Albanees Mullabazi belooft Servische 'vijand' goede wijn

Servië en Kosovo botsen maar kunnen niet zonder elkaar. Handelaar Shani Mullabazi houdt van Kosovo en van de Servische markt. Want de Serviërs drinken zijn wijn.

Shani Mullabazi doet zijn best het gesprek apolitiek te houden. De bedrijfsleider van de grootste wijnproducent van Kosovo, ongeveer 9 miljoen liter per jaar, is een Albanees. Maar hij kan niet zonder het vroegere moederland en huidige buurland Servië. De afgelopen weken laaide het conflict tussen Servië en Kosovo aan de grens op. Door het geruzie leidt zijn bedrijf verlies, tonnen per jaar.

Het is een mooie zomerochtend in het zuidwesten van Kosovo. De wijngaarden strekken zich uit over de heuvels van de Rahovecivallei. In de proefkelder is het aangenaam koel.

De wijnen uit de streek behoren al decennia tot de beter betaalbare wijnen in de regio. Vroeger waren de Servische en Albanese werknemers samen eigenaar. Shani Mullabazi geeft leiding aan alleen Albanezen.

De smaak van zijn klanten is niet met de landsgrenzen meeveranderd. Zoals de Servische Plasma-biscuitjes niet weg te denken zijn uit winkels in Kosovo, behoren de wijnen uit de Rahovecivallei nog altijd tot het standaardassortiment in Servische wijnhandels.

Tot de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in februari 2008 ging bijna dertig procent van de afzet naar Servië, waarvan Kosovo een provincie was. De export lag na het gewapende conflict in 1999 even stil, maar kwam snel weer op gang, voorzien van een douanestempel van het Verenigde Naties-bestuur in Kosovo. Mullabazi spreekt vloeiend Servisch en is nog altijd gesteld op uitstekende contacten met Servische inkopers, zegt hij. Hij steekt zijn neus in een glas Stone Castle Cabernet Sauvignon. Laat het aroma maar spreken.

In Kosovo ontsnapt niemand aan politiek, ook een handelaar als Mullabazi niet. Op een van de vaten hangt een Albanese (geen Kosovaarse) vlag, naast een buste van de Albanese held Skenderbeg. Sinds de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid in 2008 gebruikt de Kosovaarse regering een eigen stempel. Servië – dat de onafhankelijkheid niet accepteert – weigert alle import waar dat op zit. Erkenning van het stempel komt volgens de Serviërs te dicht bij het erkennen van het bestaan van de grens. Behalve dat daarmee de Servische afzetmarkt weg viel, maakte het ook de overige export duurder, zegt Mullabazi. In plaats van over de snelweg door Servië, moeten vrachtwagens met lading voor Kroatië en Duitsland sindsdien over slechtere wegen in bergachtig buurland Montenegro en door Bosnië-Herzegovina. „Dat kost het dubbele.”

Mullabazi verliest nu 400.000 euro per jaar, zegt hij. De tweeduizend boeren die hun druivenoogst aan zijn bedrijf verkochten, blijven er al twee zomers mee zitten. De opslag is vol. ,,Meer produceren is zinloos.”

Het verlies wordt gedragen door de eigenaar, een Albanees die al in de jaren zeventig uitweek naar Amerika en rijk werd in het onroerend goed. Hij komt er even bij staan om gedag te zeggen en vertrekt dan weer in een grote terreinwagen met een kenteken uit de staat New York. Zijn investering vijf jaar geleden in het geprivatiseerde bedrijf, geldt als een patriottistische daad. De meeste grotere buitenlandse investeerders mijden Kosovo. De werkloosheid is daardoor hoog, 44 procent, de armoede groot.

Kosovo was ook toen Joegoslavië nog bestond economisch onderontwikkeld. Hier werden grondstoffen gehaald en energie opgewekt, maar niet verwerkt. Nu is Kosovo een klein land, zonder grote vervoersaders of toegang tot zee. Politiek instabiel en met betwiste grenzen. Vrijwel alles in de winkels is import.

Vorige maand leek een oplossing voor een deel van de exportproblemen nabij. Servische en Kosovaarse onderhandelaars waren dichtbij een akkoord over de stempels. Op het laatste moment haakten de Serviërs af. De volgende onderhandelingsronde is in september. Dat frustreerde de Kosovaarse regering in Pristina zo dat ze besloot tot een ban op Servische import en speciale eenheden naar de grens stuurde om ervoor te zorgen dat dit verbod werd nageleefd. Dat leidde tot botsingen met de Servische meerderheid in die streek. De NAVO moest ingrijpen om een einde te maken aan het geweld.

Mullabazi steekt de duimen van beide handen omhoog als het over het besluit van zijn regering gaat. „Ga zo door, misschien leidt het tot een oplossing. Het is oneerlijk dat Servië Kosovo inbrengt wat het wil en wij niet naar hen mogen exporteren”, zegt de wijnboer. Hij is ervan overtuigd dat de Servische regering over een paar weken het Kosovaarse douanezegel accepteert. „In hun eigen belang,” zegt hij zelfverzekerd. Servië exporteert veel meer naar Kosovo (ca. 350 miljoen per jaar) dan omgekeerd (ca. 50 miljoen per jaar). Daar zijn tienduizenden arbeidsplaatsen mee gemoeid. Uiteindelijk wint de handelaar het volgens Mullabazi toch van de stempelzetters.

    • Marloes de Koning