Na drie catastrofes weet Cyprus zich geen raad

De economie van Cyprus zit klem tussen Europese regels en nationale politiek. Een ontploffende energiecentrale gaf de doorslag: Cyprus is het jongste Europese zorgenkind geworden.

The damaged Mari power station _ the island's primary electricity generator _ damaged by the explosion's concussion wave near to the Evangelos Florakis naval base in Mari, Cyprus, on Monday July 11, 2011. A huge explosion tore through a Cypriot National Guard naval base causing widespread damage, the Defense Ministry said. At least 12 people were feared dead. A bush fire ignited gunpowder stored in containers that Cypriot authorities confiscated in 2009 from a ship sailing off its coast. The ship, the Cypriot-flagged Monchegorsk, had been suspected of heading from Iran to Syria, with gunpowder destined for Gaza. It was seized in February 2009. (AP Photo/Petros Karadjias) AP

Bram Vermeulen

Jorges Katides zou wel gek zijn als hij het allemaal moest geloven. „Eerst ging het geweldig met Cyprus, en nu zijn we ineens bankroet?” Hij trekt zijn zwarte t-shirt recht, waarmee hij al weken staat te demonstreren voor het presidentieel paleis in de Cypriotische hoofdstad Nicosia. Avond na avond. Daarbinnen woont de man die hij verantwoordelijk houdt voor alle plotselinge misère van het eiland: president Demetris Christofias, de communist. Katides en de andere demonstranten die hier bivakkeren willen hem weg, vanavond nog. „Hij praat ons deze crisis aan. Zodat we een deal maken met de Turken. Allemaal manipulatie.”

Het is ook moeilijk te geloven, de drie opeenvolgende catastrofes die in dezelfde maand het eiland troffen en Cyprus nu na Griekenland, Portugal en Ierland de vierde lidstaat in de eurozone dreigt te maken die aan het noodinfuus van Brussel moet.

De economie groeide hier met 4 procent per jaar, dankzij toerisme en een ijverige bouwsector. Maar toen kwam die vermaledijde crisistop in juli, waar de lidstaten van de Europese Unie besloten dat de banken waar Griekenland zijn schulden heeft opgebouwd maar een deel van de kosten van het reddingsplan op zich moesten nemen. Dat deed extra pijn bij de drie grootste banken op Cyprus waar bijna de helft van de klanten Grieken zijn.

Dat kwam bovenop de politieke crisis, onder regie van president Christofias die een loopgravenstrijd voert met oppositie en vakbonden over bezuinigingen om het alsmaar groeiende begrotingstekort in te dammen.

Maar de genadeklap blijkt de ramp te zijn die wekenlang niet meer dan een kort berichtje, een fait divers was op de buitenlandpagina’s van de Europese kranten. Begin juli, toen de temperaturen langzaam richting de 40 graden Celsius kropen, ontploften op een marinebasis een aantal containers volgestouwd met Iraanse munitie. Twee jaar lang stonden die 98 containers daar in de brandende zon, nadat de Cypriotische autoriteiten de munitie hadden geconfisqueerd om te voorkomen dat de wapens in Syrië terecht zouden komen.

De ontploffing doodde dertien mensen, waaronder een achttien-jarige tweeling die kort voor de ontploffing de opdracht kreeg de brand in de marinebasis te blussen. De namen van de dertien slachtoffers worden elke avond voorgelezen voor het presidentiële paleis, „net zo lang tot er gerechtigheid is en de verantwoordelijken gestraft worden’’, zoals de grijze baard Katides zegt.

De ontploffing vernietigde ook de elektriciteitscentrale in Vasilikos die bijna 60 procent van de stroom op Cyprus levert. De stalen steunbalken, het aluminium dak, de transformators, alles van waarde in de centrale verschrompelde door de luchtdruk. „Mijn levenswerk is vernietigd’’, zegt Cryanthos Hadjimarkos, die nieuwe wattcentrales ontwikkelt in Vasilikos. Drie weken later worstelen Cyprioten in alle uithoeken van het eiland met de gevolgen. Chaos op de kruispunten met uitgevallen verkeerslichten. Paniek in klinieken in ziekenhuizen tijdens openhartoperaties. Airconditioning valt uit op de heetste momenten van de dag. Restauranthouders moeten de inhoud van hun vriezers weggooien. De geschatte schade: meer dan 2 miljard euro, ofwel meer dan 10 procent wat de 800.000 Cyprioten jaarlijks samen verdienen.

„Het is heel goed mogelijk dat Cyprus nu de volgende lidstaat wordt die hulp van de Europese Unie nodig heeft”, zegt econoom Marios Mavrides. Hij voorziet dat de Cypriotische politici zelf niet langer deze crisis kunnen managen. De president stuurde vorige week zijn hele kabinet naar huis en benoemde gisteravond laat hun opvolgers. Op woensdag stapte de rechtse coalitiepartner DIKO uit de regering. Het gevolg is dat de partij van president Christofias nu een minderheid heeft in het parlement net nu Cyprus zwaar moet gaan bezuinigen om aan de eisen van de Europese Unie te voldoen. Die politieke onzekerheid dreef kedrietbeoordelaar Moody’s al tot het afwaarderen van langlopend Cypriotisch staatspapier, dat nu nog maar twee posities is verwijderd van de status „junkpapier”.

Als Europa inderdaad moet gaan inspringen zal Cyprus belangrijke privileges kwijtraken, waarschuwt econoom Mavrides. Het eiland is een belastingparadijs, waar bedrijven slechts 10 procent belasting hoeven te betalen op hun winst, tegen 25 procent elders in de Europese Unie. Cypriotische banken zijn vooral populair voor bedrijven en zakenmensen uit Rusland, en het Midden-Oosten. „Als die bedrijven vertrekken dan gaan de banken een groot probleem krijgen.” Europa kijkt al jaren met zorg naar de enorme omvang van de bankensector in Cyprus: ruim zeven keer zo groot als het bruto binnenlands product. „Dat zijn Ierse en IJslandse toestanden”, zegt de econoom. „Onze banken zijn te groot en dat maakt ons extra kwetsbaar voor schokken van buitenaf.”

Op die logge banksector drijft een gigantisch ambtenarenapparaat, dat geholpen door machtige vakbonden hoge salarissen kan eisen voor korte werkdagen. Op het ministerie van Financiën stromen de ambtenaren iedere middag om half drie naar buiten, het einde van de dag. Maar het ministerie ontsnapt niet langer aan de crisis. Ook hier valt de stroom een of twee keer per dag uit, en staan de ramen wijd open bij gebrek aan airconditioning. Verzoeken voor interviews worden beleefd afgewezen. „Wat valt er nu ook nog te zeggen?”, zegt een ambtenaar die anoniem wil blijven. „Dit valt niet meer uit te leggen.”