Cynisme grootst onder PVV-kiezer

PVV’ers zitten qua opvattingen dichter bij hun partij dan kiezers van andere partijen. En de tegenstem is ook nog eens voor Wilders.

Het gaat de meeste PVV-kiezers niet zozeer om de persoon Geert Wilders, als wel om de standpunten en de anti-Haagse houding van diens partij. Dat concluderen twee wetenschappers in een artikel dat zij eind augustus presenteren in IJsland, op het grootste Europese congres van politicologen.

De wetenschappers, Matthijs Rooduijn van de Universiteit van Amsterdam en Gijs Schumacher van de Vrije Universiteit, analyseerden een grote hoeveelheid data vergaard in het Nationaal Kiezersonderzoek. Dat onderzoek wordt sinds veertig jaar verricht na Tweede Kamerverkiezingen, door het Centraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met alle politicologievakgroepen aan Nederlandse universiteiten.

Politiek cynisme lezen de wetenschappers af aan de reactie op stellingen als politici ‘zijn profiteurs’, ‘zijn corrupt’, ‘hebben alleen maar mooie praatjes’, ‘begrijpen niet wat er omgaat in de samenleving’. Respondenten werden geplaatst op een schaal’: van ‘geen protest’ tot ‘sterk protest’. Gekruist met de uitgebrachte stem, opvattingen over de politieke leiders en standpunten, bleek eenvijfde van de PVV-stemmers bij de laatste Kamerverkiezingen louter gemotiveerd door cynisme over politiek en politici. Schumacher: „Deze groep heeft weinig tot niets met Wilders en zit qua politieke voorkeuren dichter bij andere partijen.”

Uit de vragen naar politieke kwesties bleek dat de overige 80 procent van de PVV-stemmers het in veel gevallen opvallend eens is met de standpunten van de partij waar zij op stemmen. De PVV scoorde op deze schaal 45,9 procent. Bij de PvdA (30,5 procent) en het CDA (31,4 procent) en zeker de SP (26,9 procent) is dit percentage aanzienlijk lager – het verschil in opvattingen tussen partij en kiezers is daar groter. Voor PVV-kiezers weegt beleid gemiddeld zwaarder voor het bepalen van de stem dan voor kiezers van andere partijen.

PVV’ers blijken de persoonlijkheid en het charisma van hun leider niet van groter belang te vinden dan kiezers van middenpartijen. De wetenschappers wijzen erop dat in verklaringen van opkomst en aantrekkingskracht van rechts-populistische partijen in Europa dikwijls het belang wordt onderstreept van de persoon van de leider. Het langlopende kiezersonderzoek laat daar niets van zien. Kiezers van bijvoorbeeld het CDA (Balkenende) en de PvdA (Bos, Cohen) vonden in 2006 en 2010 de persoon van hun leider minstens zo belangrijk bij het bepalen van hun stem als PVV’ers in 2010.

    • Pieter van Os