'In Syrië komt geen sektarische oorlog'

Advocaat en oud-rechter Haitham al-Maleh voert in het buitenland campagne voor zwaardere druk op het regime van president Assad. „Als hij zijn leven wil redden, moet hij nu weggaan.”

RESTRICTED TO EDITORIAL USE - NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS - AFP IS USING PICTURES FROM AN ALTERNATIVE THIRD PARTY SOURCE, THEREFORE IT IS NOT RESPONSIBLE FOR ANY DIGITAL ALTERATIONS TO THE PICTURE'S EDITORIAL CONTENT WHICH CANNOT BE INDEPENDENTLY VERIFIED Syrians demonstrate against the government after Friday prayers in Hama on July 29, 2011. Security forces shot dead at least two civilians as thousands of Syrians massed for protests and saboteurs blew up a pipeline near the restive city of Homs, activists and reports said. AFP PHOTO/STR AFP

Carolien Roelants

Een tsunami van vrijheid heeft de jonge Tunesiër Mohamed Bouazizi in januari losgemaakt met zijn zelfverbranding. „Ik zat gisteren op de televisie te kijken naar Mubarak in de rechtbank”, zegt de Syrische oppositieleider Haitham al-Maleh. „En nu zijn Bashar al-Assad en zijn familie aan de beurt. Als ze niet snel vertrekken, riskeren ze de dood. Ze hebben alles gestolen. Ze hebben ons land gestolen. Dit land is van ons, niet van Assad.”

Haitham al-Maleh (81) , oud-rechter en advocaat, in 2006 onderscheiden met de Nederlandse Geuzenpenning, vecht sinds 1952 tegen achtereenvolgende Syrische regimes die hem op hun beurt regelmatig gevangen zetten. Afgelopen maart, toen de opstand tegen Assad al aan de gang was, werd hij weer eens vrijgelaten. Vorige maand vertrok hij naar het buitenland, waar hij nu campagne voert voor zwaardere internationale druk op het regime in Damascus.

Waarom bent u uit Syrië vertrokken?

„Ik wilde niet weg. Ik ben een leider, het volk weet dat. Maar het regime heeft opdracht gegeven me te doden. Ze dachten vroeger dat ze me konden veranderen door me gevangen te zetten, maar dat hebben ze opgegeven. Ik moest van huis naar huis verhuizen. Toen heb ik besloten om een tijd naar het buitenland te gaan om steun te vragen voor de revolutie.”

Gisteren arriveerde hij in Nederland, op uitnodiging van de organisatie Lawyers for Lawyers, die zich inzet voor advocaten die in hun beroepsuitoefening worden belemmerd. Vandaag zou hij de aanklager van het Internationaal Strafhof, Luis Moreno Ocampo, in Den Haag vragen een onderzoek in te stellen naar misdrijven tegen de menselijkheid door Assad.

Zwaardere druk op het regime moet volgens hem verder met name bestaan uit sancties tegen individuele leden van Assads bewind. Geen bredere economische sancties, zoals wel in het buitenland wordt bepleit, en zeker geen militaire aanval. „We willen het regime straffen, niet het land!”

Is er nog een kans dat Assad zich door hervormingen kan redden?

„Nee, het spel is uit. Het is genoeg. Klaar. Als hij zijn leven wil redden, moet hij nu weggaan. Het kan worden geregeld. We hebben contacten met ambassades.”

Maleh zegt dat het regime wankelt. „Het staat onder druk van de miljoenen demonstranten. De economie is er steeds slechter aan toe; toeristen komen niet meer en het pond heeft 15 procent van zijn waarde verloren. Over twee maanden is er geen geld meer voor salarissen. En het leger valt uit elkaar.

„Van de 300.000 militairen staan er 60.000 onder het bevel van Bashars broer Maher. De rest zal niet doden op bevel van het regime. Ook uit de hoge rangen zijn deserties begonnen. Een heleboel officieren wachten op ons signaal.”

Maar het regime heeft tanks; de oppositie heeft geen zware wapens.

„Ja, 3.000 tanks. Maar ze hebben geld nodig om de manschappen te betalen. En het leger wordt moe, de veiligheidsagenten worden moe.”

En het heeft de steun van minderheden zoals de alawieten, waaruit het zelf voortkomt.

„Nee dat is niet waar. Het regime is zo corrupt, ook de alawieten hebben er geen profijt van. Dus waarom zouden ze Assad verdedigen? Het bewind heeft geprobeerd de christenen bang te maken voor de toekomst. Maar christenen zijn premier geweest en zelfs president, niemand heeft daar bezwaar tegen. Een deel van de zakenwereld steunt het regime inderdaad nog, maar dat zal veranderen.”

De buitenwereld kijkt aarzelend tegen de Syrische opstand aan omdat ze vreest dat sunnitische fundamentalisten wel eens aan de macht kunnen komen. Is die angst terecht?

„Er is daarvoor absoluut geen historische grond. Er zijn geen fundamentalisten in Syrië. Eind jaren zeventig/ begin jaren tachtig was er één extremistenleider met 500 manschappen die aanslagen pleegde. Dat kan overal gebeuren. Het grote geweld kwam toen de autoriteiten in de aanval gingen, in Aleppo, in Hama, en de burgers zich probeerden te verdedigen.”

Het regime waarschuwt voor een sektarische oorlog. Bent u daar bang voor?

„Nee. Er komt geen sektarische oorlog. Het is al vier maanden revolutie, maar de mensen op straat blijven scanderen: ‘wahid, wahid, één, één volk’. Niemand denkt hieraan.”

Er vallen zeker doden in Syrië, maar hoeveel zijn het er? De dodentallen komen van Syrische mensenrechtenorganisaties, maar omdat het regime geen buitenlandse pers toelaat, kunnen ze niet van onafhankelijke zijde worden bevestigd. Hoe betrouwbaar zijn ze?

„De cijfers komen van mensen in de steden, die meemaken wat er gebeurt. Ik krijg dagelijkse telefoontjes, tien gedood hier, tien daar. Overdag worden de doden begraven, en dat is makkelijk bij te houden. Er zijn al 2.200 doden geteld.”

Is er coördinatie tussen de seculiere oppositie, waarvan u deel uitmaakt, de oppositie op straat en de oppositie in het buitenland?

„Ja, er zijn contacten over en weer. We werken samen aan de verandering van dictatuur naar democratie, naar vrijheid en respect voor mensenrechten, aan een land waar iedere burger vrijelijk zijn stem kan uitbrengen. Op de recente conferentie in Istanbul, waar oppositievertegenwoordigers van binnen en buiten Syrië aanwezig waren, hebben we standpunten uitgewisseld en een document opgesteld.

„Het is nog niet klaar. We moeten er in Damascus verder over praten met meer mensen van binnen. Uiteindelijk moet het document het standpunt van de hele oppositie verenigen.”

In Egypte is Mubarak ten val gebracht, maar blijven hervormingen uit; in Irak, waar de dictator al in 2003 werd geveld, zijn de mensen eveneens ontevreden. Is het eigenlijk realistisch te verwachten dat Syrië op korte termijn een democratie wordt?

„We zijn niet in dezelfde situatie als Irak. Daar zijn er drie grote bevolkingsgroepen, shi’ieten, sunnieten en Koerden, die altijd vechten. Syrië heeft 90 procent sunnitische moslims, dus het Iraakse gevaar bestaat hier niet.

„In Egypte heb je de grote, gevestigde partijen die allemaal een deel van de koek willen; dat is ook anders dan hier. Wij scheppen hier een nieuw land met alle partijen en groepen, waarbij we voort bouwen op onze rijke geschiedenis.”

Gaat u weer terug naar Syrië voor de val van het regime?

„Ik ga terug als ik mijn rondreis heb afgerond. Ik ben een leider. Ik moet in Syrië zijn.”