De noodzaak van noodhulp

Ruim 17 miljoen euro hebben Nederlandse burgers en bedrijven tot nu toe overgemaakt op giro 555 om de hongersnood in de Hoorn van Afrika te bestrijden. Daarmee hebben ze het extra bedrag dat de staat beschikbaar had gesteld, 15,3 miljoen, iets meer dan verdubbeld. Dat zal staatssecretaris Ben Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) goed doen. Toen hij vorige maand een bezoek had gebracht aan het vluchtelingenkamp Dabaab in Kenia, riep hij Nederlanders op „hun hart te laten spreken”. De bewindsman sprak van een tragedie waarvan het dieptepunt nog niet is bereikt. „Extra hulp is nu nodig om een grotere ramp te voorkomen.”

De Europese Unie heeft een bijdrage van ruim 157 miljoen geleverd. Wereldwijd zal er meer moeten gebeuren om tot 1,1 miljard euro te komen, het bedrag dat volgens berekeningen van de Verenigde Naties nodig is om dit jaar de ergste nood te lenigen – de catastrofe, hongerdood, is al gaande en zal onmogelijk in zijn geheel zijn te voorkomen. Het is zeer gewenst dat niet alleen het Westen zich van zijn humane kant laat zien. China kan bijvoorbeeld tonen dat het niet alleen maar uit is op de grondstoffen van Afrika. Afrikaanse landen horen evenmin lijdzaam toe te zien.

Uiteraard wordt ook nu de discussie over de zin van de hulp gevoerd. En zeker, aan de structurele oorzaken van steeds terugkerende hongersnood in delen van Afrika moet worden gewerkt. Maar mag nu eerst prioriteit worden gegeven aan hulp aan bijvoorbeeld mensen die therapeutische voeding nodig hebben, omdat met gewoon voedsel hun ondervoeding niet meer is te verhelpen?

Knapen stelt zich op het standpunt dat met de overheidsbijdrage van ruim 15 miljoen euro voorlopig de grens is bereikt – het is wat hem betreft nu verder een actie van mensen voor mensen. Afgezien van het feit dat de donatie van de staat uiteraard ook namens de burgers is gegeven, mag van de de staatssecretaris meer adstructie op dit standpunt worden verwacht.

Het beleid van zijn ministerie is dat Nederland noodhulp geeft als een land is getroffen door een ramp, waarbij onder meer sprake is van levensbedreigende situaties. Zoals in de Hoorn van Afrika, waar de hongersnood onder meer is veroorzaakt door langdurige en uitzonderlijke droogte.

Nederland heeft dit jaar voor noodhulp wereldwijd 170 miljoen euro beschikbaar. In eerdere situaties, zoals bij aardbeving in Haïti, verdubbelde de regering het bedrag dat bevolking en bedrijven bij tv- en andere acties hadden verzameld. Het is niet duidelijk waarom dat in het ene geval wel en in het andere niet gebeurt. Een royalere houding van het kabinet ligt ook nu voor de hand. Zonodig moet de Tweede Kamer de staatssecretaris maar een duwtje geven.