Annemarie, wurg hem!

O p weg naar de middenstip legde Edwin van der Sar voor honderdduizend ogen zijn machtige hand op de kont van zijn vrouw. In de wolvenhandschoen van de keeper, natuurlijk. Dus ik weet niet of Annemarie iets gevoeld heeft, anders dan een rubberen plof.

Maar teder was het wel. Idyllische zelfs.

Voetbal leent zich zelden voor innigheid. Opwinding te koop, bij buitenkant paal. Genadeloze guillotinetaal na een mislukte transfer ook. Maar de kleine, echte mens achter de bal blijft zoek. Van de een weet je dat hij shag rookt, van de ander dat hij zijn buik heeft laten tatoeëren tot struikgewas. Maar ingewanden hoor je nooit eens schreien.

Zo ver kwam het ook niet bij Edwin van der Sar toen hij in een bomvolle Arena werd uitgewuifd. In die ene hand op de bips van Annemarie lag alles. Daar konden geen woorden bij. Die konden eigenlijk nooit bij de ex-doelman. Al even indrukwekkend als zijn zweefduik was zijn grondeloze zwijgen. Meer bloesem dan een zin van gehakt stro heeft hij in zijn prachtige carrière niet toegestaan.

Alles wat het leven vroeg, deed hij met de handen. Ook toen Annemarie een dipje in het hoofd kreeg, was er die manuele balsem van zorg. De solide hand die haar niet losliet. Dat zag je ook op die feestelijke avond in de Arena. Vijf vingers als spijkerschrift van liefde, ónder de haren.

Daar werd ik stil van.

Maar nu, na twintig jaar geharnaste ingetogenheid gaat Edwin van der Sar toch spreken. Als analist van de NOS Studio Sport bij de Champions League. Hij die zichzelf nooit wenste te formuleren zal straks Drogba en Sneijder aan de meetlat van een persoonlijk oordeel leggen. Wie weet gooit hij er ook nog een Jack van Geldergrapje overheen. Of toch iets van castagnetten uit de heup waarvan hij in het eigen vreugdevolle beroepsleven het bestaan niet eens kende.

Van knotwilg tot Willy Alberti.

Mocht er in het voetbal nog iets van tederheid bestaan hebben, dan zou dit niet gebeuren. Dan zou Edwin van der Sar door zijn vrienden rigoureus binnen de glamour van zijn woordenloze steppe zijn gehouden. Onvervreemdbaar voor heisa.

Mysterie, zoals Lev Yashin dat ook was.

Het is ook wel jammer voor Annemarie. Nooit heeft iemand de doelman gehoord over vrouwen. Zelfs zijn eega bleef geheim en onbenoembaar, tot een bepaalde pers zich meende te mogen vergrijpen aan een medisch bulletin. Hij zal het als analist natuurlijk vooral over voetbal willen hebben, maar de NOS kennende komt het moment dat Yolanthe en Sylvie ook nieuws zijn. Nou, daar wil ik mijn geliefde droomkeeper echt niet over horen.

In de kruising bestaat geen roddel.

Hoe houd je de laatste tedere beelden van een idool intact? Van die ene hand, van die kinderknuffel, van een laatste zwaai, van die door ontroering getemde en verdroogde mond? Ik denk per atoom: verschijnen en verdwijnen. Zeker niet in het spreken. Eigenlijk mogen wij, stervelingen, het geluid van de stem van Edwin van der Sar niet eens kennen. Helaas, dat wordt nu het geluid van een analyticus.

Hagelslag is woord geworden.

Als een volle ader viel de Arena over hem heen. Hij hapte naar adem, knikte en dankte. Een aristocraat overweldigd door een emotionele lawine. Het kostte hem moeite, maar hij bleef rijzig, groots en ongeschonden.

En dat gaat nu straks roepen dat Vertonghen scherper had moeten doordekken, en dat Sulejmani weer stond te slapen.

Lieve Annemarie: wurg hem, maar doe het zachtjes.

    • Hugo Camps