ik@nrc.nl

Het jaar 1949. Plaats Semarang. Drie geüniformeerde, gestengunde Indonesische militairen hielden ons (drie broers) aan. Onze Amerikaanse auto was hun oogmerk. Mijn oudste broer wierp de autosleutels in het kreupelhout. „Zoeken, anders...” was hun doodsbedreiging.

Twee onzer gingen zoeken. Jongste broer viel plotseling zijn bewaker aan. Er zat niets anders op dan dat wij ook voluit knokken gingen. Einde van het gevecht: zes bebloede koppen en drie overmeesterde stenguns.

Einde van dit ongelooflijke verhaal was een bedreiging met: „Stenguns terug of jullie huis gaat fikken.” Er zat niets anders op dan: wapens teruggeven.

Zij gaven ons een hand en zeiden: „Ma’af.” („Sorry.”)

Wouter, Lucien en Edwin Monfils (85,83,81)