Het fatsoen wint

Op deze pagina twee Tsjechische, in het Engels verschenen boeken die riskeren onzichtbaar te blijven. Ten onrechte, want in haar niet vertaalde, imposante autobiografie laat Heda Kovaly zien hoe een mens die bijna levenslang gebukt ging onder dictatuur toch de triomf van het overleven gewaar kan worden. Net zo aangrijpend is de roman van Jiri Weil, een kafkaëske nachtmerrie met twee grondtonen: de uitvoering van het bevel en de macht van het symbool.

Soviet Army soldiers sit on their tanks in front of the Czechoslovak Radio station building in central Prague during the first day of Soviet-led invasion to then Czechoslovakia August 21, 1968. Vera Machutova woke one August night in 1968 to the thunder of Soviet tanks surging through this Czech city on the East German frontier. Forty years later, with the Czech Republic now a democracy within NATO and the European Union, Machutova is troubled by the conflict in Georgia, whose army was routed last week by Russian forces that pushed deep inside its territory. Picture taken August 21, 1968. To match feature CZECH-RUSSIA/INVASION REUTERS/Libor Hajsky (CZECH REPUBLIC) REUTERS

Heda Kovaly: Under a Cruel Star. A Life in Prague. Holmes & Meier Publishers, 192 blz. € 10

Heda Bloch was 22 jaar toen zij van haar ouders werd gescheiden in Auschwitz. Zij overleefde als door een wonder het kamp en de oorlog, om daarna met haar man, Rudolf Margolius, verstrikt te raken in het Tsjechoslowaakse communistische regime. Hij, naïef en idealistisch, werd in een politiek schijnproces ter dood veroordeeld. Zij, uitgestoten en verarmd, ontsnapte tijdens de Praagse Lente naar het Westen en keerde pas in 1996 met haar tweede man Pavel Kovaly terug naar Praag, waar zij in 2010 overleed, 91 jaar oud.

Over haar Praagse jaren van 1941 tot 1968 publiceerde Heda Kovaly een indrukwekkende autobiografie. ‘Drie krachten doorsneden het landschap van mijn leven’, schrijft ze op de eerste pagina. ‘De eerste was Adolf Hitler; de tweede Josef Vissarionovitsj Stalin. Ze verwoestten de halve wereld.’ De derde kracht was een onverwoestbaar restje hoop dat haar een aantal malen aan de rand van de ondergang in leven hield.

Haar boek, het laatst in het Engels gepubliceerd onder de titel Under a Cruel Star, werd niet in het Nederlands vertaald. Dat is een onbegrijpelijke lacune. In 2007 werd het door de Australische criticus Clive James aanbevolen als de beste beschikbare inleiding tot de politieke tragedies van de 20ste eeuw. Wie daardoor aangemoedigd het boek met enige moeite te pakken krijgt, weet na een paar hoofdstukken precies wat hij bedoelt.

Lafheid

In twee opeenvolgende totalitaire regimes wordt Heda Kovaly geconfronteerd met alle denkbare vormen van complete ontmenselijking, zoals met zorg en inzet opgetuigd in de grote bureaucratieën van vernietiging en onderdrukking en keer op keer bestendigd in de kleine praktijk van lafheid en verraad. Zij registreert en beschrijft; zij vergeeft veel, maar niet alles; zij vergeet niets. Zij overleeft.

Haar concentratiekampervaringen, hoe verschrikkelijk ook, vormen niet meer dan een eerste hoofdstuk. Met een paar vrouwen weet zij te ontsnappen uit een laatste dodenmars en Praag te bereiken, zonder papieren en in voortdurend gevaar opnieuw opgepakt te worden. De meeste van haar oude vrienden hebben niet de moed om haar binnen te laten. Sluipend van huis naar huis weet zij het Tsjechische verzet op te sporen en viert zij, herenigd met haar echtgenoot, de bevrijding van het land.

Het grootste deel van haar boek handelt over wat daarna gebeurt, als de communistische partij een fatale illusie van houvast weet op te roepen en haar man weet te verleiden tot een alles absorberende hoge politieke functie waaruit niet meer te ontsnappen valt. Gevangen in het luxe leven van de hoge partijfunctionarissen ziet zij in toenemende twijfel de nieuwe terreur van het stalinisme oprukken, totdat haar man zelf wordt gearresteerd en zij van de ene op de andere dag opnieuw door iedereen in de steek gelaten wordt.

Rudolf Margolius wordt gedurende een jaar verhoord. Zijn afgedwongen schuldbekentenis wordt uitgezonden over de radio: als een haperend geprogrammeerde robot beschrijft hij zichzelf als een verrader van land en partij, in een reeks van evidente leugens en onwaarheden. Een maand later, in november 1952, wordt hij opgehangen.

Zijn weduwe wordt onderworpen aan het onafgebroken getreiter van de staat: ze wordt weggejaagd uit haar woning, ontslagen uit haar baan, ernstig ziek weggestuurd uit het hospitaal. Pas in 1963 toont het regime zich bereid tot rehabilitatie van haar man en zijn lotgenoten. Zij houdt voet bij stuk en eist een openbaar onderzoek naar wat hem is overkomen. Het is haar nimmer gegund.

Het boek eindigt in 1968 met de vlucht, op het nippertje, van de schrijfster naar Frankrijk, als de Russen Tsjechoslowakije al zijn binnengevallen en een derde periode van dictatuur in het verschiet ligt. Zij weet de VS te bereiken, krijgt een baan in de bibliotheek van Harvard en bouwt een reputatie op als literair vertaalster. Haar autobiografie is haar magnum opus.

Meelopers

Heda Kovaly overleeft zonder haar waardigheid te verliezen. Een moreel oordeel velt zij maar sporadisch. Haar grootste verontwaardiging reserveert zij voor de bureaucraten en de meelopers, de wegduikers en de opportunisten, de ambtenaren die bleek achteruitdeinzen als zij in 1963 op een verzoek om schadespecificatie furieus reageert met een lijst die begint met het verlies van echtgenoot, vader, rechtsgevoel en eer en pas aan het einde komt met verlies van eigendom en bezit. Voor haar voormalige vrienden, die openlijk uitkomen voor hun angsten en aarzelingen om haar te helpen, kan ze begrip opbrengen, maar de anonieme genadeloosheid van het totalitaire systeem, waartegen boosheid en woede niets vermogen, brengt haar met regelmaat aan de rand van de ineenstorting. Een restant hoop, de derde kracht in haar leven, houdt haar overeind.

Wat een vrouw. In zorgvuldige, korte zinnen beschrijft ze een leven dat een ondraagbare last had kunnen worden, maar dat eindigt in de triomf van het overleven, van het niet willen opgeven en van het niet willen vergeten. Hitler en Stalin hebben de halve wereld verwoest, maar zijn er niet in geslaagd haar het zwijgen op te leggen. Zij overleefde als individu, in een verbijsterend vertrouwen op de overwinning van het fatsoen toen alles daartegen leek samen te spannen.

    • Alexander Rinnooy Kan