Euro-obligatie komt steeds meer in zicht

Zou een echte Europese obligatie de oplossing kunnen zijn voor de crisis in de eurozone? Nu de schuldencrisis Italië en Spanje heeft bereikt, zouden regeringen onder druk kunnen komen om radicalere maatregelen te nemen. Een gemeenschappelijke obligatie, waarmee overheden elkaars schulden garanderen, zou kunnen helpen om rust te brengen op de markten. Maar de eurozone is nog lang niet zo ver.

Voorstanders van een gemeenschappelijke obligatie kunnen betogen dat de Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit (EFSF), het reddingsfonds van de monetaire unie, nu al iets heeft van zo’n euro-obligatie.

Steunkredieten hadden vroeger telkens een korte looptijd en een hoge rente. Nu zullen ze langer lopen, en debiteuren zullen minder rente hoeven te betalen dan de rente op de kapitaalkosten van de waarborgende staten zelf. Het EFSF zal het risico verleggen van de perifere economieën naar kredietwaardigere economieën, waardoor de financieringskosten in de hele regio dichterbij elkaar zullen komen te liggen – net als in het geval van een gemeenschappelijke obligatie, waarbij landen elkaars schulden garanderen.

Maar zelfs dan kan het EFSF niet worden vergeleken met een uitgever van gemeenschappelijke obligaties. Het is een tijdelijk mechanisme, waarvan de vuurkracht is beperkt tot 440 miljard euro, minder dan 5 procent van het bruto binnenlands product van de eurozone.

Voor een echte Europese obligatie zou de eurozone diepere, meer permanente politieke hervormingen moeten omarmen. Zonder een spijkerhard raamwerk voor het tot de orde roepen van dolende staten, zou zo’n obligatie de risico’s alleen maar vergroten. Landen zouden niet alleen soortgelijke begrotingsdoelstellingen moeten aanvaarden, maar ook automatische sancties moeten overeenkomen als ze die doelstellingen schenden. Dit is nog steeds een zaak van hooglopende discussies tussen de regeringen van de lidstaten van de EU, het Europese Parlement en de Europese Centrale Bank.

Er moet nog flink geduwd worden voor de eurozone zulke veranderingen zal aanvaarden. Nu de crisis zich uitbreidt naar Italië en Spanje, schreeuwen de markten om een verdere vergroting van de financiële capaciteit van de EFSF. Waarborgende landen zouden dan een groter inzicht in het begrotingsbeleid moeten eisen als tegenprestatie voor financiële steun. Op die manier zou een euro-obligatie geleidelijk vorm kunnen krijgen.

Maar zelfs dit scenario lijkt onwaarschijnlijk. Er is al twijfel op Frankrijk zijn AAA-kredietstatus kan handhaven en dat maakt het voor Parijs lastig om nog meer garanties op te hoesten. Bovendien zou uitbreiding van de omvang van de EFSF zou in Duitsland moeilijk te verkopen zijn.

Wat de EFSF wel kan doen is een blauwdruk bieden voor minder ambitieuze vormen van gemeenschappelijke obligaties. Het noodfonds laat zien hoe gezamenlijke uitgifteprogramma’s kunnen worden ingezet voor een specifiek doel. Een natuurlijk vervolg zou het gebruik zijn van gemeenschappelijke obligaties op terreinen waar het beleid van verschillende regeringen toch al overlapt. Niet als noodreactie op een financiële crisis maar als een nieuwe manier om pan-Europese uitgaven te financieren.

Neil Unmack

Vertaling Menno Grootveld

    • Neil Unmack