Kritisch rapport over activiteiten Shell in Nigeria

Een ontluisterend onderzoek van de VN over de ecologische olieramp in de Niger Delta, kan leiden tot bijkomende schadeclaims tegen olie- en gasconcern Shell. „Dit is een tragische erfenis.”

Vijftig jaar oliewinning. Vijftig jaar olievervuiling. Met Shell en de Nigeriaanse overheid in de hoofdrol.

Het onderzoeksrapport dat gisteren door de Verenigde Naties werd verspreid over de ecologische olieramp in Ogoniland, een regio ten zuidoosten van de Niger Delta, leest als een sombere kroniek vol verzuim en verderf.

De UNEP, de milieuorganisatie van de VN die ruim een jaar lang meer dan 200 locaties in de regio onderzocht, spreekt van een „tragische erfenis”. De Nigerianen betaalden een „hoge prijs” voor de oliewinning die vijftig jaar lang een sleutelindustrie was in het gebied, aldus Achim Steiner, ondersecretaris-generaal van de VN.

Hoewel olie- en gasconcern Shell er zijn activiteiten al in 1993 heeft stopgezet, blijft lekkende olie het duizend vierkante kilometers grote Ogoniland – een koninkrijk in de Niger Delta – op grote schaal en „met een alarmerende regelmaat” vervuilen, aldus het rapport. De procedures voor onderhoud en controle die de Nigeriaanse dochter van Shell daarbij hanteert, zijn „ondermaats” en vormen een bedreiging voor de publieke gezondheid.

Pogingen van Shell om de smurrie op te ruimen en de vervuilde ondergrond schoon te maken, zijn „ineffectief” gebleken. Het rapport raadt het Brits-Nederlandse concern aan zijn aanpak „volledig te herzien” en over de toestand ter plekke op transparante wijze tegenover de lokale Ogoni-bevolking te communiceren.

De VN komen tot de conclusie dat het ecologische herstel van de regio zo'n 25 tot 30 jaar in beslag zal nemen, en stelt daarom voor een fonds van 1 miljard dollar (700 miljoen euro) op te richten, gefinancierd door de Nigeriaanse overheid en de lokale olie-industrie.

De kritiek in het rapport komt voor Shell erg ongelegen. Gisteren werd bekend dat het concern in een lopende procedure voor de Britse rechter schuld heeft erkend voor twee grote olielekken die in 2008 in dezelfde regio zijn veroorzaakt. Over die olievervuiling wordt in het najaar een schikking onderhandeld. De schade wordt volgens experts op minstens een kwart miljard euro geraamd.

De juristen van Shell hebben daarbij een overeenkomst getekend met het advocatenkantoor Leigh Day, dat de belangen verdedigt van ruim 69.000 Nigeriaanse gedupeerden, in een poging de financiële schade voor het moederbedrijf te beperken. De overeenkomst houdt in dat de rechtszaak enkel met de Nigeriaanse dochter van Shell wordt verdergezet en niet met het moederbedrijf. Die dochter maakt deel uit van een samenwerkingsverband waarin de Nigeriaanse overheid 55 procent van de aandelen bezit, het Franse olieconcern Total 10 procent en het Italiaanse Agip Oil 5 procent.

Of die tactische manoeuvre zal helpen, valt af te wachten. Dat Shell voor het eerst in een lopende procedure voor de Britse rechter heeft toegegeven aansprakelijk te zijn voor olievervuilingen in Nigeria, is een tweesnijdend zwaard. „Het opent de deur voor andere juridische claims”, zegt Daniel Leader van Leigh Day. En het rapport van de VN kan daarbij de nodige munitie opleveren.

In Bodo West, de plaats van de twee olielekken waarover nu een procedure loopt voor de Britse rechter, leidde het geïmproviseerd aftappen van olie door de plaatselijke bevolking in de periode 2007 tot 2011 tot het verdwijnen van tien procent van de lokale mangrove-vegetatie, zo stelt het VN-rapport vast. Het illegaal aftappen van olie is een plaag in de regio, en wordt vaak oogluikend toegestaan door de lokale autoriteiten.

Maar uit het rapport blijkt ook dat Shell zijn verlaten olie-installaties vaak niet naar behoren had afgesloten. En als er lekkages waren, dan werd er vaak onvoldoende snel of helemaal niet opgetreden. De genomen maatregelen waren meestal ook „niet doeltreffend”, aldus de VN-onderzoekers. Die harde kritiek kan leiden tot bijkomende juridische claims die de aansprakelijkheid van Shell voor het voetlicht brengen.

De belangen van het Brits-Nederlandse olieconcern in de Niger Delta zijn groot. Het heeft er 6.000 kilometer aan pijpleidingen liggen en de productie bedroeg vorig jaar 925.000 vaten per dag. „Ogoniland is nog maar een klein deel van het gebied in de Niger Delta waar Shell actief is”, aldus Milieudefensie, dat samen met vier Nigeriaanse boeren enkele rechtszaken voert tegen het concern. „Wij roepen Royal Dutch Shell daarom op miljarden te reserveren voor het saneren van het gebied.”

    • Piet Depuydt