'Als kind las ik alleen verboden boeken'

Wat staat er in de boekenkast? Bekende namen uit de wereld van de economie vertellen over de werken die hen het meest inspireren. Zakenvrouw Aysel Erbudak leest overal.

Nederland, Beverwijk 02-08-2011. Portret van Aysel Erbudak, directeur van het Slotervaartziekenhuis. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Renée Postma

De boekenkast in de woonkamer van de villa van Aysel Erbudak in Beverwijk wordt in snel tempo leeggehaald. Zoon Michael tilt samen met de fotograaf stapels boeken naar de badkamer waar Erbudak straks wordt gefotografeerd, in een zee van boeken. „Als ik een goed boek heb, lees ik overal waar ik de kans krijg.”

De ondernemende CEO van het Slotervaartziekenhuis is niet gauw iets te gek. „Mijn geheim zit hem in Semco-stijl, van de Brazilaanse zakenman Ricardo Semler. Nee, dat boek staat niet meer in mijn boekenkast. Na alle verhuizingen is Semco-stijl ergens in een doos blijven zitten. Ik was begin twintig toen ik het las. Het boek beschrijft een organisatiemodel waarbij het personeel zelf verantwoordelijk is en besluiten neemt, tot de salarissen toe. Semler creëert een organisatie waaruit bijna de hele managementlaag is verdwenen. Hij laat mensen met argumenten komen en als ze goed zijn zegt hij: „Okay dat gaan we doen”. Dat doe ik ook in het Slotervaartziekenhuis, dat voor mijn komst jaarlijks tien miljoen verlies leed, 25 jaar lang. Ik ben echt geïnspireerd door Semler. Ik kan een mening hebben over schoonmaken, maar de schoonmaker heeft er meer verstand van dan ik. Ik kan een mening hebben over verpleging, maar ik vind het leuk om me te laten inspireren door de verpleging zelf. In plaats van veel managers in te zetten, gebruik ik de kennis van de eigen organisatie om voor mezelf een route te bepalen. En dat scheelt ons gewoon miljoenen in kosten.”

„Ik kwam indertijd op dat boek door een stukje in zo’n vliegtuigblaadje. Het was mijn eerste managementboek – en het enige waar ik echt iets aan heb gehad. Ik werk graag met mensen die geen angst hebben voor vrijheid, die in hun functie de uiterste randen opzoeken en bereid zijn om over de schutting te kijken. Vaak gaat leiding geven over mensen indelen in hokjes en denken in functies. Dat is geestdodend en toont weinig respect voor de creativiteit van mensen. Niets voor mij.”

„Ik ben in 1968 geboren in het ‘anarchistische’ Turkije, in het uiterste Noordoosten, aan de grens met Georgië. Dat gebied was tot 1923 Sovjet-Unie geweest, de hele bevolking was er alevitisch en vaak ook socialistisch, net als mijn familie. Alevieten zijn moslims, maar ze hebben geen moskee en ze doen niet aan ramadan. In ons dorp wemelde het van de militairen, de streek was vol legerplaatsen. Iedereen probeerde zich aan het centrale gezag te onttrekken. Ik ben een kind van de avondklok. Ik kreeg als kind alleen ‘verboden boeken’ te lezen. Zoals Ik wil een kachel, een raam en twee boeken, van Yilmaz Güney, de regisseur van de film Yol.

In Nederland ben ik pas echt gaan lezen, eerst alleen in het Turks, maar later ook in het Nederlands. Mijn vader werkte in ploegendienst en moest vaak slapen. Maar mijn twee kleinere zusjes waren heel druk. Die werden alleen stil als ik ze een verhaaltje vertelde. Maar mijn verhalen raakten snel op. Toen ging ik boeken navertellen. We sliepen met zijn drieën op een kamer. Zodra ze in slaap waren gevallen, begon ik aan een nieuw boek. Elke dag een. Omdat het licht natuurlijk niet aan mocht, las ik in het schijnsel van de lantaarn die voor ons huis stond. Dat heeft geduurd tot ik jongens ontdekte, toen ik een jaar of 18 was. Ik las alles wat ik maar kon bedenken, alleen geen fantasieverhalen. Ik heb echt mijn best gedaan, maar romans lukten mij niet. Ik ben het meest geboeid door levenservaringen van andere mensen.”