Opinie

    • Sjoerd de Jong

Op de vingers getikt? Graag even vermelden

Wanneer moet de krant door het stof?

De krant moet niet wachten op herziening van ongunstig oordeel

Ja, bij uitspraken van een rechter, die zijn bindend. Maar het ligt lastiger met oordelen van de Raad voor de Journalistiek, een orgaan voor zelfregulering dat zich (niet bindend) uitspreekt over klachten aan het adres van de media.

De Raad oordeelde op 8 juli dat een klacht van BioShape Holding BV over het stuk BiosShape trekt spoor van vernieling (Economie, 21 september 2010) gegrond was. In dat paginagrote stuk werd het bedrijf ervan beschuldigd een project voor biodiesel in Tanzania te hebben laten ontsporen in een chaos van „omstreden houtkap, gedupeerde boeren en misleide geldschieters”.

Die aantijgingen kwamen van deskundige bronnen met naam en toenaam, maar de Raad vond dat de krant hun beschuldigingen als feiten had gepresenteerd en uitgebreider wederhoor had moeten vragen.

De beslissing van de Raad werd gepubliceerd op zijn website (www.rvdj.nl), maar verscheen niet in de krant. Waarom niet?

De reden: de krant heeft herziening van de beslissing gevraagd. De krant vindt het oordeel onterecht, aldus de toenmalige chef Economie die het stuk met een lid van de hoofdredactie bij de Raad verdedigde. En sinds kort bestaat er de mogelijkheid tot herziening.

Dat lijkt me verstandig. Als de krant achter het stuk staat, moet ze dat blijven verdedigen. En de Raad kan natuurlijk de plank best eens misslaan – net als de krant.

Maar ik vind het wel een merkwaardige reden om de uitspraak van de Raad niet in de krant te zetten. Die is een feit, en ook in de verslaggeving over andere zaken wacht de krant toch niet tot het hoger beroep? Je kunt er altijd bijzetten: we stand by our story.

De regel bij NRC Handelsblad is dat het oordeel van de Raad alleen wordt gemeld als een klacht gegrond wordt verklaard. Gelijk krijgen en dát in de krant zetten is ten slotte net zoiets als melden dat er weer een vliegtuig veilig is geland.

Nu is het publiceren van zo’n beslissing geen verplichting. De Raad verzoekt het betrokken medium er melding van te maken. Media die de Raad niet de moeite waard vinden, doen dat nooit. De Telegraaf mijdt bijvoorbeeld zittingen van de Raad. Zo kan het natuurlijk ook.

Maar als een krant de Raad als instituut wél de moeite waard vindt – al is het maar om te voorkomen dat er een door de overheid opgelegde Media Code komt – dan is het natuurlijk wel zo correct om relevante uitspraken ook te vermelden.

De nieuwe hoofdredacteur vindt dat nog steeds een goed gebruik, zegt hij, ook nu de mogelijkheid tot herziening er is. Dus: toch een berichtje maken – hooguit met wat meer uitleg aan de lezer.

Nu moet wel de hand in eigen boezem. Het is niet voor het eerst dat de krant een negatieve beslissing van de Raad niet heeft gepubliceerd. Toen ondergetekende deel uitmaakte van de hoofdredactie achtte de Raad in juli 2009 een klacht van een ander bedrijf deels gegrond. Het bedrijf kwam (zonder dat de naam werd genoemd) voor in een artikel over gesjoemel met vastgoed (Mogelijk fraude met Limburgs vastgoed, 2 mei 2009).

De raad vond dat het bedrijf niet uitvoerig genoeg aan het woord was gekomen, maar ook dat de verslaggever een telefoongesprek met een directeur van de bv niet zonder diens medeweten op de band had mogen opnemen. Zo stond het volgens de Raad in de eigen Leidraad voor journalistiek handelen (ook te vinden via www.rvdj.nl).

De krant (ondergetekende dus) vond dat een bizarre uitspraak. Het gesprek met de directeur was geen vrijblijvend babbeltje, maar een on the record gesprek, waarvan ook aantekeningen waren gemaakt voor gebruik in de krant. De verslaggever had het bandje gemaakt als geheugensteun en om zijn citaten te kunnen checken (wat in dit geval ook hard nodig bleek, omdat het stuk werd aangevochten).

Bovendien had de Raad in eerdere uitspraken het maken van een opname voor die doeleinden gebillijkt. De Leidraad, dacht de krant, was toch vooral bedoeld om duidelijk te maken dat je niet stiekem een gesprek mag opnemen en dat vervolgens publiceren of uitzenden. Maar van stiekemigheid was hier geen sprake geweest.

Het akkefietje leidde tot een kleine publicitaire rimpeling in de vakbladen. Het resultaat was dat de Raad de Leidraad uiteindelijk aanpaste. Daarin staat nu: ,,Het staat een journalist vrij een telefoongesprek op te nemen wanneer dit nodig is om een onbetwistbare en zo adequaat mogelijke weergave van het besprokene te kunnen publiceren. Wanneer hij de geluidsopname zelf, of delen daarvan, openbaar wil maken, dient hij echter vooraf toestemming van de geïnterviewde te krijgen.’ (Leidraad, 2.1.7).

Het is maar dat u het weet.

De Raad voerde toen ook de langverwachte mogelijkheid in om herziening van een uitspraak te vragen. Alleen, de uitspraak in déze zaak bleef staan want herziening was niet mogelijk met terugwerkende kracht. Jammer, maar helaas.

Achteraf vind ik dat de krant (ik heb het ook tegen mezelf) de lezer had moeten informeren over dat oordeel en de gang van zaken daarna. Natuurlijk, een krant moet zichzelf niet te interessant gaan vinden. Maar dit hoort bij transparantie. Bovendien was dit ook voor lezers een interessante casus.

Hoe interessant die nieuwe zaak is, laat ik in het midden. Maar een tik op de vingers moet de krant melden – ook al wordt dat later misschien een aai over de bol.

    • Sjoerd de Jong