'De gevaarlijkste man in Amerika'

Hij verdedigde arm maar ook rijk, wit en zwart, in toespraken die een mix waren van sympathie voor underdogs en non-conformistische afkeer van ‘nette mensen’.

Clarence DARROW pleading at the Scopes Trial on 10 July 1925, which challenged U.S. laws that forbade the teaching of Evolution in public schools, John T. Scopes is seated to his immediate right, arms interlocked and looking straight ahead. Photo Credit: [ The Art Archive ] The Picture Desk

John A. Farrell: Clarence Darrow. Attorney for the Damned. Doubleday, 561 blz. ca. €23,-

Iedere advocaat die tegenwoordig ‘de show steelt’, of zijn gehoor weet te raken, is schatplichtig aan Clarence Darrow, de ‘held van de verdoemden’. Hij was de grote verdediger van de vrije gedachte, die met zijn woorden volgens bewonderaars ‘romantiek, schoonheid en drama in de wet wist te blazen’.

Darrow, een beer van een man met de bedrieglijk lijzige uitstraling van het Midden-Westen, wist in het Amerika van de vroege 20ste eeuw de nationale verbeelding aan te spreken. Hij verdedigde hopeloze gevallen die pasten bij zijn radicale politieke voorkeuren: vakbondsleiders, anarchisten en bommengooiers. Maar even goed – als er brood op de plank moest – corrupte politici en gangsters.

In de loop van zijn lange carrière drukte Darrow (1857-1938) vanuit Chicago zijn stempel op alle belangrijke vraagstukken van zijn tijd: de krachtmeting tussen kapitaal en arbeid, de rassenkwestie, de spanning tussen godsdienst en wetenschap. Toch was hij eerder een klassieke orator dan een moderne topadvocaat: geen juridische scherpslijper op zoek naar vormfouten, maar een gevoelsmens met een groot retorisch talent en een bijtende intelligentie.

Zijn urenlange ondervragingen en monologen, na afloop van het proces in druk verspreid, leidden tot high drama in volgepakte rechtzalen: het publiek hing aan zijn lippen, mensen vielen flauw. Na zijn slotpleidooien biggelden vaak niet alleen bij jury, rechter en het publiek de tranen over de wangen, maar ook bij hemzelf.

In zijn uitstekend geschreven biografie – waarvoor hij veel nieuw materiaal kon gebruiken – schetst de oud-journalist Farrell een prachtig contrastrijk portret van de man. Darrow was bevlogen, charmant en geestig, maar viel ook ten prooi aan depressies en doodsangst. Hij was een rokkenjager, die zichzelf niet kon verzorgen zonder zijn vrouw Ruby. Een vrijdenker met een hang naar radicale ideeën, maar bij vlagen een pessimist en nihilist. Een held van de arbeiders, die even goed miljonairs en gangsters verdedigde.

Verbeelding

Maar Farrells boek geeft ook een goed tijdsbeeld van Amerika tussen 1880 en 1920, een natie die worstelde met de uitwassen van snelle industrialisering en ongereguleerd kapitalisme. Kinderen werkten lange dagen in de mijnindustrie, jaarlijks kwamen duizenden arbeiders om bij bedrijfsongevallen. Een Engelse bezoeker zei over de levensomstandigheden van arbeiders in Chicago: ‘Chicago is een miniatuur van de hel. Of anders is de hel een miniatuur van Chicago’.

Stakingen en protesten – honderd bomaanslagen in twee jaar tijd – riepen rond de eeuwwisseling keiharde repressie op. The New York Times waarschuwde: ‘De beste remedie bij een aanval van anarchie is een machinegeweer’. Het pand van The Los Angeles Times, een krant die pal stond voor de kapitalistische ‘roofbaronnen’, werd in 1910 door vakbondsactivisten opgeblazen: 21 doden. De krant had het zien aankomen: op de redactie stonden rekken met jachtbuksen voor de journalisten klaar.

Tegen dat decor boekte Darrow zijn eerste grote successen. In de rechtzaal maakte hij een held van vakbondsleider Eugene Debbs, aangeklaagd wegens samenzwering na een spoorwegstaking. Darrow wist de jury ervan te overtuigen dat Debbs geen crimineel was maar een man die opkwam voor de onderklasse. In Idaho pleitte hij voor drie vakbondsleiders die uit een andere staat waren ontvoerd om terecht te staan voor de dodelijke bomaanslag op een lokale politicus. Darrow wist genoeg twijfel te zaaien om het proces te frustreren

Zijn toespraken waren een combinatie van sympathie voor de underdog, non-conformistische afkeer van de ‘nette mensen’, melancholie over het noodlot dat machtelozen treft, filosofische uitweidingen en schaamteloos sentiment. ‘Hoe lang zal het nog duren voor de wereld terugkeert naar de menselijke emoties van vóór de Grote Oorlog?’, schmierde hij in 1924 ter verdediging van rijkeluiskinderen Richard Loeb (18) en Nathan Leopold (19), die voor de kick een vriendje hadden vermoord. ‘Als u genadig wilt zijn tegenover deze twee, hang ze dan op. Maar genadig tegenover de beschaving is dat niet.’ De twee kregen celstraf, maar niet de strop.

In een andere geruchtmakende zaak trad Darrow op voor een zwarte familie in een witte woonwijk die het vuur had geopend op een menigte blanke belagers. Dat keer ging hij direct naar de kern van de zaak: ‘Het gaat hier alleen maar om vooroordeel, niets anders’, hield hij de jury voor. ‘Neem de haat weg en je houdt niks over.’ Zelfverdediging was ook voor zwarte Amerikanen een recht. Zijn cliënt werd vrijgesproken. Geen kleinigheid in 1926, toen nog jaarlijks zwarten in de VS door lynchmeutes levend werden verbrand.

Omkoping

Maar Darrow schuwde prozaïscher methodes niet. Zijn tegenstanders deinsden er niet voor terug om getuigen te manipuleren of om te kopen, dus waarom zou hij dat niet ook doen als de nood aan de man kwam? Het leverde hem een aanklacht wegens omkoping op in Los Angeles, waar hij de verdachten van de bomaanslag op de LA Times verdedigde. Darrow kwam met de schrik vrij, hoewel Farrell weinig twijfel laat bestaan aan zijn schuld. De zaak betekende een dramatische breuk met de vakbeweging, die hem niet langer vertrouwde.

Zijn terugkeer op het toneel kwam met de zaak van de boy murderers Loeb en Leopold, die uitgroeide tot het ‘proces van de eeuw’. Daarna kwam dan het fameuze ‘apenproces’ in Tennessee, het eerste proefproces over de evolutieleer op school. Darrow verdedigde een biologieleraar die een verbod van de staat Tennessee had overtreden om Darwin te onderwijzen. In tropische temperaturen onderwierp hij de aanklager, een levenslange rivaal, aan een sardonisch kruisverhoor over de Schepping en andere delen van de Bijbel die alleen strijdig zijn met de evolutieleer als ze absurd letterlijk worden genomen. Honderden journalisten versloegen het proces. Heel Amerika las mee.

Dit gedurfde en geruchtmakende optreden transformeerde Darrow in één klap van een beroemde advocaat in een Amerikaans icoon, een baken van humanistische moderniteit. Al werd de zaak tegen de biologieleraar pas geseponeerd wegens een vormfout en bleef de wet in Tennessee nog decennia van kracht.

De roem voorkwam niet dat zijn laatste jaren zware werden. Darrow verloor zijn fortuin in de beurscrash van 1929 en werd allengs somberder en cynischer. Omwille van het honorarium van 30.000 dollar (en omdat hij ‘altijd al eens naar Hawaii had gewild’) verdedigde hij op 75-jarige leeftijd een marineman die een Hawaiiaan had helpen lynchen. De marineman werd schuldig bevonden, maar kreeg geen straf. Het was Darrows laatste grote zaak.

De advocaat van de wanhopigen, bewonderd als ‘de erfgenaam van Thomas Jefferson’ en door zijn vijanden gehekeld als ‘de gevaarlijkste man in Amerika’, overleed in 1938. Hij liet geen vermogen na – behalve zijn slotpleidooien.