Die Noor had heus Wilders niet nodig

Over hun hoofden wordt gedebatteerd over de verantwoordelijkheid van hún partij en hún leider. Maar wat vinden PVV-stemmers zelf van de moordaanslag van multiculti-bestrijder Anders Breivik? En van de daarop volgende kritiek van links op de PVV? „Hij had Wilders verkeerd begrepen. Anders schiet je niet op blanken.”

Patrick kan er met zijn hoofd niet bij. Een gek in Noorwegen vermoordt 77 mensen, en Geert Wilders moet zich verdedigen. „Wilders hield dat geweer niet vast.” Patrick (achternaam: „geheim”) is negentien jaar en draagt een gouden ketting, een zwart hemdje en witte sportschoenen. Hij loopt naar zijn laadbusje dat geparkeerd staat langs de doorgaande weg in het Brabantse Rucphen. Hij is chauffeur, vervoert „auto-onderdelen, fruit, sieraden en meubels” en rijdt nu naar zijn huis in Sint Willibrord, het grootste dorp in Rucphen. „Die Noor was mentaal gestoord”, zegt Patrick. „En hij had duidelijk de ideeën van Wilders verkeerd begrepen. Anders schiet je niet op blanken.”

Een zonnige donderdag in Sint Willibrord, gemeente Rucphen. Hier behaalde de PVV met 39 procent van de stemmen de hoogste score bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010. Ook bij de provincieverkiezingen van maart dit jaar deed de PVV het met 32 procent van de stemmen uitstekend. De hoge scores zijn met name te danken aan Sint Willibrord. In deze plaats van ongeveer 10.000 inwoners haalde de PVV in 2011 een gemiddelde van bijna 50 procent. Eerder was de LPF populair in Sint Willibrord, en nog eerder de Centrum Democraten en de Boerenpartij.

Hoe beleefde men hier de terreurdaad van Oslo en Utøya, verricht door een bewonderaar van Wilders? En wat vindt men in Sint Willibrord van het debat dat in Nederland is ontstaan na de gebeurtenissen in Noorwegen? Over Wilders die met zijn taal zou bijdragen aan een gewelddadige sfeer, dat hij op zijn woorden moet letten, dat hij moet uitleggen hoe hij als democratisch politicus idealen denkt te verwezenlijken als het uitzetten uit Europa van tientallen miljoenen criminele moslims?

Laat één ding duidelijk zijn, zegt Patrick, terwijl hij een sigaret opsteekt. Hij is „niet faliekant” tegen buitenlanders. Maar de allochtone jeugd verzeilt volgens hem wel makkelijk in de criminaliteit. Neem Sint Willibrord zelf. Hier komt hij vandaan, net als zijn familie „tot generaties terug”. Patrick ziet de vechtpartijen op de kermis, hij ziet hoe de ruiten van het dichtgetimmerde postkantoor keer op keer aan diggelen gaan, hij ziet hoe het dorpspleintje is veranderd in een „broeinest” van criminaliteit. Hij ziet kinderen van twaalf jaar, blank en getint, wiet, hasj en ghb gebruiken. De dealers zijn buitenlanders, zegt Patrick. „Het merendeel van de problemen in Sint Willibrord komt van de allochtonen. En wat doet links? Links sluit de ogen voor misselijk gedrag.” Gevraagd naar de islam volgt een pasklaar antwoord. „Een religie die de wereld wil overheersen. Wilders zet niet aan tot geweld, hij wil de islam op een politieke manier tegenhouden. Namelijk door het tweede paspoort af te nemen. Kinderen van allochtone ouders zijn nog steeds allochtoon. Ook al zijn ze hier geboren, het zijn geen Nederlanders in hart en nieren.”

Patrick heeft op internet een filmpje gezien over de Noorse terrorist Anders Breivik. Maar dat manifest zou hij nooit lezen. „Het interesseert me niet. Over zo’n gek kan ik me alleen maar kwaad maken.”

Geert Wilders volstaat met een enkele tweet en een persverklaring als commentaar op de Noorse massamoord, in Sint Willibrord praat zijn aanhang vol overgave over de terreurdaad en de nasleep. En de steun voor Wilders, hun politieke leider, heeft niet onder ‘Noorwegen’ te lijden. Integendeel.

Neem Mike. Hij zit achter de balie van zijn tattooshop in het centrum van Sint Willibrord. Ook Mike is jong, twintig, en ook hij kiest voor de PVV sinds hij stemrecht heeft. Hij heeft sproeten en blauwe ogen, zijn onderarmen zijn vol getatoeëerd en versierd met piercings die eruit zien als witte speldenknopjes. De teksten van Mike lijken op die van Patrick. „De Noorse terreur was een zieke streek. Die Noor is alleen zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Als Wilders hem echt had geïnspireerd, had Breivik wel op Marokkanen geschoten.” Vindt Mike dat Wilders met zijn betoog aanzet tot het schieten op Marokkanen? „Nee. Zijn taal gaat soms wat ver, maar ik geef hem wel gelijk. Ik ben niet echt gesteld op de islamitische bevolking hier.”

Sint Willibrord heeft „twee of drie” Turkse of Marokkaanse gezinnen, volgens Mike. En nog een zwart islamitisch gezin, hij weet niet waarvandaan. „En ik ga het ze ook niet vragen. Als ik ze langs mijn winkel zie lopen, denk ik: loop maar snel verder.” Veel buitenlandse gezinnen zijn er dus niet, zegt Mike, maar „ze fokken als konijnen”. Met boerka’s heeft hij ook niets. Hij ziet ze wel eens lopen, vrouwen met een hoofddoek en zo’n gewaad. Oké, dat zijn geen boerka’s, maar hij bedoelt dat die mensen hier te gast zijn. „Het zijn geen inwoners”. Net als Patrick zegt Mike dat een groot deel van de criminaliteit aan allochtonen te danken is. In heel Nederland. „Kijk maar naar Opsporing Verzocht. Ze hebben allemaal een tintje.”

Mike vindt wel dat Wilders mag uitleggen wat hij bedoelt met die strijd die gaande is, tussen de islam en het westen. „Die taal van Wilders zet niet aan tot geweld, maar het kan voor die Noor wel de druppel zijn geweest die de emmer deed overlopen.” Hij zwijgt even. Dan: „Maar de islam heeft wel zieke gedachten. Alle terroristen die je vraagt naar hun redenen zeggen dat Allah de inspiratiebron is.”

Hoe plaatst Mike de terrorist Breivik, die zich juist keert tegen de islam en tegen de sociaal-democratie? „Dan praat je over één ziek persoon”, zegt Mike. „Moslims zijn georganiseerd in groepen. Zoals Al-Qaeda, maar er zijn ook andere terroristische organisaties. Ik ken geen enkele terreurgroep die zegt, we laten ons inspireren door Wilders.” Ook Mike noemt zijn achternaam liever niet, daar krijgt hij misschien „gezeik” mee.

Er heerst een zomerse rust in de straten van Sint Willibrord. Nu en dan schiet er een fiets of brommer voorbij de bakstenen huizen, of een sportieve Mercedes. Voetgangers zijn er weinig. De mensen die zich laten zien, zijn van autochtone komaf, op een enkele Somaliër of Marokkaan na.

De grootste groep mensen blijkt deze middag pal naast de Onze Lieve Vrouwenkerk te zitten. Twintig, vijfentwintig oudere mannen op bankjes. Als het warm genoeg is zitten ze hier, in een keurig onderhouden plantsoen. Noem Oslo en Wilders en een stemmensalvo weerklinkt. „Let op hè, we zijn hier allemaal PVV’ers.” „Ze willen Wilders dingen in de schoen schuiven”. „Mensen die komen om te stelen, moet je weren”. „Wilders is niet tegen de islam, maar tegen het extremisme”. „Mensen moet zich gewoon aanpassen. Einde discussie”.

Een van de mannen is Rinus de Jong (67). Op een bankje weg van zijn gezelschap doet hij zijn verhaal. Hij heeft zwart haar, een bril en draagt leren sandalen onder zijn pantalon. Rinus de Jong werkte in een steenfabriek, hij was timmerman en metselaar, en ging zeven jaar geleden met vervroegd pensioen. Hij stemde altijd CDA, tot het wijdverbreid kindermisbruik door kerkelijken aan het licht kwam. „Van kinderen blijf je af”, zegt Rinus de Jong. Zijn laatste stem ging naar de PVV.

„Ik heb een traantje gelaten om de ramp in Noorwegen”, zegt hij. „Verschrikkelijk.” Het was hem opgevallen dat Breivik het gedachtegoed van Geert Wilders omhelst. Maar dat zegt niks. „Die Noor heeft Wilders niet nodig. De haat zit in zo’n man geworteld. Hij dénkt misschien dat Wilders voor dezelfde idealen staat, maar dat is niet zo.” Rinus de Jong kijkt indringend. „Wat die Noor écht dacht, dat heeft hij uitgevoerd.”

Rinus de Jong vindt uitspraken van Wilders over de „fascistische islam” en de „zieke pedofiel Mohammed” te ver gaan. „Je kunt niet alles zomaar zeggen. Taal kán invloed hebben.” Maar Wilders praat niet over geweld, zegt Rinus de Jong, hij praat over straffen en terugsturen. De opmerking over een knieschot voor reljongeren, een voorstel van PVV’er Raymond de Roon, kan Rinus de Jong zich niet herinneren. „Een knieschot vind ik te ver gaan, dan ga je naar de beesten toe. Maar dat heb ik ook niemand horen zeggen.”

Waar GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi na de terreur in Noorwegen spreekt over Wilders’ kwalijke „oorlogsretoriek”, daar spreekt Rinus de Jong over feiten. „Er ís toch een strijd gaande? Daar heeft Wilders gelijk in. Als Wilders zou wegvallen, dan is Europa over vijfentwintig jaar van de moslims.” Hij schakelt van Europa eenvoudig terug naar zijn dorp. „Buitenlanders krijgen alles van de gemeente. Wasmachines en keukens worden zo bij ze naar binnen gereden, hun huis wordt gestoffeerd.” Welke buitenlanders? „De moslims maar ook die met een andere nationaliteit. Alles wat hier binnengehaald wordt.” Dus ja, Wilders heeft gelijk dat we ons moeten verdedigen. „Je moet op je strepen gaan staan, niet altijd maar ja zeggen.”

Opiniemakers die vinden dat Wilders na ‘Noorwegen’ maar eens moet uitleggen hoe hij ooit op democratische wijze zijn idealen wil bereiken, kunnen niet rekenen op de steun van Rinus de Jong. Het uitzetten van criminele allochtonen is bijvoorbeeld geoorloofd, vindt hij, als ze hier niet geboren zijn. „Ik vind gewoon dat het kan wat Wilders zegt. Alleen, hij krijgt er de macht niet voor. De goede man mag nu al niks zeggen, hij mag het kabinet slechts gedogen.”

Rinus de Jong verheft zijn stem, zijn wijsvingers priemen de lucht in. „Tachtig procent van de moslims die naar Europa komt, is crimineel. Rutte en Maxime Verhagen weten wat gaande is. Maar ze durven het niet te zeggen, omdat ze bang zijn voor moslims.” Fel: „Als ze straks Wilders omleggen, door wie komt dat? En door wie werd Van Gogh vermoord, en door wie Fortuyn? Juist.”

Achter de terreurdaad van Anders Breivik zit niemand behalve Breivik zelf, zegt De Jong. „Hij is een uitzondering. De rest van de wereld heeft er verdriet van.” Bij een terroristische enkeling als Mohammed B. werkt het anders, zegt hij. „Daar zit meer achter. Er waren ook maar enkele moslims die zich distantieerden van de moord op Van Gogh. Terwijl Geert Wilders luid en duidelijk afstand heeft genomen van die moorden in Noorwegen. Toch knap van hem.”

    • Ingmar Vriesema