoord de zware lasten van een miljoenenschuld. De clubs onderhouden geen financiële banden meer en de donor heeft zijn verse bloed zelf hard nodig. „Zonder financiële problemen was voor een aantal jongens de stap naar Excelsior logischer geweest”, legde Eric Gudde, algemeen directeur van Feyenoord, vorig seizoen nog uit. „Eén of twee jonge spelers zijn goed in te passen, maar voor de zesde en zevende tiener is het veel moeilijker.”

De nieuwe sportieve verhoudingen leidde tot irritaties over en weer. Zo haalde de Feyenoord in de winterstop doelman Kostas Lamprou terug naar de Kuip, waarna het gefrustreerde Excelsior haastig op zoek moest naar een nieuwe keeper. Andersom ontstond wrevel toen Excelsior besloot Marvin Zeegelaar, een Ajacied, te huren. En door de posities op de ranglijst bekoelde de relatie tussen de toenmalige trainers Mario Been en Alex Pastoor.

Een in het voorjaar opgesteld document moest de onvrede bij beide partijen wegnemen. „We zijn het erover eens dat de communicatie niet goed is verlopen”, zegt Simon Kelder, algemeen directeur van Excelsior, die in de winterstop overwoog de samenwerking te beëindigen. „We hebben nieuwe afspraken waarbij we niet meer afhankelijk zijn van Feyenoord. Dat vind ik geen punt. Excelsior is een volwassen club die op eigen kracht aan de competitie kan deelnemen, zo lang we niet twee dagen van tevoren horen dat ze een speler terugroepen.”

Feyenoord haalde deze zomer huurlingen Jordy Clasie, Kaj Ramsteijn en Miquel Nelom terug naar de Kuip. Excelsior heeft met Norichio Nieveld, Kevin Jansen, Daan Smith, Marley Berkvens en de Belg Andrea Fileccia nog slechts vijf spelers in de selectie met een contract aan de andere kant van de Nieuwe Maas. Mogelijk komt daar in de winterstop de revaliderende Bart Schenkeveld bij.

Niet iedereen binnen Feyenoord is overtuigd van het nut van de samenwerking met Excelsior, maar de deze zomer begonnen technisch directeur Martin van Geel ontkent dat intern een discussie wordt gevoerd. „We hebben zelf een vrij smalle spelersgroep, waardoor misschien wat minder talenten naar Excelsior kunnen dan we hadden gehoopt. Maar we zijn dik tevreden over de nieuwe afspraken en het reguliere overleg tot nu toe. Ik ben benieuwd hoe jongens als Smith en Berkvens zich zullen houden. Voor hen was de eerste divisie misschien een geschikter podium geweest, maar het kan ook juist heel goed uitpakken.”

Van Geel noemt het een voordeel dat de eerste elftallen van Feyenoord en Excelsior dit seizoen dezelfde trainingsopbouw volgen, die van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen. De veelgeprezen programmering was al eerder doorgevoerd in de jeugdopleiding van Feyenoord, die nu twee keer op rij is verkozen tot de beste van Nederland. Dat bleek ook bij de integratie van de opleiding van Excelsior in de Feyenoord Academy, vorige zomer. Van de tientallen beschikbare voetballers achtte Feyenoord slechts enkele spelers talentvol genoeg om over te nemen.

Feyenoord hoopt zich met eigen jeugd op termijn weer bij de top van de eredivisie te kunnen voegen. Ook Excelsior kan daarvan profiteren, al moet het zich volgens Van Geel neerleggen bij de sportieve wensen van Feyenoord. „Mochten we dezelfde voetballer uit de beloften willen hebben, dan is Feyenoord leidend. Dat geldt ook voor de wekelijkse samenstelling van het gezamenlijke beloftenelftal door [Feyenoord-trainer] Ronald Koeman, [Excelsior-trainer] John Lammers en André Hoekstra.”