Helikopter huren? Alles kan als je voor de emir werkt

Step Vaessen schreef een boek over haar werk als journalist en over de islam in Indonesië. Al Jazeera is een geweldige werkgever. „Er kan veel meer dan bij de NOS. Ze doen aan gedurfde journalistiek.”

Drie keer begon ze opnieuw. Step Vaessen, correspondent voor Al Jazeera English in Zuidoost-Azië, wilde een boek schrijven over de islam in ‘haar’ Indonesië. Totdat haar leven veranderde door „persoonlijke ellende”. Eerst was er de scheiding van de man met wie ze 23 jaar samen was, sinds 1997 in Jakarta. Gevolgd door zijn zelfmoord, nu een jaar geleden.

„Ik kon niet meer over het boek nadenken. Na een half jaar pauze besloot ik dat ik het van me af moest schrijven.” Dus werd het net verschenen Jihad met sambal veel persoonlijker dan aanvankelijk de bedoeling was. Vaessen schrijft niet alleen over ontmoetingen met radicale moslims, maar ook haar over een treinreis in Nederland met de urn van haar man. Over verdriet dat wordt verzacht door gebedsklanken uit een moskee. En over haar intensieve chatcontact met de Marokkaanse Amsterdammer Khalil, met wie ze zowel privé- als islamzaken deelt.

De drempel om zo persoonlijk te zijn was hoog, zegt Vaessen – per Skype vanuit Jakarta – maar bedenk wel: „Als je zo diep in een proces van rouw en verdriet zit, maakt het niet zoveel uit wat anderen er van vinden”.

Er is nog een reden dat Jihad met sambal afwijkt van gangbare journalistiek. Vaessen heeft een boodschap. „Ik ben al lang weg uit Nederland, maar steeds als ik even terug ben merk ik dat ik een andere blik heb. Vooral als het over de islam gaat. Ik wil Nederlanders graag waarschuwen voor een te beperkte visie op de islam. Die is zoveel genuanceerder dan wat men lijkt te denken.”

Een lastige boodschap, want in het boek komt veel religieuze intolerantie en geweld voorbij. „Je moet het niet ontkennen, je moet het bestrijden. Verzwijgen zou niet eerlijk zijn. Een kleine groep radicalen bepaalt het beeld in de media. Ze zijn niet representatief voor de bevolking, maar wat ik de afgelopen tijd in Indonesië heb gezien is hoe makkelijk de onvrede tot uitbarsting kan komen. Alleen door kuddegedrag. Mensen stoppen met nadenken en lopen blindelings een prediker achterna. Net als in Nederland gaat het daarbij meer over politiek dan over religie.”

Nederland is ver weg voor Vaessen, zeker sinds ze begin 2007 stopte als correspondent voor de NOS. „Ik zie Pauw & Witteman af en toe op BVN, het kanaal voor expats. Mijn blik voegt iets toe, denk ik. Ik kijk bijna als een buitenlander naar Nederland, maar ik heb als kind wel naar Ti Ta Tovenaar gekeken.”

‘Geert Wilders en ik komen uit dezelfde kampong’, schrijft ze in haar boek. Ze delen een Limburgse jeugd, geblondeerd haar en post-katholiek atheïsme. Verder gaat het niet. „Hij is minder bekend in Indonesië dan hij wellicht hoopt. Nederland speelt hier geen speciale rol meer, het koloniale verleden is afgesloten.”

Vaessen bekijkt de wereld niet langer met een Nederlandse maar met een internationale blik. Sinds de oprichting in 2006 werkt ze voor nieuwszender Al Jazeera English (AJE), de Engelstalige broer van het Arabische Al Jazeera. De naam – het schiereiland – verwijst naar Qatar, het land waar de zender gevestigd is. Naar eigen zeggen bereikt AJE 220 miljoen gezinnen in 100 landen. Sinds een paar jaar, en zeker sinds de recente verslaggeving vanaf het Tahrirplein in Kairo, lijkt er een mondiaal vertrouwen in de onafhankelijkheid van AJE. In 2006 was dat vertrouwen er nog niet. Er was veel scepsis over een mogelijke dubbele agenda van Al Jazeera en de oprichter, de emir van Qatar. Vaessen trok zich er niets van aan.

„Natuurlijk heb ik dingen uitgezocht toen ze me vroegen. Ik heb veel gesprekken gevoerd met westerse medewerkers, vooral Britten en Australiërs. Ik heb in de statuten gekeken hoe de onafhankelijkheid is vastgelegd. Maar wat de doorslag gaf was ik andere verhalen kon laten zien. Voor Al Jazeera kan ik naar plekken zonder directe nieuwsaanleiding. Ze doen aan gedurfde journalistiek.”

Twee à drie nieuwsitems per week maakt de correspondent. De mogelijkheden lijken onbegrensd, het contrast met de NOS is groot. „Na de hongersnood in West-Timor ben ik drie keer teruggeweest voor een vervolgverhaal. Bij een uitbarsting van een moddervulkaan in Oost-Java wilde ik dat graag vanuit de lucht laten zien en hebben we een helikopter gehuurd. Daar zie ik me bij de NOS niet mee aankomen. Na de aardbeving was ik twee weken in Japan en heb ik zeven verhalen gemaakt. Voor de NOS maakte ik hooguit één verhaal per twee weken. Het leek net zoveel werk, omdat ik alles zelf moest doen. Nu heb ik een kantoor, een producer en een cameraman.”

Het vooroordeel over een fundamentalistische zender wordt onderuit gehaald door Vaessens geestige passages over haar producer Utet, een vloekende en losbandige vrouw die op Facebook over haar nieuwe dildo schrijft.

Met haar Iraakse collega-correspondent van Al Jazeera Arabisch, ook gevestigd in Jakarta, heeft Vaessen geen contact, de redacties werken volledig apart. „Ik geloof niet dat ze andere journalistieke principes hanteren. Ze hebben wel een heel ander uiterlijk. Wij zijn westers gestyled, naar het gelikte model van CNN en BBC. Ik moet rondlopen als ik presenteer. Ik vind dat leuk, het is een aanpak met meer jeu dan we in Nederland gewend zijn.”

Terugkeer naar het vaderland is niet waarschijnlijk. „Correspondenten moeten vaak na vijf jaar van standplaats wisselen, ik zit hier bijna vijftien jaar. Ik zie juist voordelen: ik begrijp het land beter, kan beter op mensen reageren. Ik blijf kritisch over Indonesië. Ik ben nog steeds een luis in de pels.”

Komende zondag zit Step Vaessen als Zomergast tegenover interviewer Jelle Brandt Corstius. Over de gekozen fragmenten mag ze niets verklappen. Wordt het vooral Azië, of ook een beetje Zuid-Limburg? „Simpelveld komt natuurlijk wel voorbij, m’n ouders zouden het me niet vergeven als ik dat niet laat zien.”

Jihad met sambal. Uitg. Prometheus, 220 blz., € 17, 95.Zomergasten, zondag, Ned. 2, 20.15-23.20 uur.

    • Mark Duursma