Staren

Mijn overburen zijn weer terug van vakantie. Ze zijn van mijn leeftijd. Hij is erg lang, draagt vooral korte basketballbroeken, Beatles-achtig haar. Zij is slank en nog bruiner teruggekomen van vakantie. Ze heeft iets eenzaams. Ze zit vaak met een plaid om in het raamkozijn te roken, contemplatief voor zich uit te staren – een beetje als Simone de Beauvoir, als dat tenminste een hotte chick was geweest.

Wat ze niet zo goed snappen is dat hun raam hemelsbreed vijf meter van mijn raam af is en ik alles, alles, kan zien wat zich in hun huis afspeelt. Ik kijk rechtstreeks de woonkamer in, door de gang en, als de deur openstaat, hun slaapkamer in. Ze hebben gordijnen maar doen die nooit dicht. Ik wel.

Voor mijn verjaardag kreeg ik een Hitchcock-dvd-box. In Rear Window breekt James Stewart zijn been en recupereert de hele dag verveeld naast zijn openstaande raam en begint zijn overburen te observeren. Raar stel, opvliegende vent, steeds in de weer met zagen en bijlen en mysterieuze pakketjes – en op een dag ziet hij zijn buurvrouw nergens meer.

Stewart: „Why would a man leave his apartment three times on a rainy night with a suitcase and come back three times?”

Grace Kelly: „He likes the way his wife welcomes him home.”

Voorlopig heb ik mijn overbuurjongen het overbuurmeisje niet zien vermoorden, maar ik heb hem wel een variëteit aan andere dingen met haar zien doen. Allemaal aangename, gezonde dingen.

Die onbeschaamdheid doet enigszins nostalgisch en studentikoos aan, als je met z’n allen in een te krap huis woont met te dunne muren en je uiteindelijk elk gepiep en gekraak kunt identificeren van wie en wat het is. Ik herinner me een huisgenote die amper de deur dicht deed en die we een keer, na een hoop mannelijk gekreun, volkomen onaangedaan hoorden zeggen, alsof ze de borden van tafel ruimde: „Nou, dat was lekker, hè?”

Terwijl ik dit schrijf is ze trouwens aan het strijken in haar openslaande badjas. Roze met bloemetjes, zo te zien. Haar haar is nog nat van het douchen.

Inmiddels is Rear Window door filmcritici, psychologen en communicatiewetenschappers op alle mogelijke manieren geïnterpreteerd. Het zou een metafoor zijn voor de perverse, voyeuristische manier waarop filmkijkers geobsedeerd raken door wat zich op het scherm afspeelt, wat de natuurlijke zender-en-ontvanger-dynamiek zou verstoren.

Thom Karremans zei dat woensdag nog in Nieuwsuur, over Ratko Mladic: „Hij zond wel, maar ontving niet.”

Ze zit inmiddels weer in het raam. Ze staart. Ik kijk. Zender en ontvanger.

JOOST DE VRIES