Het is nog maar de vraag of Dutchbat niets kon doen

Is het ‘de officiële opvatting’ dat Nederland de val van Srebrenica niet had kunnen voorkomen? Dutchbat heeft niet eens een schot gelost, stelt Peter van Walsum.

In zijn opiniestuk (4 augustus, pagina 2) heeft NRC-redacteur Raymond van den Boogaard het over „de officiële opvatting dat de Nederlandse militairen niet in staat waren om iets te doen”. Dit is ongetwijfeld een juiste samenvatting van het standpunt dat ten tijde van de Srebrenica-enquête in 2002 en 2003 door het Nederlandse kabinet werd ingenomen. Maar daarmee is het nog niet de officiële opvatting van de internationale gemeenschap (lees: de Verenigde Naties).

Er bestaat in de Verenigde Naties geen officiële opvatting dat Dutchbat wél iets had kunnen doen, maar er is wel een officieel document waarin voorzichtig de gedachte wordt geopperd dat bij een minder defensieve opstelling van Dutchbat de gebeurtenissen mogelijk een andere loop hadden kunnen nemen.

Het betreft hier een rapport van toenmalig secretaris-generaal Kofi Annan aan de Algemene Vergadering, dat op 15 november 1999 het licht heeft gezien. Het plaatst impliciet enige vraagtekens bij de Nederlandse stelling dat de verhouding in mankracht en bewapening tussen Dutchbat en de Bosnische Serviërs onder leiding van generaal Mladic van dien aard was dat het voor luitenant-kolonel Karremans geen zin had om met een zodanige overmacht de strijd aan te binden. Het rapport stelt vast dat op geen moment door Nederlandse militairen op de aanvallende Serviërs is geschoten. Dutchbat heeft zich beperkt tot het lossen van waarschuwingsschoten over de hoofden van de Serviërs en het afvuren van fakkels. In de wetenschap van wat zich na de val van Srebrenica heeft afgespeeld, kan men zich nu afvragen of de Nederlandse soldaten niet beter alle vluchtelingen tot de compound hadden kunnen toelaten, om zich vervolgens op te werpen als menselijk schild om hen te beschermen.

Ik heb weinig Nederlanders ontmoet die dit een realistische suggestie vonden. Generaal Mladic zou met deze ‘menselijke schilden’ korte metten hebben gemaakt. Maar het rapport van Kofi Annan veronderstelt juist dat Mladic dat niet zou hebben gedaan en eerst bij president Milosevic nadere instructies zou hebben ingewonnen. Het is niet realistisch te veronderstellen dat die hem dan zou hebben opgedragen 150 VN-blauwhelmen afkomstig uit een NAVO-land over de kling te jagen. Aldus zou tijd zijn gewonnen om onderhandelingen op een hoger niveau dan dat van Mladic van de grond te krijgen.

Peter van Walsum vertegenwoordigde Nederland in 1999 in de Veiligheidsraad.

    • Peter van Walsum