De kaper die in het niets verdween

In 1971 had de meest roemruchte vliegtuigkaping uit de Amerikaanse geschiedenis plaats. De kaper sprong uit het vliegtuig en werd nooit gevonden. Nu is er een nieuwe tip over de mogelijke dader.

Het vliegticket van de kaper. Foto AP A $20.00 plane ticket from Portland, Ore. to Reno, Nev. purchased by D.B. Cooper is part of the body of evidence gathered in the investigation of his hijacking. Shown at the FBI Seattle office Wednesday, Nov. 14, 2007. Cooper jumped from a flight from Sea-Tac to Reno that he hijacked, but his body was never found. Nov. 27 is the 36th anniversary of the case, the FBI's only unsolved hijacking. (AP Photo/Post-Intelligencer, Andy Rogers ) **MANDATORY CREDIT, MAGS OUT, NO SALES, SEATTLE TIMES OUT** ASSOCIATED PRESS

Hij rookte Raleigh sigaretten, droeg een zwarte voorgeknoopte das en dronk whisky, en op het moment suprême gedroeg hij zich als een koele kikker.

Hij zat op stoel 18C op een vlucht van Northwest Orient, van Portland, Orgeon, naar Seattle en drukte een stewardess een briefje in de hand. Zij stak het ongelezen in haar zak.

„Juffrouw, u kunt dat briefje beter even lezen”, zei de passagier kalm. „Ik heb een bom bij me.” Hij opende zijn koffertje en daarin lag, in een kluwen draden, een voorwerp dat heel goed een bom zou kunnen zijn.

Op die manier kaapte de man, die bekend zou worden als D.B. Cooper, het vliegtuig dat hij later per parachute zou verlaten met een sprong in het niets. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Dat was in 1971. D.B. Cooper werd een volksheld en de zaak is de enige onopgehelderde kaping in de Amerikaanse geschiedenis.

Recentelijk, veertig jaar na dato, heeft justitie een nieuwe, mogelijk saillante aanwijzing in deze zaak gekregen. De FBI zegt dat zij een nieuwe verdachte heeft, iemand wiens naam niet eerder was opgedoken in de massa tips die in vier decennia de revue is gepasseerd.

Fred Gutt, een special agent in het FBI-kantoor in Seattle, vertelde maandag in The New York Times dat deze verdachte tien jaar geleden is overleden. Volgens Gutt kwam de tip van een gepensioneerde politieman die een getuige kende die al vele jaren geleden „in relatie stond tot” de verdachte.

„Nadat de verdachte overleden was, voelde de getuige zich vrijer om bepaalde geheimen met ons te delen”, zei agent Gutt. De tip, als eerste gemeld door de Britse krant The Daily Telegraph, werd als geloofwaardig bestempeld omdat hij afkomstig was van een wetshandhaver.

De nieuwe berichten brachten op het internet weer een stroom geruchten en complottheorieën op gang. De media doken opnieuw op het dorpje Ariel in Zuidwest-Washington, vlakbij de plaats waar D.B. Cooper zou moeten zijn neergekomen. Daar, in Cooper Land, bevindt zich de Ariel Store & Tavern, waar een archief van Cooperalia wordt bijgehouden en waar ze elk jaar in november tijdens de ‘D.B. Cooper Dagen’ het glas heffen op hun held. „Ze vieren het nog altijd omdat iemand de overheid te grazen heeft genomen zonder dat er gewonden zijn gevallen”, zei Jack Elliott, de zoon van de eigenaar, maandag.

In november 1971 kocht Cooper voor 20 dollar een vliegticket van Portland naar Seattle. Hij gaf de naam Dan Cooper op, waarschijnlijk een valse naam. Een verslaggever verstond dat later als D.B. Cooper en die naam is blijven hangen.

Met de bom in de hand dwong Cooper de piloot te landen in Seattle, waar hij de zesendertig passagiers vrijliet in ruil voor vier parachutes en 200.000 dollar. Daarna liet hij het toestel met minimale personeelsbezetting weer opstijgen. De piloot moest koers zetten naar het zuiden en mocht nooit hoger vliegen dan 10.000 voet, ruim 3.000 meter.

Ergens boven het Cascades-gebergte in Zuidwest-Washington of Noord-Oregon begonnen in de cockpit waarschuwingslampjes te knipperen ter indicatie dat de uitgang in de staart van het toestel was geopend. „Gaat alles goed daar achterin?”, vroeg de piloot over de intercom. „Nee”, klonk het antwoord en D.B. Cooper sprong uit de deur de vrieskoude duisternis in.

Sindsdien is de FBI vergeefs achter alle aanwijzingen aangegaan. Het dossier beslaat veertig meter. De FBI heeft duizend verdachten genoteerd, sommigen werden genoemd door psychopaten, sommigen door mensen die een familielid aanbrachten, anderen aan de hand van bekentenissen die op het sterfbed werden gedaan. Fred Gutt zei dat de FBI ook andere goede sporen heeft gevolgd, maar deze aanwijzing, die ze een jaar geleden kregen, is volgens hem geloofwaardiger dan de meeste.

Een probleem is volgens Gutt dat de FBI er niet in slaagt duidelijke vingerafdrukken van de verdachte te krijgen. In het FBI-laboratorium in Quantico, Virginia, is een gitaarband van de verdachte onderzocht, zei Gutt, maar dat leverde geen bruikbare vingerafdrukken op. De FBI is nog bezig andere items te testen die aan hem toebehoorden.

Er zijn boekenplanken vol geschreven over al die tips. Geoffrey Gray, een journalist die voor The Times werkte, heeft het meest recente boek geschreven, Skyjack, dat binnenkort verschijnt.

Gray – 32 jaar oud en dus nog niet eens geboren toen Cooper zijn kaping uitvoerde – wijst erop dat de bewijzen van die bewuste nacht nauwelijks bruikbaar zijn. „De vingerafdrukken die de FBI heeft, zijn vervuild, die leveren geen exacte match meer op”, zei hij in een telefonisch interview vanuit New York. „Van sommige afdrukken is maar een deel veilig gesteld.”

„In Cooperland moet je behoedzaam optreden”, zei Gray. „Deze zaak is zo berucht en het mysterie zo groot dat alle aanwijzingen een eigen leven gaan leiden.”

Een van de grootste mysteries is de vraag of Cooper stierf toen hij uit het toestel sprong. The Telegraph heeft de FBI in Seattle gevraagd of Cooper nog in leven zou kunnen zijn. De woordvoerder antwoordde: „In het algemeen kan ik zeggen dat, gezien het aantal jaren dat is verstreken, de grote meerderheid van verdachten die we op het oog hadden, overleden zal zijn.”

De dood van Cooper – hetzij bij de sprong in 1971, hetzij in de tussentijd door een natuurlijke oorzaak – zou de zaak met een anticlimax beslechten.

Volgens Cindy Schultz, een 56-jarige manager bij de Merwin Dam in Ariel, is dat niet eens zo’n slechte oplossing, zei ze tegen de krant. Als schoolmeisje volgde ze de zaak op de voet. Ze zou het een „geweldige” prestatie vinden als Cooper zijn sprong had overleefd, maar als hij is omgekomen, dan hoopt ze dat alle gedoe met hem sterft. „Wij, die met het verhaal zijn opgegroeid, denken vooral: als de herinnering maar blijft”, zei ze. „Hij is toch de man die ergens mee weg kwam.”

©The New York Times

    • Charlie Savage
    • Katharine Q. Seelye