Zo gaat defensie het dus niet doen

Defensie heeft voor het eerst een eigen boot bij de Canal Parade van morgen. Maar dansen is uit den boze. „Losjes bewegen” mag wel.

De dag begint morgen op de kazerne met roze koeken en tompoezen. Voor de parade vertrekt blazen de tachtig opvarenden gezamenlijk ballonnen in alle kleuren van de regenboog op. Op het dek speelt een dj house en eighties-hits en spuit een gouden kanon confetti over het water. Maar daar houden de clichés op, zeggen de militairen die dit jaar voor het eerst met hun eigen sloep mee doen aan de Canal Parade van Gay Pride in Amsterdam.

Aan boord van hun schip wordt niet gedanst, gejoeld, getongd, gezopen en gesnoven, belooft Peter Kees Hamstra, die de deelname van defensie organiseert. „Het gaat om de waardigheid van het uniform. We mogen geen dingen doen die niet passen in het beeld van wat militair zijn behelst”, zegt de 51-jarige Hamstra. Hij werkt sinds 1980 bij de landmacht. Eén verkeerde pas, en alles wat zijn netwerk voor homoseksuelen binnen de krijgsmacht de afgelopen jaren heeft opgebouwd, kan verloren gaan. De defensieboot die morgen over de Prinsengracht glijdt, mag geen nichterige relschuit zijn, maar moet een statig schip zijn. „We lopen op eieren.”

Bijna tien jaar geleden polste Hamstra voor het eerst of defensie niet mee zou kunnen doen aan het uitdijende homotrotsevenement in Amsterdam. Toenmalig staatssecretaris Henk van Hoof (VVD) bleek daar geen problemen mee te hebben. Maar zodra De Telegraaf lucht kreeg van het initiatief „buitelde iedereen over elkaar heen” om het af te keuren. Generaals waren tegen, zelfs sommige homoseksuelen vonden het ongepast, zegt Hamstra.

Maar de krijgsmacht is het afgelopen decennium verder geëmancipeerd en de Gay Pride is juist bedaarder, mainstream geworden. „Op het nieuws zie je altijd alleen de extreemste boten met veel bloot”, zegt Cornelis de Pijper (29), verpleegkundige bij de marine. In werkelijkheid bestaat een groot deel van de stoet al jaren uit bedrijven, overheden en organisaties die hun maatschappelijke betrokkenheid en openheid willen tonen. Onder andere de politie, het ministerie van Onderwijs, vakbonden en ING gingen defensie al voor met een eigen sloep. De schepen worden niet exclusief bevolkt door homoseksuelen, biseksuelen en transseksuelen, maar ook door sympathiserende hetero’s.

Zoals Sandra Keijer, brigadecommandant van de marechaussee. Zij maakt samen met De Pijper en Hamstra deel uit van de zogenoemde ‘commandogroep’ die de defensiedeelname heeft voorbereid. Na een gesprek van een half uur komt ze „uit de kast”: ze valt eigenlijk op mannen. Door als leidinggevende zo progressief te zijn, hoopt ze het voor haar medewerkers makkelijker te maken om open te zijn over hun seksuele geaardheid.

Ze heeft gemerkt dat het voor lesbische vrouwen binnen de krijgsmacht makkelijker is dan voor homoseksuele mannen. „Want die vrouwen zijn dan ‘stoer’. Het mannelijke model is nog steeds de norm.”

Wat bij defensie ook speelt, meer dan bij veel andere werkgevers, is dat militairen er heel jong aan hun carrière beginnen, „als ze nog volop bezig zijn met het ontdekken van hun seksuele identiteit”.

Hamstra werkte al jaren bij de landmacht voor hij ervoor uitkwam dat hij op mannen valt. En De Pijper heeft het idee dat hij steeds opnieuw uit de kast moet komen, omdat het bij de krijgsmacht gebruikelijk is elke drie jaar van baan te wisselen. Een nieuwe functie betekent telkens nieuwe collega’s. „Ik breng het nooit zelf ter sprake, maar als mensen ernaar vragen, lieg ik er niet over.”

Hij heeft geen last van openlijke discriminatie, maar soms wel van pesterijen en min of meer terloopse opmerkingen die kwetsend zijn. Als verpleegkundige heeft hij het nog vrij makkelijk, maar bij de meest masculiene onderdelen, de mariniers, de commando’s en de F-16-piloten, kent hij geen mensen die openlijk homoseksueel zijn. Wie het echt moeilijk hebben tussen de militairen, zeggen de deelnemers, zijn de twee transseksuelen die morgen meevaren. „Wat betreft de acceptatie daarvan is echt nog een wereld te winnen”, zegt Hamstra.

De toestemming van het ministerie om met een eigen boot deel te nemen wordt gezien als een grote stap in de acceptatie en de zichtbaarheid van homoseksualiteit binnen de krijgsmacht. Tot twee jaar geleden was het militairen nog verboden in hun uniform op de parade te verschijnen. In 2009 en 2010 mochten ze in vol ornaat meevaren op andere boten en nu is voor het eerst een eigen schip worden opgetuigd. De kosten voor de deelname (3.500 euro) en de boot („sober in deze tijden van bezuinigingen”) draagt het ministerie.

Daarvoor wil het wel controle. De dag is met militaire precisie gepland in overlegd met ambtenaren in Den Haag. De commandogroep heeft een heel draaiboek opgesteld. „Het is evident dat wij geen dansjes of andersoortige acts aan boord zullen uitvoeren. Losjes bewegen en zwaaien is uiteraard wel toegestaan”, staat er in te lezen. Hamstra: „Het blijft een gevoelig onderwerp. Je mag binnen defensie prima homo zijn, maar je moet niet te veel afwijken en wel in het stramien lopen.”

    • Emilie van Outeren