Agent eist schadeclaim van slachtoffer

Merel Thie

Een agent in Groningen eist duizend euro schadevergoeding van een man die hij in zijn been heeft geschoten. De agent vordert dit bedrag als vergoeding voor immateriële schade omdat hij zich bedreigd heeft gevoeld. De man had een pijl en boog op hem en zijn collega’s gericht. Aan één van die pijlen was een mespunt bevestigd.

Daarbij „baalt” de agent ervan „dat hij door verdachte in de positie is gebracht dat hij heeft moeten schieten en dat hij moest kiezen tussen zichzelf en verdachte”, schrijft het Groningse politiekorps in de onderbouwing van de schadeclaim.

De advocaat van de Groningse pijl-en-boogschutter, Piet Huisman, noemt de schadeclaim van de agent „een gotspe”. „Het gebruik van een dienstwapen hoort bij het vak. Agenten zijn daar op getraind.” Los daarvan noemt de advocaat Piet Huisman claims voor immateriële schade een „groot risico” aangezien „er een persoonlijk belang voor de agent kan ontstaan”. Huisman denkt dat zo’n „troostpremie” een „corrumperend effect” kan hebben.

Sinds enkele jaren stimuleren korpsen agenten om materiële en immateriële schade te verhalen op de veroorzakers ervan. Maar er is geen landelijk overzicht van. Sommige korpsen schieten de schadeclaims voor aan de agenten. Het korps Midden- en West-Brabant geeft jaarlijks bijvoorbeeld tussen de zeven en tienduizend euro aan agenten die een schadeclaim indienen.Zo’n 75 procent daarvan wordt verhaald op verzekeraars of daders.

De Brabantse Kopschef Frans Heeres vindt dat „agenten net zo goed slachtoffer zijn” van geweld als gewone burgers. Hij vindt „natuurlijk” dat schieten bij het werk van agenten hoort. „Maar we moeten het niet gewoon gaan vinden.” De zaak in Groningen is nog onder de rechter.

De smart van het schieten: pag. 8