Maak maar geen ruzie...

Steven ten Have is vorige week bij Ajax verkozen tot president-commissaris.

Hij heeft een bijzondere cv: drie academische titels en de zwarte band jiu-jitsu.

„Ik zou hem niet opzoeken”, waarschuwt Kees Broertjes, eigenaar van sportschool Broertjes Sport & Health in Zeist. „Steven staat stevig op de mat en heeft een heel sterke ippon seionage in huis.”

Steven is Steven ten Have, vorige week benoemd tot president-commissaris van Ajax. Broertjes is al zes jaar zijn vaste jiu-jitsutrainer. „Hij traint hier zeker drie keer per week, heeft een ijzeren discipline en is uiterst gedreven.”

In juni, toen hij zijn sollicitatiegesprekken voerde met de benoemingscommissie van Ajax’ ledenraad, haalde Ten Have zijn 2de dan, de op drie na hoogste graad in deze budosport. Daarnaast heeft hij bij dezelfde sportschool de bruine band karate gehaald. Kees Broertjes, behalve meester intussen ook goede vriend van Ten Have, zegt het nog maar eens. „Met Steven moet je geen ruzie krijgen.” Maar ondanks zijn bekwame, Japanse vechttechnieken, stelt Broertjes gerust, zal hij een conflict „altijd eerst verbaal proberen op te lossen”.

Voor de meeste Ajacieden, zowel supporters als aandeelhouders, was Steven ten Have een onbekende toen hij vorige week werd voorgedragen als voorzitter van de raad van commissarissen, als opvolger van de onder druk van Johan Cruijff opgestapte Uri Coronel. De aandeelhoudersvergadering stemde massaal met zijn benoeming in, net als met die van de vier gewone commissarissen: Johan Cruijff, oud-Ajacied Edgar Davids, advocate Marjan Olfers en aanstaande omroepdirecteur Paul Römer.

Voor veel grote Nederlandse bedrijven is Ten Have geen onbekende. Hoewel nog geen 44 jaar oud, is hij al bijna twee decennia actief als organisatieadviseur; de eerste tien jaar van zijn loopbaan bij adviesbureau Berenschot, sinds 2004 bij zijn eigen kantoor Ten Have Change Management in Utrecht, dat hij samen met zijn broer opzette. De anderhalf jaar jongere Wouter ten Have is sinds hun jeugd zijn onafscheidelijke evenknie. Ze zijn niet alleen broers, maar ook beste vrienden. Ze voetbalden samen, gaan samen met vakantie, bellen drie keer per dag en hebben een bijna identieke carrière.

Na een indrukwekkend academisch cv – een dubbele studie in Utrecht (rechten en psychologie) en een masterstitel bedrijfskunde op Nyenrode – liep Steven stage bij Berenschot. Aan het einde bleken er twee vacatures te zijn. Hij solliciteerde en vroeg zijn broer, die economie in Amsterdam studeerde, hetzelfde te doen. Beiden werden aangenomen. In 2000 werd Steven lid van de groepsdirectie (broer Wouter volgde twee jaar later), hij promoveerde in 2001 tot vicevoorzitter. Hij was toen 34. Toen hij twee jaar later voor de hoogste functie bij Berenschot ten faveure van een buitenstaander werd gepasseerd, besloot hij met z’n jongere broer Wouter voor zichzelf te beginnen.

Dat de organisatieadviseur carrière zou maken in het grote bedrijfsleven was niet vanzelfsprekend toen hij in 1967 in het Utrechtse De Meern geboren werd. Hij is, zoals dat heet, van eenvoudige komaf. Vader Ten Have, een boerenzoon, was monteur bij de Gasunie. Moeder wijkverpleegster. „Mijn ouders zijn trots op wat wij hebben bereikt”, zegt broer Wouter, „maar ze zeggen er wel steeds bij dat dit niet hun wereld is”.

Voor zover dat ging, moedigden zijn ouders Stevens omvangrijke studieplannen aan, maar hij moest het wel grotendeels zelf betalen. Zonder morren heeft hij altijd baantjes gehad tijdens zijn studiejaren in Utrecht en op Nyenrode; hij moest er het actieve studentenleven voor laten schieten. Hij werkte jarenlang in een kledingzaak in Hoog Catharijne en was ober in een Italiaans restaurant. „Hij heeft zijn drie studies zonder studieschuld afgerond”, zegt Wouter.

Hoewel een ras-Utrechter is Steven ten Have een „ echte Ajax-fan”, weet Keje Molenaar, lid van de commissie die voor Ajax’ ledenraad de nieuwe raad van commissarissen rekruteerde. Of hij fan was van de club, was een van de eerste vragen tijdens de selectieprocedure.

Dat Ten Have in zijn jeugd niet voor FC Utrecht koos als favoriete club, toch de enige profclub in de buurt, kwam volgens zijn broer Wouter door zijn eigen jeugdtrainer bij VV De Meern. Die was een groot Ajax-fan en nam het jeugdteam eens mee naar een wedstrijd van Ajax. „Sindsdien is hij supporter.” Bij de lokale voetbalclub schopte Ten Have het tot de A1 junioren, die in de regionale jeugdcompetitie speelden. Daarna haakte hij af en koos voor jiu-jitsu.

Dat hij met het besturen van een sportclub hoegenaamd geen ervaring had, was voor Keje Molenaar en de zijnen geen bezwaar. „Het belangrijkste is dat hij weet hoe het er bij een beursgenoteerde bedrijf aan toegaat.” Ten Have zal zich volgens Molenaar meer met de bedrijfsmatige kant van de club bemoeien dan met de vereniging. „Anders dan zijn voorgangers die ook uit het bedrijfsleven kwamen, heeft Steven met collega-commissarissen Cruijff en Davids wel voetbaltechnische ervaring om zich heen.”

    • Daan van Lent
    • Philip de Witt Wijnen