Met een beetje hulp van haar vrienden

Ze fotografeerde à la Herb Ritts en Cartier-Bresson, en toen dook voor de camera van Linda McCartney de rijkste muzikant ter wereld op.

Linda McCartney: Life in Photographs. Librero/Taschen, 288 blz. €50,-

Aan Linda McCartney, de vroeg gestorven eerste echtgenoot van Beatle Paul, kleeft een diepe tragiek. Net als Yoko Ono was ze gehaat door Beatle-fans, en toen ze ondanks enig muzikaal talent deel werd van Pauls volgende band Wings, wist iedereen: die vrouw deugt niet. Deels was haar reputatie van opportunist terecht – al in de tijd dat ze als groupie rondhing in het muziekcircuit van de jaren zestig, had ze besloten jacht te maken op McCartney, die ze nog nooit ontmoet had. Maar het was Paul die haar had moeten overhalen het podium te betreden, waar ze zich voornamelijk ellendig voelde. Bovendien betekende hun huwelijk het einde van een bloeiende carrière als fotografe.

Nu, dertien jaar nadat ze overleed aan kanker, verschijnt bij Taschen een lijvig overzicht van haar beste werk. Het boek opent met haar popfotografie. In 1968 was ze, toen nog Linda Eastman, de eerste vrouwelijke fotografe die de cover van Rolling Stone mocht schieten, met een portret van Eric Clapton. Ze fotografeerde meer (toekomstige) iconen: van Jimi Hendrix tot Warren Beatty. Veel van die vroege portretten zijn vooral kundig – werk met de houdbaarheid van het tijdschrift waarin ze verschenen.

Totdat je op een huiselijk beeld van Cass Elliot en John Phillips van The Mamas and the Papas stuit. Een rommelige ontbijttafel, een tv die blèrt in de achtergrond, een diep ongelukkige man met een gitaar op zijn schoot, een vrouw die praat en praat. De aanstaande desintegratie van de band is hier vastgelegd in één pijnlijk beeld.

Misschien dat die foto iets losmaakte, want in de loop van het chronologisch vormgegeven Life in Photographs stuit je steeds vaker op intieme en terloopse beelden. Die ontwikkeling voltrok zich vooral buiten het publieke oog, want door haar huwelijk met Paul, in 1969, en de geboorte van haar kinderen, kreeg fotografie een andere functie in Linda’s leven. Ze bleef fotograferen, maar niet langer als broodwinning.

De sterkste beelden in haar oeuvre zijn te verdelen in twee categorieën. Er zijn de portretten, gedomineerd door de ruimte, met de beroemdheid in de marge, als een bijgedachte. De culminatie ervan is een zelfportret, genomen in de studio van Francis Bacon. Linda staat onscherp en spookachtig aan de rand van het beeld, gezien via een gebarsten spiegel.

Nog fraaier zijn de intieme beelden van haar thuisleven, die naast een fotografische ook een historische significatie hebben. Paul en zoon James in bad. Een dynamisch tableau van Paul die in ochtendjas op een hek rond een Schotse boerderij balanceert, dochter Stella in het gras, zoon Paul die van een auto springt. Paul in moonboots bezig in de studio. Werk dat tijdlozer is dan de inwisselbare, gestileerde portretten die ook zo nu en dan opduiken, of de bestudeerde stillevens.

Dat ze de echtgenote was van mogelijk ’s werelds rijkste muzikant had natuurlijk voordelen. Haar toegang tot de rich and famous – altijd dankbare fotografische onderwerpen – was groter dan die van een ‘gewone’ fotograaf, en bovendien kon ze hen benaderen vanuit gelijkwaardigheid. Dat gold in het bijzonder voor haar eigen beroemde gezin.

Tegelijkertijd openbaart zich het nadeel. Door veelvuldig Paul als onderwerp te nemen bevestigde ze haar rol als de ‘vrouw van’. Hoe kon ze ook anders? Zoals Martin Harrison in zijn inleiding schrijft: ‘Door haar huwelijk met Paul veranderde het pad van haar carrière voorgoed. Wat fotografie betreft: als nu prominent en direct herkenbare publiek persoon werd het vrijwel onmogelijk anoniem te opereren. Onvermijdelijk moest haar modus operandi worden bijgesteld.’ Dat deed ze door haar aandacht te verleggen naar haar directe dagelijkse omgeving. Haar gezin, de dieren op de boerderij, het landschap.

Maar ik zie in haar werk nóg een nadeel van haar huwelijk. Omdat ze niet langer haar positie in het competitieve veld hoefde te bevechten, kreeg haar werk iets vrijblijvends. Hoewel technisch vaardig, mist het een eigen toets. Dan weer is ze Herb Ritts, dan weer Henri Cartier-Bresson, dan weer Sally Mann, experimenterend met technieken uit de 19de eeuw. Ze is in een positie dat ze naar believen kan aanrommelen, en dat is wat ze – op een heel behoorlijk niveau – doet. Zo verdiept het prachtig vormgegeven Life in Photographs haar tragiek. Ze had het talent om zoveel beter te kunnen zijn. Maar ze werd mevrouw McCartney.

    • Auke Hulst