Shell bekent dan toch schuld

Het komt niet vaak voor dat een internationaal energieconcern zich deemoedig opstelt. Maar Koninklijke Olie/Shell heeft zich daartoe nu genoodzaakt gevoeld. Het Brits-Nederlandse bedrijf geeft toe dat het medeverantwoordelijk is voor de milieuramp in de Niger Delta.

Het United Nations Environment Programme (UNEP), dat gisteren een rapport over de olievervuiling in Nigeria publiceerde dat op verzoek van zowel de regering in Lagos als de multinational was geschreven, liet Koninklijke Olie/Shell ook weinig ruimte. Volgens het UNEP is de delta een van de meest vervuilde gebieden ter wereld geworden. De ramp die zich in 2010 in de Golf van Mexico heeft voorgedaan, en waar het Britse olieconcern BP medeaansprakelijk voor is, zou hierbij in het niet vallen.

De oorzaken zijn divers. Volgens Shell wordt het merendeel van de vervuiling veroorzaakt door sabotage en diefstal door lokale groepen, die niet alleen ruwe olie aftappen maar die ook ter plekke raffineren. Maar Shell heeft ook schuld. Bijvoorbeeld aan een tweevoudige breuk in een pijp, die te laat gerepareerd is. Het bedrijf heeft daarvoor een kleine schadevergoeding van 3 miljoen euro uitgekeerd. Maar nu het schuld bekent bij een rechter in Londen, waar bewoners een procedure begonnen zijn, gaat de rekening echt oplopen.

Beleggers konden het gisteren niet waarderen dat Koninklijke Olie/Shell de verantwoordelijkheid deels op zich nam. Maar die dalende koersen zijn vooral kortzichtig. Het bedrag dat voor het opruimen en de schadevergoedingen aan de bewoners moet worden uitgetrokken (tegen een miljard euro) zal de winst vermoedelijk niet diepgaand belasten. En op langere termijn kan de concessie van het concern juist positieve betekenis hebben.

De ecologische verwoestingen in de Niger Delta zijn niet alleen het gevolg van roestige pijpen en lokaal banditisme. De oliewinning heeft ook politieke effecten op het land. Trefwoorden: corruptie en geweld. De schrijver en milieuactivist Ken Saro-Wiwa, die in 1995 met acht anderen ter dood werd veroordeeld, is daarvan een symbool geworden.

Zolang Nigeria, met ruim 150 miljoen inwoners het dichtst bevolkte grote olie-exporterende land ter wereld, eenzijdig afhankelijk blijft van oliewinning, zal het worden geteisterd door dit soort spanningen.

Tot nu toe hebben de meeste oliemaatschappijen zich daarvan weinig rekenschap gegeven, onder het motto dat ze alleen zakelijke belangen hebben en geen politiek bedrijven. Shell heeft nu erkend dat deze twee domeinen – oliewinning en handel enerzijds en maatschappelijke orde anderzijds – niet strikt te scheiden zijn. Hopelijk zet dit de andere oliemaatschappijen, privaat of staatseigendom, nu ook aan het denken.